*

 

’Winnen is prima, maar niet tegen elke prijs’

door John Graat − 03/07/06, 00:00

Wie ’andere keuzes’ maakt wint wel eens wat minder, was afgelopen weekeinde de boodschap van Rabobank-manager Theo de Rooij in Straatsburg. Hij sprak over dilemma’s, zijn band met Manolo Saiz, geloofwaardigheid en ’ome Jan’.

Om duidelijk te maken dat er in de wielersport altijd een moment komt dat een renner keuzes moet maken, grijpt De Rooij terug op zijn eigen tijd als coureur. „Als zeventienjarige was ik eens bij Jan van Dinteren, een beroemde soigneur. Dat was de tijd dat soigneurs de spuiten en ampullen nog in hun achterzak hadden. Hij vertelde over Coppi, Bartali, Merckx, Van Steenbergen, met wie hij allemaal had gewerkt. Boeiende verhalen, ik hing aan zijn lippen. Ineens zei hij: Theo, ik ga van jou een topcoureur maken, als je doet wat ik zeg. Je krijgt drie keer per week spulletjes, maar dan moet je stoppen met je studie. Ik keek op mijn horloge en zei: ome Jan, het is half vijf, ik moet nog huiswerk maken, ik ga gauw naar huis.”

De Rooij, prof tussen 1980 en 1990, won nooit grote koersen. Hij heeft wel gezien dat anderen ’andere keuzes’ maakten. „Ik heb ze daarom nooit veroordeeld.” Hij wil dat ook nu niet doen met Manolo Saiz, met wie hij al jaren een persoonlijke relatie had. De Rooij heeft Saiz onlangs gebeld om even bij te praten. Saiz werd eind mei ontmaskerd als de organisator van doping bij zijn Liberty-Würth-ploeg.

„Dit heeft mij geraakt, ik heb er een dubbel gevoel over. Ik ken Manolo als mens heel goed. Als je ziet hoe hij zich heeft ingezet voor de wielersport, zijn gedrevenheid, dan is dit een persoonlijk drama. Ik heb echt geen gevoel van leedvermaak. Manolo heeft twee gezichten. Van de ene kant is het een heel amicale man, die voor iedereen op de bres springt. Maar hij is ook zo ongelooflijk gedreven en eergierig. Schijnbaar is hij ook bereid daarvoor veel risico’s in te nemen. De Tour winnen was zijn obsessie en hij heeft daarin verkeerde keuzes gemaakt.”

Rabobank maakt andere keuzes. Soms leidt dat tot teleurstellingen, erkent De Rooij. „Al jaren worden we afgerekend na het voorjaar. We krijgen dan adviezen dat we het moeten doen als manager X of ploegleider Y. In maart als Lefevere, in mei als Riis en in september als Saiz? Als mens en manager kies ik met de ploeg voor een eigen methode. We willen constant presteren en een goede Tour rijden. En op zijn tijd behalen we succes. Maar nee, geen veertig zeges per seizoen.”

De Rooij houdt niet van managers die van renners slaafse volgelingen maken in hun eigen jacht op roem en geld. „Als een ploeg zo aan één persoon hangt, is dat niet gezond. Ik kies liever voor een goede reputatie en een goede organisatie. Als je daarin blijft geloven komen er ook resultaten. Dit is ook besproken met onze sponsors. Resultaten prima, maar niet tegen elke prijs.”

„Als je vermoedens hebt over doping bij anderen kun je gaan fulmineren. En dan? Ze lachen je uit. In de Ronde van Italië reed Basso fluitend de cols over, hij maakte iedereen belachelijk. Dan ga ik toch niet tegen mijn renners roepen dat ze niet gemotiveerd zijn?”

„Deze sport is net zo geloofwaardig als andere, als de hele maatschappij. Wielrennen is een afspiegeling van het gewone leven. En hoe groter de belangen, hoe groter de hypocrisie. Hoe meer geld hoe groter de risico’s die mensen nemen.”

Hij heeft geen leedvermaak nu grote renners zijn gepakt. Hij kan zelf ook niet voor honderd procent garanderen dat geen enkele Raborenner gebruikt, ook al twijfelt hij daar niet aan. „Hoeveel mensen verklaren elkaar aan het altaar niet eeuwige trouw? Ik geloof dat dertig procent die belofte breekt.”

mailIcon print |