Negen buitenlandse rechters gaan deelnemen in het aanstaande Cambodja-tribunaal. Een van hen is de Nederlandse Katinka Lahuis. Ze wordt vandaag in Phnom Penh als rechter beëdigd. Het kan een emotioneel proces worden, realiseert ze zich, vooruitblikkend op de berechting van de kopstukken van de Rode Khmerbeweging.
Vlak voor vertrek is ze nog hard aan het studeren om zich voor te bereiden. Uit haar stevige leren tas haalt Katinka Lahuis een al licht beduimeld boek over de taken van de ’voorbereidende kamer’ waarvan ze lid wordt. „Kijk, dit pakje kwam uit Phnom Penh. Dat vind ik dan wel bijzonder”, zegt Lahuis in noordelijke tongval in een hotel in Zwolle. Ze wijst op de woordenlijst achter in het boek waarin juridische termen staan weergegeven in de drie voertalen van het tribunaal, Cambodjaans, Frans en Engels. „Heel goed”, zegt ze kordaat. „Dan weet je tenminste vanaf het begin waar iedereen het over heeft.’’
Ze is nog nooit eerder in Cambodja geweest. „Ik ben me er erg van bewust dat de positie die ik daar ga innemen vereist dat ik onafhankelijk oordeel. Die onafhankelijkheid kan in gevaar komen als je je te veel voedt met indrukken en gesprekken”, vertelt de 46-jarige raadsheer bij het gerechtshof in Leeuwarden. ,,Misschien is een vakantie daarom meer iets voor als het proces achter de rug is. Ik moet me bovendien als rechter uitsluitend baseren op het dossier. Mijn oordeel moet daaruit te herleiden zijn, het is niet de bedoeling dat je zelf onderzoek of waarnemingen doet.”
Het Cambodja-tribunaal, dat uit zowel Cambodjaanse als internationale rechters gaat bestaan, zal de komende drie jaar de kopstukken berechten van het moorddadige Rode Khmerbewind (1975 – 1979). De maoïstische Rode Khmer worden verantwoordelijk gehouden voor de dood van ten minste 1,7 miljoen landgenoten, die deels door executie omkwamen en deels door ondervoeding en uitputting tijdens de slavenarbeid waaraan de Rode Khmer vrijwel de gehele bevolking onderwierpen. De misdaden uit deze periode zijn totnogtoe nauwelijks berecht.
Het tribunaal kwam tot stand na jaren van onderhandelen tussen de Cambodjaanse regering en de Verenigde Naties. De eerste wilde het proces zo ’Cambodjaans’ mogelijk houden. De laatsten wilden de waarborg dat het proces aan internationale standaarden zou voldoen. Het Cambodjaanse recht, ooit op Franse leest geschoeid, wordt door waarnemers immers corrupt en onprofessioneel genoemd. In mei nog zei de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Louise Arbour, zelf voormalig rechter, dat het de Cambodjaanse rechters ontbreekt aan „scholing, onafhankelijkheid en integriteit’”. Daarbij komt dat veel rechters zelf een rol hebben gespeeld in de Rode Khmerbeweging. Dat geldt ook voor de meeste leden van de Cambodjaanse regering, die grote invloed heeft op zowel de benoemingen als de uitspraken van de rechterlijke macht.
Het compromis dat werd bereikt, zorgde onder meer voor de unieke situatie dat er niet één maar twee aanklagers zullen zijn, de Cambodjaanse Chea Leang en de Canadees Robert Petit. De laatste werkte eerder bij het Rwanda- en Sierra Leone-tribunaal. Ook zijn er twee onderzoeksrechters, eveneens een span van een Cambodjaan en een internationale rechter.
Lahuis werkt bij de ’voorbereidende kamer’.
Naast haar bestaat deze ook uit drie Cambodjaanse rechters en een Australiër. Deze ’geschillenkamer’ moet besluiten nemen wanneer de twee aanklagers of de twee onderzoeksrechters er onderling niet uitkomen. „Het is een logische voorziening”, zegt Lahuis nuchter over deze nog niet eerder in deze vorm vertoonde ’pre-trial’ kamer. ’’Twee mensen kunnen verschil van inzicht hebben. Het is verstandig dat er een afdeling is gecreëerd die knopen doorhakt. Anders stagneert het.’’
Er zijn meer punten waarover in Phnom Penh nog flink discussie kan ontstaan. Zo zal in principe het Cambodjaanse recht worden gevolgd. Wanneer dit recht onvolkomen blijkt, zullen internationale rechtsregels worden toegepast en dan zal naar verwachting de inbreng van de internationale rechters groot zijn. Lahuis realiseert zich dat dit de voornaamste functie is van de buitenlandse rechters, maar dat dit ook spanningen kan geven. „Het is een gegeven dat als er invloed van buiten komt op een gesloten systeem zoals het Cambodjaanse rechtssysteem, dat onherroepelijk ook weerstand oproept. Om in zo’n situatie vast te kunnen houden aan je eigen ideeën, is het soms nodig dat je je minder openstelt voor de invloed van anderen”, zegt ze, opnieuw verwijzend naar het feit dat ze voorlopig niet van plan is in Cambodja te gaan rondreizen.
Ze vertelt dat streven naar rechtvaardigheid een grote persoonlijke drijfveer is. In Oekraïne en Letland werkte ze aan projecten voor de versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en voor het ingang laten vinden van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens. Ook helpt zij samen met Zweedse deskundigen om de opleidingen vorm te geven die verband houden met de invoering in Turkije van het hoger beroep.
Ze herinnert zich dat toen de Raad van de Rechtspraak haar benaderde of ze zich kandidaat wilde stellen voor het Cambodja-tribunaal, ze daar zelf nog geen moment over had nagedacht. ,,Maar toen ze het me vroegen, had ik wel meteen zo’n gevoel van: ja, dat doe ik, dit is erg de moeite waard. ’Justice must be seen to be done’, zeggen wij, ’het recht moet zichtbaar plaatshebben’. Daar geloof ik in.’’
Ze rolt een shagje en zegt dan bedachtzaam dat ze ook gelooft dat er een soort internationale moraliteit bestaat. „Ik wil graag helpen die uit te dragen. Ik denk dat de internationale mensenrechtenverdragen proberen die moraliteit vast te leggen. Onderdeel hiervan is dat geregeld is hoe een eerlijk proces er uit moet zien. Ik blijf me erover verwonderen hoe het mogelijk is dat op verschillende plaatsen in de wereld, waaronder in Cambodja, massaal verschrikkelijke dingen hebben kunnen gebeuren en nog steeds gebeuren. Het is raadselachtig dat mensen elkaar daarin steunen. Dat heeft wellicht te maken met een soort kuddegedrag. Dergelijke processen tussen mensen intrigeren mij - ook in mijn dagelijkse werk in Leeuwarden, waar je dat in een veel bescheidener vorm tegen komt.”
Ze weet dat de emoties hoog kunnen oplopen als het proces begint. „Als rechter kun je een grote druk voelen, dat is in Nederland ook zo. Er spelen allerlei sentimenten, en het publiek heeft zijn oordeel vaak al klaar. Je moet stevig in je schoenen staan. Nu ik bij een hoger beroepinstantie werk, ervaar ik dat de druk minder is. Er is meer tijd tussen het moment dat het delict plaatshad en het proces, en vaak is ook de geografische afstand tot de plaats van het delict groter. Maar toen ik hiervoor als rechter in Groningen werkte, was dat wel anders. De zaal zat bij uitspraken vaak helemaal vol met betrokkenen. Ik vind het zelf in dit verband altijd wel bijzonder dat zo’n strafzaak ’proces’ heet. Het is niet alleen de naam, maar het is ook daadwerkelijk een proces: in emotionele zin maak je samen iets door.’’ In Cambodja zal dat niet anders zijn. „Het emotionele proces zal voor dat land een evengrote functie hebben als het feitelijk verloop van de strafzaken”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.