*

 

Van Basten denkt vooral als een clubcoach

door Henk Hoijtink − 12/08/06, 00:00

Bij het begin van een nieuwe cyclus zijn door Marco van Basten opnieuw twee in het clubvoetbal gerespecteerde internationals op klinische wijze afgevoerd. Maar daarmee is het kernprobleem niet verholpen, erkende feitelijk ook de bondscoach zelf.

Spits Van Nistelrooij en middenvelder Van Bommel werden niet uitgenodigd voor de oefeninterland van woensdag tegen Ierland, de voorbode voor het EK-kwalificatietoernooi. Dat was al niet eens meer verrassend, gezien de handel en wandel van Van Basten dan. Van Nistelrooij werd tijdens het WK gepasseerd en bij Van Bommel heeft de bondscoach al langer zijn bedenkingen.

Het tweetal, waarvoor Van Basten ogenschijnlijk alleen voor de vorm de deur nog niet helemaal dichtgooide, treft hetzelfde lot als Seedorf, Davids, Kluivert en Makaay, die – de één eerder dan de ander – uit de gratie geraakten. Van Basten bezweert dat aan zijn nieuwste ingreep geen persoonlijke motieven ten grondslag liggen. Veel reden om daaraan te twijfelen is er niet: Van Nistelrooij en Van Bommel, beiden bepaald geen natuurtalent, beantwoorden in de kern niet aan het profiel van Van Basten, de voormalige stilist.

Ze zijn de afgelopen jaren vooral bij hun clubs van waarde geweest in teams waarin met hun zwakkere kanten (techniek in de kleine ruimte bij Van Nistelrooij, defensieve lichtzinnigheid bij Van Bommel) rekening werd gehouden. Maar dat is niets vreemds. Het gaat op voor het gros van de voetballers, óók op het hoogste niveau. Het is daar aan de coaches om spelers op elkaar af te stemmen en hun kwetsbaarheden te camoufleren opdat hun pluspunten (bijvoorbeeld de diepgang van Van Bommel) kunnen renderen.

Van Basten lijkt daar niet of nauwelijks toe bereid – in elk geval bij bepaalde spelers niet, zoals eerder bovenal Seedorf en Davids moesten ervaren. In zijn visie staat het zogenoemde voetballende vermogen centraal, hoe (zelf)misleidend die term ook is. Tijdens het WK werd onderstreept hoezeer de veronderstelde techniek van bij Ajax geschoolde Van Basten-protégés als Sneijder en Van der Vaart achterblijft bij de handelingssnelheid van de veelzijdige middenvelders die op het wereldpodium de dienst uitmaken.

Bovendien kon Oranje in Duitsland niet voldoen aan de scherpe fysieke eisen die tegenwoordig vooral op het middenveld worden gesteld. Van Basten onderschreef gisteren de tekortkomingen op dat vlak, maar bij gebrek (in zijn ogen dan) aan sterke kerels (‘een type Rijkaard’) kondigde hij aan op dezelfde voet verder te gaan. In zijn eerste post-WK-selectie oogt de bezetting van het middenveld zonder Van Bommel en de als international gestopte Cocu zo mogelijk nog lichter dan in Duitsland.

De koers van Van Basten versterkt de indruk die al snel na zijn aantreden, twee jaar geleden, ontstond. Feitelijk maakte Van Basten zijn keuzes van meet af aan als een clubtrainer. Hij heeft voor Oranje als zijn ’club’ een speelwijze voor ogen, hoe kort de tijd ook is om daarop te oefenen – óók, zo moet hem toch ook wel zijn gebleken, rond een eindtoernooi. Er werden in die fase evenmin wezenlijke stappen voorwaarts gemaakt en nu er op doelman Van der Sar na geen leidende spelers meer zijn, mag daar ook in de nabije toekomst nauwelijks op worden gerekend.

Het kan onderhand geen kwaad te memoreren wat in eerste aanleg van een bondscoach mag worden verlangd: het selecteren van ’s lands beste spelers en hen opstellen in een systeem dat zo goed mogelijk op hun onvermijdelijke haken en ogen is afgestemd. Van de andere weg die Van Basten koos, is de verfrissing nu wel af. Teamspirit, zo is gebleken, hebben andere ploegen ook, zeker in het beslissende stadium. En de verbale uitglijders van de bondscoach volgen elkaar inmiddels op: na de ontijdige kritiek op Van Nistelrooij in Duitsland corrigeerde Van Basten zichzelf gisteren over de ’zeven’ die hij zichzelf al te lichtzinnig na het WK gaf en over de ongepaste vergelijking tussen Davids en de 46-jarige Wouters.

Het wijst op onervarenheid én op een in de top uiteindelijk hinderlijke rechtlijnigheid van een coach die de indruk niet kan wegnemen met verschillende maten te meten, en die zijn weg willens en wetens vervolgt met een mager bewapende spelersgroep. Voor een herhaling van zetten dient, vroeg of laat, in de EK-cyclus ten zeerste te worden gevreesd.

mailIcon print |