Na acht jaar ondermaats spel op de greens van de Europese Tour, heeft Maarten Lafeber er genoeg van. Nederlands beste golfer weet het niet meer, is ten einde raad geraakt.
Lafeber versleet meer dan 150 verschillende korte putters en smeet een stel in vijvers en meren waarlangs hij zich ergerde. Ook de afmaker waarmee hij in 2003 in Hilversum de Dutch Open won. Hij nam lessen en talloze adviezen, maar bleef zwaar achter bij de andere betere spelers in Europa.
Zo ook in de tweede ronde van de KLM Open. Zijn tweede omloop op De Kennemer in Zandvoort ging in 74 slagen. Met zijn totaal van 144 na 36 holes moest hij zich ernstig zorgen maken of hij in het weekeinde wel zou mogen doorspelen voor een deel van het prijzengeld van 1,6 miljoen euro. Lafeber kwam in de wachtkamer te zitten. „Dat is wel de laatste plaats waar je wilt zijn.”
Het wachten duurde extra lang. De tweede dag van Nederlands belangrijkste golfkampioenschap werd twee keer langdurig onderbroken door onweersdreiging en regenbuien die de greens onder water zetten. De beide pauzes maakten dat de tweede ronde gisteren niet kon worden afgespeeld. Vanmiddag op zijn vroegst valt de beslissing over wie verder mag en wie niet.
„Ik hoop dat ik er nog bij mag zijn”, zei Maarten Lafeber, „Dan ga ik iets doen waar ik altijd op tegen ben geweest, en dat is de lange putter hanteren. Misschien dat die stok mij uit de problemen kan helpen.”
De lange putter kan de zogenoemde ’bezemsteel’ of de ’buikstick’ zijn. Bij de bezemsteel wordt het uiteinde onder de kin of in de borst geplaatst om de bal in de hole te vegen. Bij de ’buikstick’ wordt het uiteinde tegen de navel gezet en eveneens een veegbeweging gemaakt. Lafeber was altijd tegen dit soort afwijkend golfmateriaal.
Een gesprek in Zandvoort met favoriet Colin Montgomerie na nieuwe wanhoop hielp hem van zijn geloof vallen. „Monty behaalde met de korte putter voor de achtste keer de Europese titel. Dit jaar gebruikt hij de ’buickstick’ weer. Mijn manager Michiel Floris bezit zo’n ding. Ik heb er wel eens mee gespeeld en dat ging goed, maar dat was niet in een wedstrijd. Met de korte putter speel ik in de training ook altijd goed, alleen in de wedstrijden niet.”
Lafeber verklaarde zijn matige optreden door het gebrek aan vertrouwen op de greens. „Omdat je slecht staat te putten, wil je met de ijzers de bal vlak bij de vlag slaan. Dat is forceren. Gelukkig ben ik goed met mijn lange slagen, anders had ik al lang een andere baan moeten zoeken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.