*

 

Voor Mitchell is een gewone klas niet goed

door Harriët Salm − 27/07/06, 00:00

Mitchell (10) zit sinds kort in een speciale groep voor kinderen met spraak- en taalstoornissen op de openbare basisschool De Polderhof in Almere Haven.

’Eindelijk gaat het weer beter met hem’, verzuchten Bert en Elles Miedema, zijn ouders.

Elles: „We wisten al vroeg dat er iets niet in orde was. Mitchell sprak niet. Hij gebruikte klanken en hij wees. Daarom is hij vanaf zijn tweede jaar bij een logopediste. Hij ging op zijn vierde dus naar een gewone basisschool, in onze buurt in Almere. Maar binnen zes weken was al duidelijk dat er echt wat mis was.”

Bert: „Om overzicht te krijgen ging hij op een stoel staan rondkijken in de klas. Hij communiceerde niet.”

Elles: „We hebben ons vervolgens aangemeld bij de Stichting Gewoon Anders om geld voor extra onderwijs te krijgen, een rugzakje. We kregen al snel een verwijzing voor de Praatbus, een speciale groep voor kinderen met spraak- en taalproblemen op reguliere basisschool De Omnibus. Die school staat in een andere wijk. Daar heeft hij groep 1 en 2 gezeten, dat ging best goed. Vanaf groep 3 ging hij langzaam integreren in een gewone klas, want die speciale groep is er alleen voor de groepen 1 tot en met 3.”

Bert: „Hij is absoluut vooruit gegaan in die tijd. Na de herfstvakantie in groep 3 ging hij helemaal over naar een gewone klas. Dat betekent een klas met 25 tot 30 kinderen, terwijl hij in de praatbus met 12 kinderen zat.”

Elles: „Op het sociale vlak ging het altijd wel met Mitchell, hij vindt wel aansluiting bij andere kinderen. Problemen ontstaan als er geleerd moet worden. Hij heeft ernstige spraak- en taalmoeilijkheden en dat heeft weer effect op zijn leerontwikkeling, want alles leer je in taal. Lezen is een drama, nog steeds.

Praten is ook moeilijk, hij praat in korte zinnetjes, het zit wel in zijn hoofdje maar het komt er moeilijk uit.”

Bert: „Hij is ontzettend snel afgeleid.”

Elles: „Tijdens het jaar dat hij in de gewone groep 3 zat, hebben wij hem weer overgeplaatst naar de school in de buurt, daar zat ook zijn oudere zus.”

Bert: „We dachten: het is leuk voor hem om met vriendjes uit de buurt op school te zitten. Maar groep 3 is een probleemjaar geworden.”

Elles: „Hij kwam in een drukke klas, voor Mitchell is dat niet goed geweest.”

Bert: „Groep 4 is wel goed gegaan.”

Elles: „Ja, een superjaar. Dat kwam door de leerkracht, een man, dat vond ie prachtig. Hij begreep Mitchell. Maar ja, toen kwamen dus groep 5 en groep 6, dat is het afgelopen schooljaar geweest. Een ramp. Hij had twee parttime leerkrachten die allebei totaal verschillend onderwijs gaven, voor een jongen als Mitchell is dat moeilijk. Een leerkracht zei ons: er zitten wel meer kinderen met problemen in de klas. Hij moet zelfstandig kunnen werken. Maar dat kan Mitchell niet. Ik heb af en toe wel een traan gelaten. Toen ik bijvoorbeeld te horen kreeg: uw zoon kijkt af. Maar hij wilde niet afkijken: hij keek om te zien wat hij moest doen, dat begreep hij namelijk helemaal niet.”

Bert: „Zo’n school accepteert een jongen met een beperking, maar de haalbaarheid hebben ze niet serieus bekeken. Mitchell kreeg drie keer in de week een halfuur extra begeleiding van iemand van de Stichting Gewoon Anders, dat was wel goed. Maar als de school daar verder niet bij aansluit blijft het lastig.”

Elles: „De woede zit nog erg hoog bij mij. Het is vreselijk als je kind telkens zegt: ik wil niet meer naar school. Om de twee weken was hij dit jaar ziek, echt hoge koorts. En dan kostte het hem weer een week om op krachten te komen.”

Bert: „Hij moest presteren, maar de druk was voor hem te hoog.”

Elles: „Daar werd hij ziek van. Want sinds begin april zit hij weer in een aparte spraak en taalgroep, nu op De Polderhof, en hij is niet meer ziek geweest. Deze groep is eigenlijk bedoeld voor kinderen tot acht jaar, dus hij is verreweg de oudste, maar hij vindt het leuk. Na de zomer start op deze school voor het eerst in Almere een groep voor oudere kinderen van 8 tot 12, daar komt hij in. En, eerlijk gezegd, alles is beter dan wat hij had.”

Bert: „We waren bang dat hij depressief zou worden, nu gaat hij weer met plezier naar school.”

Elles: „Er is geen spraak-taalschool, cluster 2, in Almere meer. We moesten dus naar Amsterdam of Amersfoort met Mitchell.”

Bert: „Dat er in een grote stad als Almere geen speciaal onderwijs is voor deze kinderen, dat vind ik onbegrijpelijk. Na alles wat we hebben meegemaakt is deze groep wel een praktische oplossing. Maar als we de keuze hadden, zou hij op een school voor speciaal onderwijs beter af zijn.”

„Integratie van kinderen met een beperking op een gewone school kan voor sommige kinderen goed werken. Maar we zijn niet allemaal hetzelfde. Er blijft een zwaardere groep voor wie speciaal onderwijs beter is. Je zou als ouder wel de keuze moeten houden en die is er voor ons in Almere niet.”

mailIcon print |