Vanaf 2010 mogen scholen kinderen met een handicap niet meer weigeren. Schoolbesturen moeten zelf een oplossing bieden voor ieder kind dat zich meldt.
Ouders die een kind hebben dat extra zorg nodig heeft op school – omdat het doof, blind, zeer moeilijk lerend, gedragsgestoord, etc. is – hebben in Nederland twee mogelijkheden. Zij sturen hun kind naar het speciaal onderwijs: naar een school die in de specifieke handicap gespecialiseerd is. Of zij vragen extra geld (een rugzakje) om het kind op een gewone school extra te laten begeleiden.
Dit systeem heeft nadelen. Zo blijkt in de praktijk dat ouders langs scholen moeten shoppen met hun kind. Want een school mag een gehandicapt kind afwijzen, zolang ze daarvoor maar argumenten geeft.
Minister Van der Hoeven wil dit zorgsysteem daarom in 2010 omgooien. Er komt dan een zorgplicht: schoolbesturen zijn verplicht een goede oplossing te vinden voor elk kind dat zich bij hen aanmeldt.
De inspectie ziet erop toe dat zij die taak nakomt, zo niet, dan dreigt de jaarlijkse overheidssubsidie voor de school ingetrokken te worden.
Het wettelijk onderscheid tussen speciaal en regulier onderwijs wordt daarmee opgeheven. Voor de wet worden alle scholen gewone scholen. Ze worden ’speciaal’ in hun aanbod van onderwijs of bijvoorbeeld omdat ze meer leerlingen aannemen met een bepaalde handicap. Er kunnen dus in de praktijk scholen voor speciaal onderwijs blijven bestaan.
Almere is voor de minister het lichtend voorbeeld: in deze gemeente is al een aantal jaar een vorm van zorgplicht. Eind jaren negentig tekenden alle schoolbesturen in de stad een overeenkomst waarin ze afspraken zoveel mogelijk gehandicapte leerlingen een plek te bieden op een ’gewone’ school. De Stichting Gewoon Anders is belast met de uitvoering.
Ieder kind in de gemeente met een beperking komt bij deze Stichting terecht. Het geld dat de scholen krijgen voor kinderen die speciale begeleiding nodig hebben, de zogenoemde rugzakkinderen, gaat naar deze stichting, die voor ieder kind onderwijs op maat moet regelen. Er wordt bepaald wat het kind heeft en waar het het beste naar school kan. Een casemanager blijft het kind volgen, overlegt met de school over de voortgang en is betrokken bij de opstelling van het handelingsplan voor de leerling in de klas.
Speciaal onderwijs is er in Almere voor bepaalde handicaps, zoals voor moeilijk lerende kinderen en leerlingen met een gedragsstoornis. Maar bijvoorbeeld een spraak-taalschool, voor dove kinderen, is er niet. Ook voor blinden is er geen gespecialiseerd onderwijs. Zij gaan dagelijks met een busje naar een school buiten Almere, zoals Amsterdam of Amersfoort.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.