Minister Van der Hoeven wil dat zoveel mogelijk kinderen met een handicap naar een gewone school gaan. In Almere proberen ze dat al uit. Vaak gaat dat goed, maar voor sommige kinderen blijkt deze nieuwe aanpak niet te werken.
De klas van leerkracht Laura Doeswijk op basisschool De Polderhof in Almere Haven hangt vol plaatjes. Bij het kringgesprek met de kinderen gebruikt ze gebaren ter verduidelijking van haar woorden of ze maakt simpele geluiden. „Sheriyen, hoeveel klapjes waren dat?”
Juf Laura leidt een klas van twaalf kinderen met een spraak- en taalstoornis onder de naam ’de Praathof’. Almere biedt hiermee een unieke tussenvorm tussen speciaal en regulier onderwijs. De kinderen uit de Praathof spelen tegelijk buiten met de andere kinderen van deze school. Ook zijn er gezamenlijke lessen en als alles goed gaat, stappen kinderen op den duur helemaal over naar een reguliere groep.
De stad in de polder is met deze onderwijsvorm een voorloper op landelijk beleid. Minister Van der Hoeven wil in de toekomst voor ieder kind, welke handicap het ook heeft, een eigen passend onderwijsaanbod (zie kader). In Almere experimenteren ze al sinds eind jaren negentig met het zogenoemde ’groep in school’- model, speciaal onderwijs op een gewone school. Ook voor zeer moeilijk lerende kinderen bestaan dergelijke groepen op reguliere basisscholen.
Aan de kinderen van de Praathof is niets bijzonders te zien, behalve misschien het kleine gehoorapparaatje dat sommigen in hun oor hebben. Ze lijden aan een onzichtbare stoornis, legt Simone Sarphatie, orthopedagoge en logopediste, uit. „Deze kinderen hebben een normale intelligentie, maar hun verbale ontwikkeling loopt achter.”
Sarphatie is in dienst van de Stichting Gewoon Anders, de organisatie die in Almere het onderwijs aan alle kinderen met een handicap regelt. Volgens haar lukt het bijna altijd om voor een kind met een beperking een goed plekje op een reguliere school te vinden. „Maar als een school blijft volhouden een kind niet te willen, dan is het lastig.” Dan wordt de zorgplicht, waar de scholen zich eigenlijk aan gebonden hebben, niet altijd waargemaakt. „Meestal als zo’n school voet bij stuk houdt, haken de ouders af.”
De Polderhof ziet de speciale groep als een experiment, vertelt directeur Thijs Remmers. Hij ziet voor- en nadelen. „Heb je de speciale groep niet, dan moet een gehandicapt kind in het regulier onderwijs meedraaien met de normale groep. Af en toe krijgt het, meestal buiten de klas, een halfuurtje extra begeleiding. Daardoor blijft er soms veel nadruk liggen op wat het kind niet kan. Het krijgt een matig rapport, en moet daar dan mee naar opa en oma, dat is niet leuk. Dat kan je in De Praathof vermijden: daar wordt bij binnenkomst gemeten wat een kind kan en vervolgens de vooruitgang gezien. Dat is voor het kind veel positiever.”
Maar het kost wel energie om die speciale groep normaal mee te laten draaien op school. Er moeten aparte afspraken komen over projecten die de groep met de andere kinderen doet. „Die integratie is wat je wilt, maar die kost tijd. Je moet waken voor het ontstaan van twee kampen: wij en zij.”
Niet iedereen is blij met de huidige organisatie in Almere voor onderwijs aan kinderen met een handicap. Lisette van de Velpen bijvoorbeeld is vrijgevestigd logopediste en heeft veel kinderen met spraak- en taalproblemen in haar praktijk. „Vooralsnog is de komst van de stichting Gewoon Anders niet altijd een verbetering voor kinderen met een beperking”, vindt zij. „Er gebeurt, vooral in het reguliere onderwijs te vaak te weinig voor hen.”
Dat ligt niet aan de organisatievorm, maar aan gebrek aan geld. Zo komt er pas volgend jaar een spraak-taalgroep voor kinderen van acht tot twaalf. Tot nog toe moesten kinderen die acht werden naar het regulier onderwijs of naar het speciaal onderwijs buiten Almere. „In Almere is er geen speciaal onderwijs voor hen, geen spraak-taalschool. Ouders kiezen vaak liever voor een reguliere school in de buurt.” Het kind krijgt daar wel extra begeleiding, het zogenoemde rugzakje. „Maar dat is niet altijd voldoende en dus komen die kinderen bij de vrijgevestigde logopedisten terecht. We helpen ze graag, maar hebben vanuit de praktijk onvoldoende mogelijkheden om de logopedie op school goed te kunnen integreren.”
Uit eigen ervaring weet ze bovendien dat er soms te weinig materiaal is op speciale groepen in de reguliere scholen. „Op een speciale school kun je veel speciaal materiaal bieden, maar verspreid je dat over verschillende basisscholen, dan wordt dat al snel te duur.”
Ook Sarphatie zou best meer geld willen voor betere leermiddelen en nog meer begeleiding, maar zij denkt dat veel kinderen met de huidige regeling in Almere wel goed af zijn.
De zesjarige Sheriyen lijkt tevreden in haar kring. Het meisje praat vrolijk door iedereen heen, zit snel aan andere kinderen en als haar iets verteld wordt, luistert ze slecht. Aan de muur hangt een velletje met haar naam en de vraag: hoe ging het in de kring? Als het goed gaat, komt er een sticker op het vel, die ze zelf mag uitzoeken. „Op een visuele en positieve manier krijgt zij zo de aandacht die ze nodig heeft”, denkt Sarphatie. In een reguliere groep met 30 kinderen, zou dat niet kunnen. „En als het straks beter met haar gaat, kan ze op een veilige manier binnen de school naar een reguliere groep.” Zat ze op een speciale school dan was die overstap minder waarschijnlijk geweest.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.