Mensen die uit Turkije naar Nederland willen verhuizen, moeten sinds maart een inburgeringsexamen afleggen in hun vaderland. Slimme ondernemers bieden cursussen aan in Istanbul.
De eerste les voor tien Turkse inburgeringscursisten begint met een kleine preek van de docente. „Nederland is een land van mogelijkheden. Als jullie je goed aanpassen, kunnen jullie het maken daar. Dat is de meeste Turken niet gelukt. Ze leven in getto’s en zijn ongelukkig.”
Jongens en meisjes van huwbare leeftijd uit Europese landen deden het altijd al goed op de huwelijksmarkt in Turkije. Lukte het om op de een of andere manier de huwelijksboot in te stappen met een ’Euroturk’, dan kon je je koffers pakken voor een leven in het begeerde Westen. Maar sinds half maart moeten de jonge Turken een tweede drempel overbruggen: de toets inburgering, af te leggen op het Nederlandse consulaat in Istanbul of Ankara.
Cor Wildenberg, die sinds twee jaar in Turkije woont, zag zijn kans schoon en begon een cursus Nederlandse taal en cultuur in een van de drukste wijken van Istanbul. Terwijl docente Nazan üzcinar lesgeeft, zit de Nederlander tussen zijn jonge cursisten. Hij doet braaf mee als de eerste Nederlandse zinnen worden uitgesproken. Wanneer de beurt aan de ondernemer is, zegt hij: „Ik heet Cor, mijn achternaam is Wildenberg.”
Wildenberg, even later in de pauze: „Zoals je ziet zijn de eerste deelnemers aan de cursus vrij goed opgeleide, ambitieuze jongeren die waarschijnlijk geen moeite zullen hebben met de toets. Maar ik weet niet of jongeren uit de binnenlanden van Turkije een kans zullen hebben. Ik hoor van de docenten inburgering in Nederland dat het niet zelden gaat om analfabeten. Het lijkt erop dat Nederland via deze toets natuurlijke selectie toepast. De beste Turken zullen de reis naar Nederland mogen maken, de slecht opgeleiden moeten thuisblijven.”
Navraag bij het Nederlandse ministerie van justitie leert dat sinds maart zo’n honderd mensen de toets hebben afgelegd; niet alleen in Turkije maar ook elders. Vijf mensen zijn tot nu toe gezakt. Over de achtergronden van deze eerste toetsafleggers is nog niets bekend.
Het deelnemen aan de lessen van Wildenberg kost per persoon zo’n 500 euro. Bovendien moet elke inburgeraar bij de toets op het Nederlandse consulaat 350 euro neertellen. Slaagt hij of zij niet, dan kost deelname aan elke nieuwe toets, die elke drie maanden plaatsvindt, nog eens 350 euro.
Atakan Akcay, die met Zeynep uit Utrecht gaat trouwen, maakt zich geen zorgen om het geld. De computerprogrammeur met zijn 900 euro salaris wil het gaan maken in Nederland. „Ik ben op bezoek geweest bij Zeynep. De Nederlandse maatschappij sprak mij zeer aan. Alles is daar goed geregeld en mensen tonen respect voor elkaar. Met mijn beroep kan ik daar ook nog eens tussen de 3000 en 4000 euro per maand verdienen. Ik zie het wel zitten.”
Heeft hij er wel eens over nagedacht dat hij zijn leven lang gebroken Nederlands zal spreken, en zoals veel Turken misschien niet zal aarden in Nederland? Atakan: „Het was eerder Zeynep die zich niet kon aanpassen aan Turkije. Dat hebben we ook geprobeerd. Nee, ik ben optimistisch. Ik zal vloeiend Nederlands spreken.”
’Feeling’ met Nederland is al ontstaan bij de cursisten. Atakan wil dat Nederland het WK wint. Serdar en Iskender, die komen aanschuiven, zijn ook voor Oranje. De docente roept hen naar binnen. Serdar is alweer vergeten hoe hij in het Nederlands ’Mijn naam is Serdar’ moet zeggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.