*

 

Zuid-Koreaanse boer zoekt vrouw

door Sang-Ah Yoo − 01/07/06, 00:00

De Amerikanen willen ook nog de Koreaanse rijstmarkt opengooien. En Koreaanse boeren hadden het al zwaar. De gemiddelde boer is 60 jaar oud, en de jonkies hebben moeite een vrouw te vinden.

Vorige maand kwamen Zuid-Korea en de Verenigde Staten samen om afspraken te maken over vrijhandel tussen beide landen. De Koreaanse regering beschermt momenteel binnenlandse rijstboeren met subsidies en tarieven – zo mag maar 4 procent van de rijstimport uit het buitenland komen.

Tot grote frustratie van de Amerikanen. Die zetten druk op de Koreaanse regering hier een eind aan te maken. De Koreaanse boeren willen geen open markt, omdat ze bang zijn dat het land dan overspoeld wordt met goedkopere rijst, waardoor het voor hen moeilijker wordt hun spullen te verkopen.

En het bestaan van de Koreaanse landbouwers is al zo moeilijk. „Het Koreaanse boerenbedrijf is klein, en de inkomenskloof tussen mensen op het platteland en in de stad wordt steeds groter”, zo vertelt Lee Chung-won, medewerker van het Koreaanse ministerie van land- en bosbouw.

De Koreaanse boerenbevolking vergrijst snel. Van de 3,5 miljoen boeren in het Aziatische land is maar liefst 58 procent zestig jaar of ouder, en 24 procent is tussen de vijftig en 59 jaar oud. Nog geen 0,2 procent is onder de 30, zo blijkt uit cijfers van het ministerie.

„Ja, er zijn baby’s nodig op het platteland”, aldus Lee. Maar zo makkelijk is dat niet. „Koreaanse vrouwen zien het leven op het platteland niet zitten. In een land waar status, geld en achtergrond uiterst belangrijk zijn, scoort een boer niet hoog.”

De laatste tijd halen de landbouwers hun bruiden dan ook van ver. Het aantal internationale huwelijken op het Koreaanse platteland is behoorlijk gestegen. Twee jaar geleden trouwde 27 procent van de Koreaanse boeren en vissers met een buitenlandse vrouw. In maart dit jaar was 35 procent met een buitenlandse getrouwd, aldus cijfers van het Nationale Bureau voor de Statistiek in Korea. Zo’n 60 procent van deze vrouwen komt uit China, 18 procent van de bruiden komt uit Vietnam, Thailand of de Filippijnen.

Om er meer boeren bij te krijgen, heeft de Koreaanse regering veel programma’s in het leven geroepen om het boerenbedrijf te promoten, vertelt Lee. Hij wijst er op dat mensen die besluiten een landbouwbedrijf op te zetten, kunnen rekenen op gratis cursussen, lessen over bijvoorbeeld ’de technologie in de landbouw.’

De beambte is niet zo somber over de toekomst van de Koreaanse landbouwer. „Je ziet dat er ook genoeg boeren zijn die zich redden zonder hulp van de regering. Mensen die zich specialiseren op het telen van bepaalde soorten landbouwproducten, gezonde rijst bijvoorbeeld. Of boeren met grote bedrijven, die gebruik maken van moderne technologieën. Die bedrijven zijn voldoende concurrerend, ook als de rijstmarkt wordt opengegooid.”

mailIcon print |