Jarenlang had het kabinet-Balkenende ruzie met, zo leek het, heel Nederland. Maar het ging net beter. Een terugblik op de meest ideologische coalitie in jaren.
Minister Gerrit Zalm kon een paar weken geleden een gevoel van triomf nauwelijks onderdrukken. Gevraagd naar de mogelijkheid dat het kabinet in 2007 een begrotingsoverschot zou achterlaten, kostte het hem moeite voorzichtig te blijven.
Het ging de laatste maanden eindelijk beter met het tweede kabinet-Balkenende. En dan die bananenschil in de vorm van de nationaliteit van Ayaan Hirsi Ali.
Nederland was ongelukkig met zichzelf in het voorjaar van 2003. Er werd gebouwd aan een nieuw kabinet, maar niets was normaal. De stormachtige opkomst van het Fortuynisme, de moord op Fortuyn en het mislukte avontuur met regeringsverantwoordelijkheid voor de LPF dreunden na. De verkiezingsuitslag wees op de terugkeer van oude verhoudingen. Het CDA bleef de grootste partij, de PvdA herstelde zich van de klap van 2002, de VVD was op normale sterkte en LPF was naar de marge verbannen.
Maar niets was normaal. Het zelfvertrouwen was totaal weg. De kiezer was somber, de consument gaf geen geld uit, op de beurzen werd met adembenemende snelheid waarde vernietigd. De betaalbaarheid van oudedagsvoorzieningen was opeens onzeker en de werkloosheid, waarvan sommige overmoedige economen nog maar kort daarvoor zeiden dat die definitief verdwenen was, nam snel toe.
In die omstandigheden zette CDA-leider Balkenende bij de formatiebesprekingen met de PvdA in op zware hervormingen. De onderhandelingen moesten wel mislukken. Maar de beoogd premier wilde niet wijken. Hij zocht mede-uitvoerders van zijn agenda en niet een grote meerderheid in de Kamer.
Het uiteindelijke kabinet van CDA, VVD en, verrassend genoeg, D66 was het meest ideologische kabinet dat Nederland in jaren gekend heeft. De verzorgingsstaat zou de komende jaren volledig ’gerenoveerd’ worden. Al is een volledige verbouwing dichter bij de waarheid. CDA-prominent en oud-minister Bert de Vries schreef twee jaar na de start dat het kabinet ervan uitgaat dat mensen die afhankelijk worden van de verzorgingsstaat, dat voor een groot deel aan zichzelf te wijten hebben. Dat bleek bij de hervorming van de arbeidsongeschiktheidswetgeving. Elke WAO’er zal worden herkeurd, kondigde het nieuwe kabinet aan. Ben je niet volledig arbeidsongeschikt, dan is het jammer en zul je weer aan de slag moeten, wil je uiteindelijk niet van een karige bijstandsuitkering afhankelijk worden.
Wat men ook vinden mag van deze hervormingsagenda, hem aankondigen in het maatschappelijk klimaat van 2003 vergde moed. Het kabinet werd in drie jaar dan ook nooit populair. Al binnen dertien maanden had de coalitie ruzie met, zo leek het, heel Nederland. Pas nadat het Museumplein in oktober 2004 volliep met mensen die te hoop liepen tegen de ingrepen in vut en prepensioen, kwam er enige inkeer. Voor het eerst was Balkenende bereid tot enig compromis.
Incidenten waren er genoeg in drie jaar. De moord op filmmaker Theo van Gogh was een schok die het vermogen van de ministers om de maatschappelijke verhoudingen leefbaar te houden tot het uiterste beproefde. De positie van allochtonen en de rol van de islam zijn constant onderwerp van debat. Veel verder is dit kabinet daar niet mee gekomen.
Daarin onderscheidt Balkenende II zich niet van andere kabinetten. De constante van dit kabinet is de hervormingsagenda en de permanente staat van oorlog waarin het zich bevond met de samenleving.
Vooral voor D66 was het kabinet een beproeving. In de partij bestond vanaf het begin weerstand tegen deelname. De democraten verloren in de drie jaar hun lijsttrekker, een fractievoorzitter en vrijwel al hun kiezers. De aloude kroonjuwelen van de partij, de gekozen burgemeester, een nieuwe kieswet en het referendum, zijn dof geworden. Niet in de laatste plaats door het optreden van de D66-fractie zelf. Nadat de gekozen burgemeester in de Eerste Kamer door toedoen van de PvdA was gesneuveld, wilde fractievoorzitter Dittrich niet langer de kaarten zetten op bestuurlijke vernieuwing. Hij viel daarmee de lijsttrekker van 2003, minister Thom de Graaf van bestuurlijke vernieuwing, in de rug aan. De Graaf verdween en Pechtold kwam. Hij was vooral bezig met onrust zaaien.
Na de val van De Graaf kwam er een nieuw stukje regeerakkoord. Het kabinet ging stug verder met hervormen, de nieuwe WAO kwam klaar, het ziektekostenstelsel werd vernieuwd, vervroegde uittreding van werknemers werd moeilijker, maar er kwam zand in de machine.
D66 werd eigenzinniger en, uiteindelijk, een steeds groter risico. Grove inschattingsfouten van fractievoorzitter Dittrich zorgden ervoor dat het kabinet het debat over Uruzgan nog overleefde en de democraten zelf met de brokken achterbleven. De grote hervormingsagenda was voor D66 geen probleem. De pijn zat in meer geïsoleerde kwesties. De persoon en het beleid van Rita Verdonk bijvoorbeeld.
Het absolute dieptepunt voor het kabinet is nog maar drie maanden geleden. De coalitiepartijen kregen in maart bij de gemeenteraadsverkiezingen van de kiezer een ongehoorde veeg uit de pan. Het kabinet leek na deze linkse direct niet meer in staat op te staan. Niemand gaf nog een cent voor de kansen om de vier jaar vol te maken.
Drie maanden zijn echter een lange periode in de politiek. Het klimaat verbeterde met de dag. De hervormingsagenda was grosso modo afgerond. De ingewikkelde operatie rond de nieuwe ziektekostenverzekering was ongekend soepel verlopen. En, niet onbelangrijk, de economie deed eindelijk wat hij al lang had moeten doen. De ellende van elkaar opvolgende bezuinigingsrondes is voorbij.
Het kabinet kan het zich veroorloven hier en daar aan koopkrachtondersteuning te doen. Politieke discussie over het verdelen van de weelde zijn voor regerende partijen altijd lonender dan discussies over verdeling van de pijn.
Het zelfvertrouwen in de Nederlandse samenleving komt terug en ook het kabinet profiteerde. Plotseling kalft de riante positie van de linkse oppositie in de peilingen af. Ook bij de PvdA krabde men zich de laatste tijd achter de oren. Scenario’s als in 1986 zullen ook daar door het hoofd gespeeld hebben. Ook toen stond de PvdA jaren op grote winst in de peilingen, maar bleek het CDA van premier Ruud Lubbers bij de verkiezingen alsnog de grootste partij geworden te zijn. De PvdA werd veroordeeld tot nog eens vier jaar oppositie.
Het jaar dat het kabinet nog te gaan had, zou alleen een jaar van oogsten geworden zijn voor Balkenende II. Een jaar, waarin de vrede met een voor de verkiezingen van 2007 betekenisvol deel van de samenleving getekend had kunnen worden. Dat het er niet van komt, is vooral voor de PvdA een opluchting.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.