Niets is zo dodelijk als een verhaal te moeten uitspreken, waarvan de tekst ruim van tevoren onder de aanwezigen is verspreid. Dan wel met het nodige ceremonieel beleidsstukken te moeten overhandigen, die vier dagen eerder al op straat lagen. De glans is eraf. De spanning is eruit. De oogst bestaat uit louter geveinsde belangstelling, aangelengd met de duivelse hoop op een verspreking, of een oneffenheid in het ceremonieel.
Premier Balkenende lijkt daarom zowel koningin Beatrix als minister Zalm een grote dienst te hebben bewezen door een streep te halen door de embargoregeling. Die zorgde ervoor dat journalisten, politici en belangenbehartigers onder strikte geheimhouding een dag van tevoren over de troonreden konden beschikken, en vier dagen van tevoren over de miljoenennota. En per saldo kon heel het volk ervan meegenieten, want telkens weer bleek dat de regeling zo lek was als een mandje. Toch geloof ik er niets van dat de premier hiermee prinsjesdag gered heeft, zoals Trouw gisteren pontificaal meldde.
De reden is dat er domweg niets te redden valt. Dat is alleen maar mogelijk als we terug konden keren naar het oerbegin, toen de Koning vanuit zijn soevereiniteit aan de in de Ridderzaal samengedromde leden der Staten-Generaal zijn beleidsvoornemens voor het komend jaar openbaarde. De troonrede wordt echter sinds jaar en dag geschreven door de premier. Hooguit heeft de koningin enige inspraak over zinnen die niet goed lopen, wat meestal het geval is. En voor het overige zit er weinig anders voor haar op dan op subtiele wijze wraak te nemen in haar kersttoespraak. Zoals in 1988, toen premier Lubbers in ‘zijn’ troonrede zei dat het beter ging met het milieu en de koningin in haar kerstoespraak zo ongeveer de ondergang van de schepping aankondigde.
De belangrijkste reden is echter dat de premier in ‘zijn’ troonrede meestal niets nieuws te vertellen heeft. In dat document wordt ieder woord op een goudschaaltje gewogen, net zo lang tot ze allemaal passen binnen de consensus van de regeringscoalitie. Vorig jaar bestond die consensus uit de plechtige verzekering dat het na de zure jaren de goede kant op gaat. Dit jaar deed het kabinet er geheel volgens verwachting een schepje bovenop. Mede dankzij de bezuinigingen en hervormingen kan er nu geoogst worden. Iedereen gaat erop vooruit.
Zoals gezegd, weinig verrassend. Maar wat dat betreft is Balkenende geen uitzondering. Alle premiers voor hem hielden verhalen die pasten binnen de consensus van het moment. Geen van hen waagde het erop daarbuiten te treden. Kok durfde het in 2001 zelfs niet aan de troonrede te toonzetten aan de hand van de gebeurtenis die toen (en trouwens nu nog) iedereen bezighield, de aanval op de Twin Towers. Het bleef bij Hollands gekruidenier, tot Pim Fortuyn het land uit deze droom hielp.
Daarmee vergeleken, getuigt deze troonrede zelfs van lef. Hoe saai ook geformuleerd (zo saai zelfs dat Balkenende op een persconferentie daarna hetzelfde verhaal nog eens in ronkende bewoordingen herhaalde), die troonrede zegt toch maar dat het kabinet het de afgelopen jaren goed heeft gedaan, dat Nederland er beter voorstaat dan ooit en (tussen de regels door) dat er voor een nieuwe regering geen tittel of jota aan toe te voegen valt. Gewoon stug doorgaan op dezelfde weg, luidde de boodschap. Liefst met hetzelfde kabinet en vanzelfsprekend met het CDA in een leidende rol.
Maar ook dat wisten we al. Het enige wat er zodoende aan nieuws te noteren viel, bestond uit datgene wat er nadrukkelijk niet gezegd werd. Namelijk hoe het verder moet met de integratie en vooral ook wie straks de rekening moet gaan betalen van het ongemoeid laten van de AOW en de hypotheekrenteaftrek. Dat zijn op dit moment weinig populaire zaken waar zelfs Balkenende zijn vingers niet aan durft te branden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.