*

 

De mosselkweek bewijst: innoveren is vooral dúrven Ik stem op 7 maart

door Wim van Gelder − 20/09/06, 00:00

Nederland moet innoveren, maar hoe? Grootste probleem is niet het ontbreken van geld voor onderzoek, maar de risicomijdende houding van bedrijven en overheid.

Er is er weer veel kritiek op het Innovatieplatform geleverd, de afgelopen weken. Het platform zou, onder voorzitterschap van de premier, niet hebben gebracht wat het moest brengen. Want: er wordt te weinig geïnvesteerd in kennis en onderwijs. Maar innovatie is niet de vanzelfsprekende som van kennis en geld.

Willen investeringen in onderwijs en onderzoek tot hun recht komen, dan moeten alle betrokkenen vooral ook meer moed, creativiteit en ambitie tonen. En hebben ze een open houding nodig ten aanzien van vernieuwingen. Deze eigenschappen worden nu nog te vaak in de kiem gesmoord, in enkele gevallen door overheidsbeleid, maar ook door zeer menselijke karaktertrekken als vooringenomenheid, zelfgenoegzaamheid en risicomijdend gedrag.

De overheid neemt soms de noodzaak tot innovatie weg door met subsidiebeleid onrendabele sectoren te beschermen. Boeren in Europa hoeven niet te concurreren en te innoveren, want zij zijn verzekerd van een goede prijs voor hun graan en vlees. De onwil en angst om de open concurrentie aan te gaan, speelt ook bij de kwestie van ’de Poolse loodgieter’. Algemeen wordt aangenomen dat de voornaamste bedreiging ligt in de arbeidskostensfeer. Maar dat klopt niet. De ware bedreiging ligt in de kwaliteit. De eindtermen van de opleidingen voor installateurs in Polen, Hongarije en Tsjechië liggen veel hoger dan in Nederland. We kunnen dit negeren en ’de Poolse loodgieter’ zoveel mogelijk proberen te weren, maar dan ontnemen wij onszelf ook een prikkel voor de creativiteit en de ambitie die nodig zijn om met onze vakbroeders uit de nieuwe lidstaten te concurreren.

Zelfgenoegzaamheid is vooral een probleem bij bedrijven en organisaties die koplopers zijn. Zij hebben de neiging achterover te leunen. Tot nog niet eens zo heel lang geleden dachten velen dat Zeeland op aquacultuurgebied een comfortabele toppositie innam. Totdat een onderzoek uitwees dat een land als Griekenland zich inmiddels sterk ontwikkelt. Mede dankzij die bewustwording zijn in Zeeland nu een paar mooie initiatieven van de grond gekomen. De nieuwe mosselsoort onder de naam ’Commissarismossel’ wordt volledig gecontroleerd gekweekt. Kokkels worden uitgezaaid in waterbakken op land. En landbouwers kweken ’zagers’ (een soort wormen) als visvoer, waar eerst vismeel werd gebruikt.

Juist op innovatiegebied is risicomijdend gedrag vaak een obstakel. De ontwikkeling van innovatieve producten is duur. Het risico is groot en de angst is altijd aanwezig dat een concurrent met de innovatie aan de haal gaat.

Als creativiteit en ambitie in botsing komen met heersende normen en waarden, kunnen innovaties op voorhand taboe worden verklaard. Voorbeelden daarvan zijn het ethische verzet (om redenen van privacy) tegen de ontwikkeling en toepassing van de smartcard, terwijl deze kaart evidente en baanbrekende logistieke voordelen kan opleveren. Er is weerstand tegen gentechnologie. In Zeeland klinkt protest tegen ontpoldering, waardoor vernieuwingen in watermanagement nauwelijks voet aan de grond krijgen.

Al deze eigenschappen dempen het gevoel van urgentie, dat een belangrijke drijvende kracht is achter innovatie. En er zijn tal van ontwikkelingen aan te wijzen die aanleiding geven voor dat gevoel. Willen wij de uitdagingen waarvoor die ontwikkelingen ons stellen effectief kunnen oppakken, dan zullen vooringenomenheid, zelfgenoegzaamheid en risicomijdend gedrag eerst plaats moeten maken voor creativiteit, ambitie en moed, én voor het besef dat innovatie een gezamenlijke uitdaging is. Kennis en geld alleen zijn niet genoeg.

mailIcon print |