*

 

Verschillen vertellen ook iets over onszelf

door Josine Blok − 20/09/06, 00:00

Cultuurverschillen kunnen beangstigend zijn, maar juist door die verschillen leren we wie we zelf zijn.

Het motto van de Vredesweek 2006, ’De ander, dat ben jij (zelf)’ is overduidelijk goed bedoeld. Het spoort ons aan om in mensen die vreemd lijken eigenschappen te herkennen die wij zelf hebben, net zulke zorgen en wensen, zodat we het over fundamentele zaken eens kunnen worden. Maar dat is wel een erg eenvoudig recept. Een niet gering deel van de huidige spanningen tussen groepen in de Nederlandse bevolking komt voort uit het feit dat we niet allemaal hetzelfde zijn en ook niet willen zijn. Als we dat feit niet erkennen, is de vrede van korte duur.

Ik wil zelfs pleiten voor een principieel andere opstelling. Het beginsel van gelijkwaardigheid dat in het motto besloten ligt, moet een leidraad zijn bij al het handelen, van rechtsgelijkheid tot de naleving van maatschappelijke omgangsregels. Maar het lijkt me dringend noodzakelijk mensen de vrijheid te laten om te voelen en te denken wat ze willen, ook al zijn dat soms ideeën die niet stroken met wat we in het handelen verwachten en zelfs eisen. Voor mijn standpunt heb ik twee, elkaar aanvullende argumenten.

In West-Europa kwamen de laatste dertig jaar veel nieuwkomers die een fundamenteel andere levenswijze hadden dan hier in Nederland gebruikelijk. Laat ik duidelijk stellen dat het verschil in godsdienst – het grote percentage moslims onder immigranten – niet het voornaamste probleem is. Met verschil in levenswijze denk ik aan de sterke scheiding tussen mannen- en vrouwenwereld, grote nadruk op een soort mannelijkheid die vrouwen als ongelijk en homoseksualiteit als bedreigend ziet, en de gevolgen van armoede en analfabetisme. De vraag is hoe we die verschillen hanteren, waar ze vrij baan mogen hebben en waar ze ondergeschikt moeten worden aan principes van gelijkheid. Op ons allen wordt met kracht ingepraat, door de overheid, door onszelf en elkaar, wat we hiervan moeten vinden. Nu eens worden we aangespoord het allemaal prachtig te vinden, dan weer is een strenge culturele regulering het parool.

Voor veel beleidsmakers en bezorgde burgers is cultuurverschil een probleem dat liefst zo snel mogelijk zo klein mogelijk zou moeten worden. Hun zorgen zijn in een zekere zin gegrond. Een Turks-Nederlandse vader die de vrouwelijke mentor van zijn kind op school niet als acceptabele gesprekspartner bejegent, de Marokkaans-Nederlandse afgestudeerde die maar niet aan een baan komt omdat zij een hoofddoek draagt, terwijl dit in de beoogde baan totaal geen probleem zou hoeven zijn – het zijn de pijnpunten van alledag die moeizaam en gestaag onderhandelen vergen. We zien echter overal dat veel oude en nieuwe Nederlanders zich juist steeds meer richten op hun eigen cultuur, tot een invention of tradition aan toe. Veel meisjes en vrouwen die nu hoofddoeken dragen, deden dat vroeger niet. Veel Nederlanders, die vroeger niet bepaald om geschiedenis gaven, gaan zich nu intensief om het vaderlands verleden bekommeren. Dit accentueren van de eigen cultuur, en daarmee van cultuurverschil, zie ik als een constructief element. Volgens sommige filosofen en psychologen kun je verschijnselen pas gaan waarnemen en begrijpen als je ziet waarin ze verschillen. Dat geldt ook voor het zelfbegrip van mensen.

Eén voorbeeld uit mijn eigen specialisme, het antieke Griekenland, wil ik uitvoeriger bespreken. De Griekse geschiedschrijver Herodotus schreef tussen 440 en 420 v. Chr. een boek waarin hij de vraag opwierp waarom en hoe de Grieken en de Perzen een halve eeuw daarvóór in een grootschalige oorlog verzeild waren geraakt. Zijn antwoord luidt, in moderne termen gesteld: het was een botsing van belangen, gedragen door een botsing van culturen. Om het complex van oorzaken en motieven te beschrijven, bracht Herodotus de hele hem bekende wereld in kaart, die in die jaren ofwel tot het Perzische rijk behoorde ofwel in de invloedsfeer van de Griekse steden lag. Hij beschrijft alle volken en hun voornaamste gebruiken. Op deze manier kent hij alle volken dezelfde behoeften en vermogens toe, waaraan elk volk een eigen vorm heeft gegeven. In Herodotus’ model blijkt echter een volk exotischer gebruiken te hebben naarmate dat volk geografisch verder van Griekenland is verwijderd. Zo is en blijft Griekenland het middelpunt. Zijn beschrijvingen houden dus zowel een poging in, anderen te begrijpen, als om de eigen identiteit te bepalen. Het is een vorm van de gedachte ’De ander, dat ben jij’ – niet als ethisch voorschrift, maar als middel om een complexe situatie te ordenen en verwerken. In deze vorm is het benoemen van verschil geen uiting van agressie, maar een onmisbaar element.

mailIcon print |