Er zijn tachtig bomen gekapt, maar verder is alles hetzelfde gebleven. De honkbalweek is een traditie en die verander je niet. Zelfs die ene scheidsrechter komt hier al 32 jaar.
Naast het Pim Mulier Sportpark wordt een brede sloot gedempt. Dat verlaagt het grondwaterpeil en daarom moesten de bomen weg. Zo is er vanaf de tribune ineens uitzicht op de spoorbaan. Voor het eerst hoor je de treinen niet alleen, maar zie je ze ook. In een traditie passen veranderingen slechts mondjesmaat. Hoe onbeduidend ook voor het evenement, ze vallen meteen op.
De Honkbalweek is tweejaarlijkse traditie met een hoog charmegehalte. Hier kom je om gezien te worden, hier hoort een Haarlemmer te komen die mee wil tellen. Het is het enige aansprekende sportevenement in de stad die voorheen een reputatie als gemeente met sportweken had, maar die in rap tempo al het moois naar de ratsmodee heeft zien gaan.
Alleen de honkbalweek rest. De organisatie is apetrots dat – voor het eerst in de roemrijke historie – iedere wedstrijd van het Nederlands team al voor het toernooi begon stijf uitverkocht was. Dat zijn, exclusief de bezetting van de 32 skyboxen, 3915 kijkers per duel.
Herkenbaar, vertrouwd, dat is de honkbalweek. Het is een paar dagen thuiskomen in een sportief mekka, een nostalgische terugdompeling in een vaste en vasthoudende traditie. Het is de 23ste alweer.
Gewoonte-bezoekers omcirkelen de Week met vette letters in hun agenda’s. Zij zijn habitués, iedere twee jaar weer. Vier vrouwen van de eerste rij op de tweede ring lopen traditiegetrouw hun polonaises tussen de innings. De sneldichter roept zijn rijm naar de tribune met stamgasten die hem luidkeels herhalen. Niet te verstaan, toch leuk. De muziek appelleert aan de smaak van het publiek. Altijd hetzelfde want herhaling is de basis van het succes. Entertainment in een sportief kader. Sport als excuus voor amusement.
Arbiter Fred van Groningen Schinkel stond hier in 1974 voor het eerst achter de plaat en 32 jaar later beoordeelt hij de pitches nog steeds. Het is zijn zestiende Week. Zo word je als scheidsrechter zelf bijna een traditie. Johnny Balentina speelt zijn zevende toernooi, een gedeeld record met onder anderen Herman Beidschat, Charles Urbanus en Marcel Joost, die er nu als eerstehonkcoach van Nederland weer bij is.
Dit jaar tendeerde de organisatie naar landenteams. De affiches verkopen de illusie dat de wereldtop hier speelt. Cuba, Japan, de Verenigde Staten: dat zijn gerenommeerde honkballanden, maar ze stuurden minder gerenommeerde spelers. In de baaierd van Hollandse knusheid op de tribunes valt niet op dat het tweede garnituur is.
De enige uitzondering is Nederland. Dat is er altijd op z’n sterkst. Gisteravond speelde Nederland 1 tegen Japan 2, een team met bedrijfsspelers. Aanvankelijk leek Nederland het af te leggen tegen deze fabriekshonkballers. Startend werper Tom Stuifbergen incasserde in vijf innings acht hits (0-4). De zevende inning begon Nederland met een 5-1 achterstand, maar na drie kwartier (!) en spitsuur op de Japanse heuvel met drie werperswisselingen stond Oranje met 6-5 voor. De overige twee innings brachten geen verandering meer. Nederland won, hoewel Japan meer hits produceerde: 12 om 10.
Nederland won pas eenmaal, twee jaar terug, de honkbalweek. Dat is dus nog geen traditie, maar de ploeg is aardig op weg het afdwingen van een finaleplaats in ieder geval tot die status te verheffen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.