Er moet een volwaardig rompkabinet komen, dat alle beslissingen kan nemen. Anders komt de
Het kabinet is gevallen, maar de werkelijkheid verandert niet. Denk aan de zware militaire missie in Uruzgan. Die vergt een vastberaden politieke aansturing. Maar Defensie kan evenmin zonder een goedgekeurde begroting voor 2007, die een aantal voor de uitzendingen noodzakelijke investeringen moet autoriseren. Het zijn overwegingen die de politiek verantwoordelijken moeten aanzetten tot de snelle vorming van een volwaardig rompkabinet dat alle beslissingen kan nemen.
Maar er is meer. De besluitvorming bij uitzendingen is de laatste tijd chaotisch geworden. De Kamer eiste recent een beslissende stem te krijgen bij uitzendingen. Dat heeft grote gevolgen voor eventuele nieuwe of lopende operaties.
Volgens de Grondwet beslist de regering over de inzet van de krijgsmacht. Maar bij handhaving van de internationale rechtsorde moet het parlement van tevoren worden ingelicht. De praktijk is echter gegroeid dat de regering álle uitzendingen afhankelijk gemaakt heeft van instemming van de Kamer. De Kamer wil dit nu formaliseren, en een commissie heeft een wetswijziging voorgesteld zodat het kabinet bij uitzendingen naar het buitenland de Kamer altijd om instemming móet vragen. Dat lijkt niet onlogisch. Het gaat thans veelal om uitzendingen waarbij Nederland een vrije keus heeft om deel te nemen. Het grote voordeel van zo’n instemming is dat de steun voor de operatie wordt verbreed.
Het instemmingsrecht heeft echter belangrijke consequenties. Neem bijvoorbeeld de multinationale snel inzetbare reactiemachten voor onverwacht opdoemende taken, de NRF van de Navo en EU-Battlegroups. De regering verplicht zich daarbij om gedurende vastgelegde perioden troepen daarvoor gereed te houden. Maar als zo’n macht daadwerkelijk wordt ingezet, is er geen zekerheid dat de Nederlandse troepen zullen deelnemen; het parlement moet immers instemmen. Maar dán eenheden terugtrekken is praktisch onmogelijk. De kamercommissie komt met wat schijnoplossingen, maar een oplossing is er niet. Bij een instemmingsrecht van de Kamer moet deelname aan deze reactiemachten uit het ambitieniveau geschrapt worden.
Er is nog iets. Aan Navo-operaties gaan complexe besluitvormingsprocedures tussen de Navo-autoriteiten en de regeringen vooraf. Het is een aftasten van mogelijkheden, met geheimhouding omgeven, ook door de noodzaak tot discretie in het internationale overleg. Pas na een afgerond plan is er een basis voor een nationale discussie. Maar als de Kamer dan aan het regeringsvoorstel tot deelname de instemming onthoudt, valt de bodem uit dat plan. De Navo – in het bijzonder de meest betrokken landen – keek met kromme tenen naar het recente besluitvormingsproces over Uruzgan. Er stond voor hen politiek en militair heel veel op het spel. Er zal nu bij volgende gelegenheden tenminste zorg zijn om met Nederland dit soort afspraken te maken. Dikwijls zal bij de kamerdiscussie terugtrekken van het troepenaanbod redelijkerwijs niet meer mogelijk zijn; het instemmingsrecht is dan schijn. Dan moet men de beslissing bij de regering laten. Dat schept staatsrechtelijke duidelijkheid. Als men dat niet wil, moet Nederland zich bedenken om nog aan dit soort operaties deel te nemen.
Het instemmingsrecht heeft, door de inherente beperkingen, zoals tijd en geheimhouding, ook verder invloed op de middelen van de krijgsmacht, met name op de eenheden die primair zijn bestemd om in de eerste fase van een conflict te worden gebruikt. Dergelijke eenheden dreigen daarvoor nu nooit te worden gebruikt. Zo’n taak past dan niet in het ambitieniveau; men moet dan kiezen voor de meer beslissingstijd toelatende vervolgoperaties.
Als de parlementaire besluitvorming overeenkomstig de gegroeide praktijk geïnstitutionaliseerd wordt, moet dat gevolgen hebben voor de inrichting van de krijgsmacht. Het gaat om drie beslissingen: Welke rol wordt de krijgsmacht in het buitenlands en veiligheidsbeleid toebedacht? Hoe moet de besluitvorming over het gebruik van de krijgsmacht plaatsvinden? En hoe moet de krijgsmacht binnen de beperkingen van de financiën dan worden ingericht?
Deze drie elementen zijn als communicerende vaten met elkaar verbonden.
Minister Kamp, met alle goeds wat hij voor de krijgsmacht heeft gedaan, is om deze problemen heen gelopen. Hij beperkte zich tot de aanschaf en het beschikbaar stellen van middelen, maar de waarde daarvan zit in het gebruik.
Het is onverantwoordelijk dat na interne problemen bij de regeringscoalitie enkele politici lichtvaardig op de val van het kabinet hebben aangestuurd, waarbij het landsbelang werd genegeerd. Op veiligheidsgebied heeft het kabinet forse problemen achtergelaten, die geen lange periode van onzekerheid gedogen.
Het gaat om de uitzendingen. Het gaat ook om de besluitvorming daarbij, die hopeloos verward is. Een probleem kan zich elke dag weer voordoen. Wat moet domineren, het instemmingsrecht van de Kamer bij uitzendingen óf de slagvaardigheid en de ambitie die Nederland thans nog nastreeft met de krijgsmacht? Als de keus niet snel wordt gemaakt, kunnen missies risico lopen, verliezen we geloofwaardigheid als veiligheidspartner, strooien we onszelf zand in de ogen, wordt geld en energie verspild. Over dit alles moet snel duidelijkheid komen. Het gaat om de positie van Nederland, om 45.000 militairen en om 7,8 miljard euro per jaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.