*

 

Milieuvriendelijk rijden wordt alleen een succes in een auto die ook sexy is.

door Peter Dekkers − 11/10/06, 00:00

Veel mensen herinneren zich het nog als de dag van gisteren: de herfst van 1973, de eerste keer sinds vele jaren dat Nederland gebukt ging onder een algemeen crisisgevoel, naar aanleiding van de olieboycot. Fietsend over de A2 op de autoloze zondagen die toen werden ingesteld, kon je nadenken over onze afhankelijkheid van Arabische olie.

Dat is inmiddels al meer dan dertig jaar geleden. Gezien de razendsnelle en revolutionaire technologische ontwikkelingen op allerlei gebied in die periode, zou je denken dat de westerse wereld inmiddels ook een oplossing had gevonden voor die olie-afhankelijkheid.

Toch lijkt er op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe aandrijftechnieken van auto’s nauwelijks iets te zijn gebeurd. Eerder het tegendeel: auto’s als rijdende forten, mastodonten met vierwiel-aandrijving en benzineslurpende achtcilinder-motoren verheugen zich in een toenemende populariteit. En het nieuws over door andere stoffen dan benzine aangedreven auto’s blijft al jaren beperkt tot goedbedoelde experimenten her en der. Wat stadsbussen op aardgas, een enkele dienstauto die op waterstof rijdt, maar zelden verder komt dan het hek van het bedrijfsterrein. We hebben de afgelopen decennia al heel wat verkeers- en milieuministers zien plaatsnemen achter het stuur van alweer een onooglijk karretje dat bij wijze van spreken op kippenmest reed. In vrijwel alle gevallen betrof het vervoermiddelen met een een totale afwezigheid van imago, behalve dan dat van de geitenwollen sok. De praktijk heeft ons immers allang geleerd dat een succesvolle auto niet alleen mooi, betrouwbaar en veilig moet zijn, maar ook iets anders moet hebben om de verkoopcijfers omhoog te krijgen: ’seks’.

Waar blijven dus de échte auto’s met schone aandrijftechnieken? En welke techniek maakt de meeste kans op doorbreken? Wat gaan onze kleinkinderen tanken?

Er lijkt – zij het nog steeds geleidelijk – verandering te komen. Natuurlijk hebben de onderzoekers en techneuten de afgelopen decennia niet stilgezeten. Achter de schermen is druk geëxperimenteerd met alternatieve brandstoffen: elektriciteit, biogas, aardgas, ethanol, alcohol, waterstof.

Er zijn auto’s op onze wegen verschenen met revolutionaire technologie onder de motorkap, waar niemand meer zijn hoofd voor omdraait. Zoals de Toyota Prius, de Lexus RX 400h en de Honda Civic Hybrid, hybride-auto’s die allemaal zowel op benzine als op elektriciteit kunnen rijden.

Maar er is meer: het Amerikaanse General Motors heeft een prototype uitgebracht dat geheel op waterstof rijdt: de Chevrolet Sequel. De Sequel is nog niet te koop (en al zou ie te koop zijn, dan was ie onbetaalbaar) maar wel veelbelovend: het is de eerste voor serie-productie geschikte auto in Amerika, die volledig onafhankelijk is van aardolie.

Verder heeft BMW, dat al jaren bezig is met de ontwikkeling van betaalbare waterstof-aangedreven motoren, de eerste serie-geproduceerde auto gepresenteerd die op waterstof rijdt: de Hydrogen 7. Geen lullig karretje, maar een échte BMW. Met ’seks’ dus. In serie geproduceerd, weliswaar, maar (nog) niet te koop. Wél te leen. Om uit te proberen, in eerste instantie vooral voor grote bedrijven.

„Eigenlijk willen we met deze auto de vicieuze cirkel doorbreken van de kip en het ei”, zegt Diederik Reitsma, PR-chef van BMW. „Want: geen waterstof-auto’s, geen waterstof-tankstations, en omgekeerd. Het is ook een signaal aan de politiek”, aldus Reitsma.

De Hydrogen 7 heeft vooralsnog ook een benzine-motor in het vooronder. Anders zou je er immers nauwelijks mee kunnen rijden. Om in de waterstof-behoefte te voorzien, stelt BMW een mobiele pomp ter beschikking. Deze eerste serie-geproduceerde waterstof-auto is dus eigenlijk een stap in een lange marathon; uiteindelijk zullen onze kleinkinderen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid waterstof tanken en niet beter weten. Dat is ook de mening van Ronald Mallant, manager bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten. „Uiteindelijk denk ik dat de waterstof-aangedreven auto de meeste kans maakt’’, zegt hij. ECN heeft inmiddels een waterstof-aangedreven voertuig ontwikkeld, dat gisteren door ex-minister Alexander Pechtold van bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties is gepresenteerd. Het wagentje, de ’HydroGem’ gedoopt, rijdt rond op het ECN-bedrijfsterrein en is daarmee de eerste Nederlandse waterstofauto in operationele dienst.

Voordat alle technische en infrastructurele problemen rond de waterstof-aangedreven auto zijn opgelost, zijn we al gauw een decennium verder. Maar het staat onmiskenbaar te gebeuren.

mailIcon print |