*

 

Ieder jaar samen kamperen Hein (73) en Ben (73)

Door: redactie − 11/10/06, 00:00

’Onze eerste gezamenlijke schildervakantie in Frankrijk was door de gevolgde cursus een prijzige zaak, vandaar dat we besloten in het geheim te stemmen over de vraag: „Is het leuk met z’n tweeën?”, vertelt Ben Kloos (73) uit Voorschoten. Inmiddels is het zeventien jaar geleden dat hij en zijn vriend Hein Kamp (73) uit Bussum besloten om voortaan elk jaar met elkaar richting Frankrijk te rijden om daar twee weken te schilderen en wijn te drinken en van het locale Provençaalse leven te genieten. „Waarom we gingen stemmen? Soms doe je iets en dan weet je: dat was één keer en nooit weer. Ons initiatief kreeg iets formeels door die stemming. We deden de twee briefjes in de pot en toen bleek: we gaan door.”

De mannen ontmoetten elkaar op het huwelijk van Bens zus. Toevallig troffen ze elkaar later in Frankrijk, aan het wildkamperen met de familie. Hein deed toentertijd mee aan een schilderscursus en het jaar daarop besloot ook Ben mee te doen. Waar ze besloten voortaan met z’n tweeën te gaan.

De manier van kamperen is hetzelfde als jaren her: „Anderen kiezen soms voor een hotel of voor de caravan, wij blijven overnachten elk in ons ’bolletje’.” Elke ochtend staan ze om half zeven op, om klokslag acht uur zitten ze achter ’de plank’. De lunch begint vaak pas na drie uur ’s middags en de nacht begint vroeg. Trots laat Hein drie boekjes zien, volgeplakt met foto’s van hun jaarlijks uitje. „De rest van het jaar bellen we elkaar eens in de maand. Aan meer contact hebben we niet zo’n behoefte’’, zegt hij. „Maar als het honderd dagen A.D. is– voor ons geen anno domini, maar Avant Départ – dan begint het aftellen. Op 14 juli willen we in Frankrijk zijn.”

De camping in het zuiden van Frankrijk in Apt is het middelpunt van een kleine wereld die Ben en Hein al schilderend goed hebben leren kennen. „We houden van het buitenleven, zo tussen de krekels, de padden en de uilen in ’onze’ boomgaard met kersen. Als de meeste kersen geplukt zijn, is de rest voor ons als glaneurs. Dat mis je als je in een hotel zit.” Op een dag bleek een deel van het bos in de okergroeve waar de twee mannen vaak schilderen gekapt te zijn. „Een catastrofe”, zegt Ben. „Echt. Het einde van de wereld.” Alleen de twee vrienden weten precies hoe erg die boomkap is. „Het zijn de kleine dingen die zo belangrijk zijn: de bomen, de krekels en de vraag of er dit jaar wel of geen abrikozen zijn, het gemopper over het verdwijnen van de middenstand.” Hein: „Ook al zouden we nu niet meer gaan schilderen in Frankrijk, dan hebben we nog zoveel herinneringen samen, dat onze vriendschap wel blijft bestaan. Als ik weer iets nieuws heb om te schilderen, bel ik Ben.”

En wat vinden ze van het idee om met de twee families gezamenlijk naar Apt af te reizen? „Nee”, zegt Ben beslist, „Want dan is het anders.” Hein: Dan werkt hét niet meer. Dan werkt de ’formule’ niet meer hoe wij bezig zijn met ons leven daar. Dat is onze wereld, van ons tweeën.”

mailIcon print |