Minister Verdonk (integratie) is bereid het onderscheid tussen genaturaliseerde Nederlanders en autochtone Nederlanders te schrappen in de nieuwe Inburgeringswet.
Daarmee komt zij vergaand tegemoet aan de bezwaren van de Kamer, die de juridische onderbouwing onder deze wet te mager vindt.
Verdonk zei gisteren na een kamerdebatje bereid te zijn het gewraakte artikel drie van de Inburgeringswet aan te passen. Wel houdt ze vast aan de invoeringsdatum van 1 januari 2007. Volgens ingewijden was ze geschrokken van het verzet.
Volgens vrijwel alle fracties, inclusief haar eigen VVD, maakt dit artikel onderscheid tussen de herkomst en etnische afkomst en is er daarmee sprake van discriminatie, bleek maandag bij de behandeling van het voorstel. Dit acht de Kamer dermate belangrijk dat gisteren om een spoedadvies van de Raad van State werd gevraagd over artikel drie.
Daardoor dreigt het verplichte inburgeringsexamen, een van de pijlers van haar beleid voor de integratie van allochtone Nederlanders, niet de eindstreep te halen – wat voor haar en het kabinet een blamage zou zijn. Onder andere de Raad van State en de commissie gelijke behandeling oordeelden negatief vanwege het discriminatoire karakter van het voorstel, dat beoogt de integratie te bevorderen. De Kamer vreest dat de wet niet door de Senaat komt of bij de rechter sneuvelt.
Verdonk noemt drie categorieën oudkomers die verplicht het inburgeringsexamen moeten afleggen: uitkeringsgerechtigden, opvoeders en geestelijke bedienaren (imams en predikanten). De groep is circa 500.000 mensen groot; ongeveer de helft heeft de Nederlandse nationaliteit. Het probleem zit bij de laatsten. Er zou sprake zijn van ongelijke behandeling van Nederlanders als zij gedwongen worden examen te doen vanwege taalachterstand en kennis van de samenleving.
Verdonk denkt nu het probleem op te lossen door de naar haar schatting 130.000 oudkomers met een uitkering die de Nederlandse nationaliteit hebben met het bestaande juridische instrumentarium te dwingen taalcursussen te volgen. Zij krijgen een uitkering en van hen mag op straffe van korting iets verlangd worden, is de redenering.
Lastiger is de doelgroep van de opvoeders, vooral moeders. Voor Verdonk en de Tweede Kamer een zeer belangrijke doelgroep omdat ook hun kinderen achterstand hebben. ,,We moeten nog kijken hoe we daar uitkomen’’, zei ze gisteren. Een oplossing zou zijn gemeenten een grotere rol te geven om deze opvoeders te stimuleren inburgeringscursussen te volgen. Dat gebeurt nu ook. De geestelijke bedienaren vormen geen probleem qua groepsomvang (circa 500).
Maandag werd het overleg opgeschort. Toen verdedigde Verdonk nog robuust haar wetsvoorstel. ,,Ongelijke groepen Nederlanders mag je ongelijk behandelen’’, zei ze tegen de Kamer. Volgende week woensdag gaat het overleg verder.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.