*

 

Nederland zal winst boeken met open grenzen voor de Poolse arbeidskracht

Door: redactie − 15/03/06, 00:00

Het kabinet is verdeeld over het openen van de grenzen voor werkers uit de nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Het zou niet moeten twijfelen aan het nut daarvan.

Nederland heeft na de toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de EU gebruikgemaakt van de mogelijkheid hun toegang tot de arbeidsmarkt te beperken. De goedkope, hardwerkende Pool werd het symbool van een gevaar voor de Nederlandse economie.

Nederland stond daarin niet alleen; een meerderheid van de leden van de oude EU zet haar grenzen mondjesmaat open voor de Poolse arbeidskracht. Nederland deed dat door de werkers uit de nieuwe lidstaten te verplichten een werkvergunning aan te vragen, en een beperkt aantal vergunningen beschikbaar te stellen.

Die maatregel heeft maar gedeeltelijk gewerkt. Er zijn tal van -min of meer legale - wegen om de vergunningplicht heen, bijvoorbeeld door hier niet als werknemer aan de slag te gaan maar als eenmansbedrijf. Bovendien heeft het vergunningstelsel eerder stimulerend dan remmend gewerkt op de zwarte arbeidsmarkt, zoals gisteren bleek in Rotterdam, waar een illegale uitzendorganisatie met enkele honderden Polen werd opgerold.

De wettelijke beperkingen op de arbeidsmigratie zijn niet effectief. Bovendien schaden ze de Nederlandse economie. Op termijn heeft Nederland alleen maar te winnen bij open grenzen, ook voor arbeid. Het openen van die grenzen kan in sommige sectoren pijn doen. Maar die pijn kan beter nu worden geleden dan uitgesteld tot het eind van de afgesproken overgangsperiode. Het economisch tij is gunstig nu.

De angst van minister Bot van buitenlandse zaken dat Nederland met open grenzen het putje van Europa wordt, is niet terecht. Integendeel: Nederland loopt eerder de kans de afvoer van Europa te worden als het te lang vasthoudt aan beperkingen op het vrije verkeer. Als Nederland economisch vooruit wil, moet het kabinet beslissen het vergunningstelsel voor arbeiders uit de nieuwe lidstaten niet te verlengen, maar af te schaffen. Wel mag worden geƫist, zoals de vakbeweging doet, dat er voor gelijke arbeid gelijk wordt betaald. Arbeiders uit de nieuwe lidstaten kunnen hier dan aan de slag, maar op basis van de geldende cao's. En het toezicht op de naleving van die cao's moet het kabinet niet afschuiven naar de sociale partners; de overheid moet daarbij helpen.

mailIcon print |