*

 

Er is alle reden gemeenten te pressen het alcoholprobleem de baas te worden

Door: redactie − 27/07/06, 00:00

Ongeveer op dezelfde dag dat een Naardens bedrijf een biermachine voor thuis op de markt bracht (in een week veertig biertjes in vier smaken!), werd biergigant Heineken benaderd door het preventie-instituut NIGZ. Directeur Krosse vindt het niet genoeg dat Heineken drinkers met een tv-spotje waarschuwt voor te veel innemen. Hij vraagt de multinational ook geld te storten in een op te richten ’onafhankelijk’ fonds, dat erop toe gaat zien dat gemeenten maatregelen treffen tegen overmatig drinken door de jeugd.

Dat het drankgebruik onder jongeren een probleem is, staat buiten kijf. Nederlandse jongeren zijn over de hele linie zoveel gaan drinken dat ze inmiddels te boek staan als de zuipschuiten van Europa. Desondanks lijkt er alleen bezorgdheid te bestaan voor de overlast die dit met zich meebrengt. Die is ergerlijk, maar veel erger is de verwoestende werking van regelmatig en veel drinken op de jonge lichamen. De eerste jeugdige Korsakow-patienten zijn reeds gesignaleerd. Er is dus alle reden gemeenten onder druk te zetten nu tot maatregelen te komen die doel treffen.

Heineken heeft het verzoek van NIGZ echter netjes afgewimpeld. De biergigant vindt een landelijk fonds niet nodig. „Iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid’’, aldus topman Korthals Altes. Vanuit bedrijfsbelang kon het wel eens slim zijn juist wel mee te doen. Wie geld inbrengt, heeft ook recht op een portie invloed op het resultaat. De geschiedenis met de tabaksindustrie heeft geleerd dat de industrie volop kan profiteren van deelname aan overleggroepen: ze heeft dan een extra ingang om de belangen te verdedigen.

Om diezelfde reden moet de samenleving juist níet willen dat de alcoholindustrie ook een bijdrage levert aan zo’n fonds. Het is prima als Heineken zijn clientèle wijst op de nadelen van te veel drinken, maar het is aan de overheid om in volstrekte onafhankelijkheid beleid te formuleren, en daar ook geld voor uit te trekken. Overigens is het een illusie dat die overheid alleen resultaten kan boeken. Ook de omgeving van de jonge drinker zal moeten meewerken. Van hen moeten ze leren dat bier op je dertiende niet normaal is, en elk weekeinde laveloos thuiskomen evenmin. ’Geniet, maar drink met mate’ is minimaal de norm. En het helpt ook als ouders opereren in een klimaat dat hen niet tegenwerkt. Want wie zegt hardop dat een bierbrouwapparaatje voor thuis minder onschuldig is dan een broodbakmachine?

mailIcon print |