Er is de laatste paar weken veel discussie over het kostbare heen-en-weer circus van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg. Er worden veel argumenten tegen dat circus genoemd. Maar er zijn ook andere geluiden. Een argument ben ik nog nergens tegengekomen, en dat is vooral van belang voor gewone burgers, namelijk dat Straatsburg een uitstekende stad is om als gewone belangstellende in contact te komen met de Europese Parlementariërs.
Je komt ze er in het wild tegen al die parlementariërs tijdens die ene week in de maand dat ze er moeten zijn. Ik ben er in mijn – lange – leven zo’n vijf of zes keer geweest, en ik heb met ze gepraat daar aan een tafeltje in die overvolle cafés van de uitgaanswijk Petite France.
Je logeert er met een groep en wordt rondgeleid in het EP-gebouw door een bevriende parlementariër of iemand van de voorlichting. Je ziet ze zitten in de grote vergaderzaal, en als je geluk hebt zie je op plaats 173 of zo iemand de je kent. Je beleeft een standaard rondleiding door de stad met zijn kathedraal en de beroemde klok.
Maar ‘s avonds gebeurt het. Dan ga je langs de restaurants en cafés, daar zitten ze, de mensen die je wilt spreken. Echte parlementsleden van vlees en bloed, met wie je praat over de Europese zaken. En over de eigenaardigheden van de mensen in en achter de politiek. Je leert over de technieken van de besluitvorming en regelgeving in het parlement. En dat alles met die gezelligheid om je heen. De Gewürztraminer smaakt er voortreffelijk. Je hoort alle talen van de wereld.
In Brussel verdrinken de politici in de massa van de wereldstad. Daar zijn het dure eetgelegenheden waar de lobbyisten de weg weten en jou de weg versperren. Nee, dan Straatsburg, stad van redelijke omvang, mooi gelegen aan Vader Rijn en met je Frans-Duits vredes symboliek.
Leve Straatsburg, van mij mag het best een paar dubbeltjes kosten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.