*

 

Na de gestopte penalty is de kerk te klein

door Bara van Pelt in Berlijn − 03/07/06, 00:00

Duitsland is ten koste van Argentinië door naar de halve finale van het WK. Trouw keek de wedstrijd in een ’Fangemeinde’ in Oost-Berlijn. „Voor het eerst heb ik het gevoel dat Duitsland één is.”

Een uur voor de kwartfinale is heel Berlijn op drift. De treinen van buiten zitten vol met fans. Iedereen praat over voetbal, en over hoe goed de sfeer wel niet is. Ook de conducteur, die het deze maand druk heeft, is vol lof. Normaalgesproken heeft hij op de trein nog wel eens problemen – met name met jongelui – maar de laatste weken helemaal niet. Iedereen is relaxed.

Uit het nieuwe Hauptbahnhof stromen duizenden mensen zingend over de ’Fanmeile’ (feestroute) om de wedstrijd op grote schermen te zien.

Ook de ’Fennpfuhlgemeinde’ in Lichtenberg loopt vol. De kerk is een tentvormig optrekje naast een zesbaans weg, omringd door eenvormige, grijze DDR-hoogbouw.

De gemeente is een zogenaamde ’Fangemeinde’ (fan-gemeente). Ze hebben toestemming om alle voetbalwedstrijden in de gemeente te vertonen.

In een gemeentezaaltje naast de kerkruimte staat een projector met scherm. Op de vergaderstoelen proberen jongens hun ledematen in een gemakkelijke houding weg te steken. Onder elke stoel een fles pils. Ze spreken Russisch.

De diaconale jeugdwerker kent de jongens van kind af aan. „We doen hier veel aan jeugdwerk. Nu ze wat ouder zijn, zie je ze in de kerk niet meer. Maar bij dit soort gelegenheden duiken ze ineens weer op.”

Een kwartier voor de wedstrijd arriveert Britta Schatta, de predikante. Vier Duitse vlaggetjes wapperen op haar auto. „Vandaag mag het”, verontschuldigt ze zich lachend. „De kinderen hebben ze erop gezet. Zelf heb ik sinds de DDR-tijd nog wel moeite met gevlag.”

Een vrouwelijke kinderarts is met vrienden meegekomen. „Normaal geeft ik niets om voetbal, maar dit is heel bijzonder”, zegt ze. „Het is voor het eerst sinds de eenwording dat ik echt het gevoel heb dat Duitsland een is.”

Het zaaltje zit vol jonge mensen. Sommigen komen uit de nabijgelegen flats, anderen zijn lid van de kerk. De ouderen zijn thuisgebleven. ’Te luidruchtig’, denkt de predikante.

Maar dat valt reuze mee. De Russische jongeren uit Kazachstan houden zich gedeisd. De helft van hen heeft überhaupt geen voorkeur voor enige partij. Ze wonen hier weliswaar al hun hele leven, maar zijn nooit echt geaard. Zijn ze dan misschien voor Oekraïne? „Nee, dat al helemaal niet”, zeggen ze verontwaardigd.

Als het na de verlenging aankomt op penalty’s, stijgt de spanning. Mensen houden elkaar vast. ’Mann o Mann’ hoor je overal kreunen. Een meneer verzinkt in gebed. „Ik woon hier recht tegenover”, zegt hij even later. „Ik ben niet van de kerk, maar iedereen mag hier komen.”

Als Lehmann de tweede strafschop houdt, is het zaaltje te klein voor het geschreeuw en het gehos. De bejaarden die de herrie schuwden hebben gelijk gekregen. De wijn wordt ontkurkt. Buiten op het pleintje liggen de worsten op de barbecue. We kijken uit op een enorm veld van zonnecollectoren. De gemeente is behalve fan-gemeente ook ECO-actief.

Buiten knalt vuurwerk en overal klinkt getoeter. Het is prachtig weer. Het kringwerk van de gemeente zit erop. De dansavonden waarop de predikant en zijn vrouw voorgaan in het leren van de cha cha cha en de tango ook. Er staat een vakantieweek op het programma met 54 jongeren en daarna een vakantieweek met de families, waar zo’n dertig mensen aan meedoen.

Maar de komende week is Fennpfuhl boven alles ’fangemeinde’. Dinsdag zitten ze er weer. Dan speelt Duitsland de halve finale, tegen Italië.

mailIcon print |