Drie vrouwen (anglicaans, Nederlands gereformeerd en rooms-katholiek) fietsen van Canterbury naar Rome. Vandaag: lijden in Noord-Italië.
Het gesprek komt op lijden, op zelfverkozen lijden, zelfgeseling en de zin daarvan.
Voor we vertrokken had ik me voorbereid op een of twee weken flink afzien. Inmiddels zitten we in de vierde week en er is weinig verandering. Oké, het tempo ligt wat hoger en niet iedere heuvel is een ’berg’, maar de steile hellingen zijn nog steeds een bezoeking. Is dit zelfverkozen lijden en is dat zinvol? Natuurlijk niet en bovendien is zoiets niets voor mij. Zelfgeseling heeft altijd een geur van heiligheid gehad, en dat speelde vooral in de katholieke spiritualiteit een rol. Je ziet het ook terugkomen in ’De Da Vinci Code’, een onderhoudend boek dat op veel punten een scheef beeld geeft.
Het fietsen is dus geen zelfverkozen lijden – afzien lijkt me eigenlijk een beter woord – maar iets wat me overkomt. Zoals het meeste lijden ons overkomt; je hoeft dat niet te zoeken. Ik ben er ook diep van overtuigd dat God geen enkele behoefte heeft om ons te laten lijden, en toch is er lijden.
Is lijden dan eigenlijk wel zinvol? Voor mij hangt de zin van lijden af van hoe je ermee omgaat. Speelt God in ons lijden een rol? Zelfs als ik een ’Godverlatenheid’ ervaar in lijden, blijft God die rol spelen. Want roept Jezus niet vanaf het kruis: „Mijn God, mijn God, waarom hebt Ge mij verlaten?”
Ik denk ook dat lijden me laat groeien. Ons lijden valt samen met dat van Christus en het kan uiteindelijk vrucht dragen.
Dat is voor de niet-gelovige misschien ’opium van het volk’, de troost die we onszelf aanpraten. De gelovige zal het herkennen als een ervaring die niet als een zelfbegoocheling van de hand kan worden gewezen. God wil geen lijden voor ons, maar Hij is vindingrijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.