In Dronten gebeurt het. En in De Bilt. En in Coevorden, Heerhugowaard en Zutphen. Want, concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau, er is een patroon ontstaan waarbij kerkleden vooral in grotere provincieplaatsen, van zeg 50.000 inwoners, worden aangetroffen. Deze gemeenten zouden op weg zijn om ’bolwerken’ van kerkelijkheid te worden.
„Wat ons geheim is? Niets, hoor”, lacht Klaas Bakker, protestants predikant in Doetinchem (56.000 inwoners). Van een ’kerkelijk bolwerk’ wil Bakker niet spreken, al is zijn indruk dat in zijn eigen Catharinakerk, de kerkverlating over het hoogtepunt heen is.
De verklaring voor de hoge kerkelijkheid in provinciesteden zoekt Bakker in de omvang van de kerken in zulke plaatsen. „Er is minder sociale controle dan in kleine dorpen, en het is hier minder anoniem dan in een grote stad. Er wordt niet voortdurend op je gelet, maar je bent als kerkganger ook niet onzichtbaar.”
De trend dat ook kerkgangers positiever zijn gaan denken over niet-christelijke religies en new age, herkent Bakker wel in zijn gemeente. „Er is steeds minder gêne om te zeggen dat je gelooft in engelen of reïncarnatie. Op zichzelf vind ik dat winst; het is wel goed dat mensen op zoek gaan. Maar soms vraag ik me af waarom ze hun antwoord niet in de christelijke traditie vinden. Waarschijnlijk omdat ze minder kennis van het christendom hebben dan vroeger.”
„Wij trekken tegenwoordig een breder publiek”, zegt Anne Veen van esoterische boekhandel Yantra in Groningen. „Het excentrieke van esoterie en spiritualiteit is er wel van af.” Zijn nieuwe winkelpand symboliseert dat, zegt Veen. „We hebben een ruime, lichte winkel. Iedereen moet er naar binnen durven stappen.”
Hij heeft twee categorieën klanten, zegt Veen. Een groep die zich al vijftien, twintig jaar serieus verdiept in esoterie en spiritualiteit. En daarnaast de groep die Veen – naar het populaire tijdschrift – het ’Happinez-publiek’ noemt. „Zij zijn op zoek naar eeuwenoude wijsheden. Die halen ze uit allerlei tradities.”
Daar schuilt een risico in, zegt Veen. „Je haalt zaken uit hun verband. De uitleg die je er vervolgens aan geeft, is dan niet meer correct.”
Populair bij het Happinez-publiek zijn de boeken van de Duitse schrijver Eckhart Tolle (1948), zoals ’De kracht van het nu’ en ’Een nieuwe aarde’. De andere groep klanten moet daar niets van weten. Die ligt volgens Veen ’jaren’ voor en is nu toe aan ’moeilijke boeken’ over boeddhisme. „Ik krijg beide groepen in mijn winkel, maar ze leven volstrekt langs elkaar.”
„Dat religieuze grasduinen noemden we voorheen wel bricolage, knutselen”, zegt de Nijmeegse rooms-katholieke studentenpastor Theo Koster. „Het is echt geen nieuw verschijnsel, en mijn indruk is dat het onder studenten zijn langste tijd wel gehad heeft.”
Overigens snapt hij de behoefte van de ’zoekers’ wel, zegt Koster. „Mensen lopen zichzelf tegenwoordig voorbij. Ze hebben geen contact meer met zichzelf, geen sociale contacten met anderen, geen contact met God.”
Koster ziet een andere tendens dan het Sociaal en Cultureel Planbureau: studenten zouden steeds meer de neiging hebben zich juist wél te binden. „Ze ontdekken nu dat dat graaien uit allerlei tradities eigenlijk heel oppervlakkig is”, zegt Koster. „Het zorgt niet voor verdieping; daarvoor moet je eerst een keuze maken, bijvoorbeeld voor een gemeenschap.”
Tekenend, zegt Koster, is de populariteit van de abdijweekenden die het studentenpastoraat organiseert. „Zo’n hechte kloostergemeenschap, die verrassend genoeg helemaal niet buiten de samenleving staat, dat spreekt studenten wel aan.”
Volgens het SCP zijn academici sterk ondervertegenwoordigd in de kerken. „Dat zou best kunnen”, zegt Koster. „Maar het bezoek aan de studentenkerk hier in Nijmegen neemt de laatste jaren juist toe. Dat komt doordat wij activiteiten organiseren die mensen niet snel van een kerk verwachten. Het beeld van de kerk is vaak dat van een gesloten conservatief bolwerk. Wij proberen juist in te spelen op vragen van de studenten zelf. Die merken dan dat de kerk hen wel degelijk iets te bieden heeft.”
Koster voelt zich niet verantwoordelijk om academici voor de kerk te behouden, zegt hij. „Als je zo redeneert, plaats je de kerk centraal. Maar het gaat er helemaal niet om de kerk te behouden. Wat telt, is dat we God bespreekbaar houden.”
Vooral ex-gereformeerden blijken na het opzeggen van hun kerklidmaatschap nog opvallend veel ’typisch gereformeerde’ geloofsopvattingen te blijven koesteren.
Een fragment uit het SCP-rapport: „Als iemand breekt met het geloof waarin hij is opgevoed, hoeft dat niet te betekenen dat hij alle elementen daarvan afzweert. (...) De buitenkerkelijken die van huis uit gereformeerd waren, hielden het geloof nog het meest vast. Dat de gereformeerde gezindte zich nog steeds door een orthodoxe gezindheid kenmerkt, blijkt verder uit de beschouwing van de resultaten van randkerkelijken en kerkleden. In beide gevallen is de aanhang voor de leerstellingen onder de gereformeerden het grootst. Die onder de rooms-katholieken is het laagst. Zo gelooft 60 procent van de randkerkelijke rooms-katholieken in een leven na de dood, terwijl bijna alle gereformeerde randkerkelijken en kernleden dat nog doen. (...) Rooms-katholieken denken minder orthodox dan Nederlands-hervormden, en die denken weer minder orthodox dan de gereformeerden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.