Hoge kijkcijfers scoren is een kunst. Maar niets is zo moeilijk in televisieland als het gat opvullen dat een succesvolle voorganger heeft achtergelaten. Presentator Matthijs van Nieuwkerk deed beide met ’De wereld draait door’. „Ik heb het geluk dat ik televisie op mijn intuïtie maak”, zegt Van Nieuwkerk (45). „Ik heb er geen les in gehad en ik gedraag me voor de camera niet anders dan ernaast. Ik bof dat mensen dat leuk vinden.”
Jarenlang zapte Nederland rond halfacht ’s avonds naar Nederland 3, waar afwisselend Sonja Barend en Paul Witteman in ’B & W’ het gesprek van de dag voerden. De opvolger, het cultuurprogramma ’TV3’, sneuvelde al snel. „Dat programma was een waterhoofd. Ik deed het samen met Hadassah de Boer, en wij waren geen gedroomd tandem. Twee presentatoren in een uitzending van een halfuur is sowieso te veel.”
De Boer verdween van het scherm, Van Nieuwkerk mocht terugkeren op hetzelfde tijdstip. Hij toonde zich de vrolijke opvolger van ’B & W’ met ’De wereld draait door’, dat gisteren de eerste uitzending van het nieuwe televisieseizoen beleefde.
Het praatprogramma over televisie en actualiteit wordt in Hilversum wel de ontdekking van 2005 genoemd. Gemiddeld keken er 440.000 mensen per aflevering – geen slechte score voor een nieuw programma op Nederland 3. De dagelijkse rubriek ’Café de wereld’, waarin animatie-BN’ers als premier Jan Peter Balkenende en actrice Georgina Verbaan een drankje drinken, is een fenomeen op zich geworden. Ook de wisselende vaste gasten sloegen aan. Zoals BNN’er Sophie Hilbrand, die weinig zegt maar wel heel gezellig oogt. Of cabaretier Marc-Marie Huijbregts, met wie Van Nieuwkerk buiten de uitzending geen woord wisselt – „het begon als een grapje, maar het is de wet van ’De wereld draait door’ geworden. Het houdt het gesprek authentiek, vers. Het draagt bij aan de levendigheid.”
En natuurlijk radio-dj Giel Beelen, die een paar keer per week platen en een verhaal (af)draait. Als kijker krijg je bij dat programmaonderdeel het idee naar twee bijna obsessief blije muziekliefhebbers te kijken. „Ik ben een muziekfan. Maar dat ik alles van muziek weet, is gespeeld.”
Het is een van de weinige bedachte aspecten van Van Nieuwkerks presentatie. Onlangs presenteerde hij de najaarspresentatie van de Vara. De omroep goot de perspresentatie in een uitzending van ’De wereld draait door’, voor de gelegenheid tot ’De Vara draait door’ gedoopt. Van Nieuwkerk las geen teksten van de autocue, keek slechts een enkele keer in het aantekeningenblad dat voor hem op tafel lag. Zo werkt hij altijd, vertelt hij een paar weken later in zijn vaste café vlakbij de Plantage – de Amsterdamse studio waar het programma wordt opgenomen.
„De autocue gebruik ik weinig, ik improviseer zoveel mogelijk. Het belangrijkste is dat ik fit ben. Tegen een uur of twee, drie verschijn ik op de redactie en hoor ik welke gasten er komen. Die neem ik door met de redactie. Daarna ga ik lanterfanten. Even slapen, een wandeling maken, ergens een plaatje kopen. Dat is voor mij de beste voorbereiding.”
Van Nieuwkerk is geen geboren televisiejournalist. Hij begon zijn carrière in 1986 als verslaggever bij Het Parool, waar hij zich opwerkte tot chef, en later hoofdredacteur. In januari 2001 maakte hij de overstap naar televisie als hoofdredacteur en directeur van de Amsterdamse stadszender AT5. Datzelfde jaar begon hij als presentator bij de Vara. Ook werkte hij kort als netcoördinator van Nederland 3, wat hem de titel jobhopper opleverde. Van Nieuwkerk heeft nog een contract bij de Vara voor twee seizoenen, wat daarna komt weet hij niet. „Bij de krant had ik een heldere ambitie, nu heb ik geen idee. Ik vind mijn werk op dit moment vooral plezierig; verder zie ik het allemaal wel.”
Hoe te interviewen voor tv keek hij van Felix Rottenberg af, de man met wie hij het verkiezingsprogramma ’Nederland Kiest’ presenteerde en een blauwe maandag ook ’Nova’ deed. „Ik heb veel van hem geleerd. Ik zag bij hem dat een presentator zich niet moet generen voor iets particuliers. Als je anderen het vuur aan de schenen legt, moet je ook wat van jezelf durven laten zien. Verder doe ik maar wat. Het is heel anders om voor televisie te interviewen dan voor de krant. Als ik een artikel maakte, kon ik nog wat weggooien. Live op tv moet het in één keer goed.”
Tijdens de uitzendingen van ’De wereld draait door’ en daarbuiten lijkt Van Nieuwkerk een enthousiast mens. Dat zorgt voor prettige televisie. „Ik heb het naar mijn zin, ik vind het een leuk programma om te maken.” Toch hoeft een presentator niet per se een leuk mens te zijn om te boeien, analyseert Van Nieuwkerk. „Jeremy Paxton van de BBC vind ik een van de beste interviewers die op tv te zien is. Maar hij lijkt me nou niet de aardigste man. Dat maakt ook niet uit. Als hij zijn werk maar goed doet.”
Een goede uitzending van ’De wereld draait door’ is er één waarin „iets ontstaat buiten het reguliere gesprek”. Van Nieuwkerk noemt Mart Smeets, die in Amerika zat toen wielrenner Gerrie Knetemann overleed. „De NOS belde hem met de mededeling dat hij vijftien seconden later live in de uitzending zat voor een reactie. In ’De wereld draait door’ zag hij voor het eerst hoe dat er op tv uit had gezien. Het was heel bijzonder om Mart Smeets op een andere manier dan anders te zien. Die man is toch van marmer; die terugblik maakte hem emotioneel.”
Voor het gisteren begonnen najaarsseizoen is weinig aan het programma veranderd. „Er zit wat meer publiek in de studio, waardoor het licht iets veranderd is. Verder doen we hetzelfde. Omdat het werkt.”
’De wereld draait door’ heeft een uur zendtijd gekregen en staat daarmee recht tegenover het 8-uurjournaal, een instituut met een grote groep vaste kijkers. „Ik denk dat we daar last van krijgen, het NOS Journaal is in beton gegoten. Als er echt nieuws is, kijken een paar miljoen mensen naar het Journaal. Daar kunnen wij niet tegenop.”
Voorzichtig zelfverzekerd vervolgt hij: „Maar we zullen ons schrap zetten, proberen het gesprek van de dag in de uitzending te hebben. Het grote voordeel is dat de kijker echt weg moet zappen om naar het Journaal te gaan; wij willen dat voorkomen. Ik denk dat we het Journaal wel een duwtje kunnen geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.