*

 

Goud uit de schoorsteen

door Piet Jansen − 15/03/06, 00:00

We geven veel geld uit voor het opwekken van duurzame energie. Dat is blijkbaar sexy'er dan energiebesparing.

De kansen voor energiebesparing in het algemeen en het benutten van restwarmte in het bijzonder zijn groot. Industriële restwarmte -die nu nog wegvloeit via de schoorsteen of het koelwatersysteem-- ligt voor het oprapen. Discussies over de aantasting van luchtkwaliteit en klimaatverandering en almaar oplopende prijzen voor fossiele brandstoffen, maken hergebruik van warmte economisch en maatschappelijk daarom meer dan gewenst.

Ik hoor staatssecretaris Van Geel bij de kernenergiediscussie terecht zeggen dat alle mogelijke maatregelen nodig zijn. Het gaat dus om én, én, én. Echter, benutting van restwarmte wordt daarbij, voorzover ik weet, niet of nauwelijks genoemd. Deze vorm van energiebesparing komt moeizaam van de grond. De rijksoverheid steekt miljarden in het opwekken van duurzame energie, maar heeft blijkbaar geen geld over voor energiebesparing.

Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk. De mogelijkheden voor het benutten van restwarmte in Twente zijn enorm: zo'n 4,5 petajoules per jaar. Dit komt neer op het gemiddelde gasverbruik van 65000 woningen. Dit is vergelijkbaar met 113 windturbines van 2 megawatt. Via de MEP-subsidie (milieukwaliteit elektriciteitsproductie) en de Energie investeringsaftrek zou dit de rijksoverheid 323 miljoen euro in tien jaar kosten. Er is echter aanzienlijk minder geld nodig om restwarmte in Twente effectief te stimuleren en hetzelfde milieueffect te bereiken.

Met restwarmte-projecten wordt fors bijgedragen aan de Nederlandse doelstelling tot CO2 -reductie en de verbetering van de lokale luchtkwaliteit. De economische voordelen springen in het oog: je bent zeker van de voorziening en onafhankelijk van de gasprijzen. De kosten van restwarmte zijn namelijk niet of nauwelijks afhankelijk van de wereldprijzen voor energie.

Ervaring leert dat je iemand moet hebben, die het onderwerp op de agenda plaatst en bewaakt en die boven de partijen staat. In Rijnmond is bijvoorbeeld na jarenlang (15 jaar) overleg eindelijk een restwarmteproject van de grond gekomen.

Jammer dat het zo lang duurt. Zo missen we kansen.

Provincies kunnen deze (boven-) regionale voortrekkersrol prima op zich nemen en financieel bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van restwarmte-projecten. In Overijssel heeft de provincie daarom ook geld gegeven aan een restwarmteproject in Twente.

De rijksoverheid zal ook in belangrijke mate moeten zorgen voor subsidiemogelijkheden en randvoorwaarden om projecten te realiseren. Daarmee kan de op niets gebaseerde vrees voor restwarmte worden weggenomen.

Uiteraard gaat het om meer dan geld. Zo zou in de aanstaande warmtewet meer evenwicht moeten komen tussen de belangen van de aanbieders van warmte en die van de afnemers, de consumenten.

De nieuwe warmtewet lijkt nu vooral het belang van de afnemers centraal te stellen door vele eisen te stellen aan de aanbieders. Hierdoor lopen de aanbieders niet warm om mee te doen aan deze vormen van energiebesparing.

Ook kan de minister van economische zaken, bijvoorbeeld via de witcertificaten, eraan bijdragen dat de randvoorwaarden voor energiebesparing bij consumenten beter worden.

Nu de energieprijzen stijgen, wordt benutting van restwarmte des te aantrekkelijker. De minister kan, bijvoorbeeld in de warmtewet, regelen dat de afnemers meedelen in dit voordeel. Kortom, gouden kansen, die nog wel verzilverd moeten worden.

mailIcon print |