Als het op geld aankomt, weet Nederland flink te profiteren van de zee. Maar wie beschermt eigenlijk de zee, vraagt Stichting De Noordzee zich af. „Terwijl er nú iets moet gebeuren.”Â
Van milieustaatssecretaris Van Geel is in ieder geval weinig te verwachten, menen Thomas Rammelt en Floris Groenendijk van Stichting De Noordzee, de maatschappelijke organisatie die ijvert voor de zee. „Van Geel wil zich vooral onttrekken aan de Europese strategie ter bescherming van de zee.”Â
Maandag vergaderen de Europese ministers over de toekomst van de zee. En die ziet er somber uit, constateerde de Europese Commissie in 2002 in een rapport. Ingrijpende maatregelen zijn nodig om overbevissing, vervuiling en teruglopende biodiversiteit een halt toe te roepen. „Maar zoals wel vaker gaat, is na dat rapport flink gelobbyd. Het resultaat is dus dat de Europese Commissie vorig jaar kwam met een zwakke richtlijn, waarbij het initiatief volledig aan de lidstaten werd overgelaten”, zegt Rammelt. De lidstaten kunnen, zo wil Brussel, zelf bepalen hoe hun zee ervoor staat. Net zoals ze ook zelf mogen bepalen wat ze daaraan willen doen. Een omstreden aanpak, menen milieuorganisaties. Want wie niks wil doen, hoeft ook niks te doen.
Reden genoeg, meent Stichting De Noordzee, om het Europese ambitieniveau flink op te vijzelen. Waarom bijvoorbeeld valt de visserij – volgens de Europese Commissie in 2002 nog een bedreiging van de zee en diversiteit – buiten de kaderrichtlijn? En waarom geeft de richtlijn geen criteria voor wat een gezonde zee precies is? En waarom hoeft een ’goede milieutoestand’ pas in 2021 een feit te zijn?
„Het tegendeel lijkt te gebeuren” , zegt Rammelt. Zijn angst is dat Van Geel uiteindelijk, naar goed Haags gebruik, de economische waarde van de zee laat prevaleren en harde afspraken probeert te omzeilen. Zo zou de staatssecretaris de richtlijn verder willen uithollen, door bijvoorbeeld een resultaatverplichting te verwerpen. „Alleen een inspanningsverplichting is voor hem bespreekbaar. Maar zo’n inspanningsverplichting is veel minder concreet en dwingend dan een resultaatverplichting.” Rammelt en Groenendijk hopen dat de Tweede Kamer, die vandaag vergadert over de komende Milieutop, Van Geel tot een ander standpunt dwingt. „Zelfs landen als Frankrijk en de Baltische Staten, die toch ook flink profiteren van de zee, willen verder gaan dan wat Van Geel voor ogen staat. Nederland bekleedt een uitzonderingspositie.”Â
Het probleem is de houding van Den Haag jegens de zee, analyseert Groenendijk. „De zee is voor dit kabinet vooral een wingewest. Een bron van gas, olie, vis. Of denk aan de zeevaart. Dat de zee ook beschermd moet worden, dáár staat nauwelijks iemand bij stil.”Â
De Noordzee is bovendien ook opgeknipt over verschillende ministeries, vervolgt hij. „De hoofdmoot – scheepvaart, zeekering – is voor Verkeer en Waterstaat, de visserij voor Landbouw. Vrom komt eigenlijk het minst aan bod. Tot nu dan.”Â
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.