Welgeteld 33,4 kilometer zullen de deelnemers aan de Tour de France dinsdag 4 juli op Nederlandse bodem fietsen. Een peulenschilletje. Ongeveer 45 minuten zullen ze er over doen, schat de organisatie van de wielerronde. Maar de karavaan trekt dan wel door een van de mooiste landschappen van ons land met liefst drie klimmetjes van de vierde categorie. Op www.klimmeninlimburg.info wordt wat denigrerend opgemerkt dat dit ’helaas niet echt een finale is die eer doet aan de mogelijkheden van het Limburgse heuvelland. De etappe zou zelfs kunnen eindigen in een massasprint’.
Natuurlijk draaien de ’liefhebbers van het stalen ros’ hun hand er niet voor om, maar voor een Batavus-met-zeven-versnellingen is het een middag hard werken om de Loorberg (82 m) te beklimmen, de Eyserweg (93 m) op te rijden en dan ook nog eens levend boven te komen op de Cauberg (62 m). Gelukkig gaat het op sommige delen van de route ook hard naar beneden, maar dat zijn maar korte geniet-momenten.
De etappe begint bij De Plank, het Belgische grensdorp dat wordt geroemd om z’n culinaire kwaliteiten. Waar niet in deze contreien? Grenspaal 19 geeft aan dat je de Voerstreek verlaat en Nederland binnenrijdt. Links van de weg is nog BelgiĆ«, rechts gemeente Gulpen-Wittem (NL). Of die paal wel op de goeie plaats staat? De volksmond beweert dat de lui die ooit de grensmarkering moesten aanbrengen, eerst stevig in het glaasje hebben gekeken.
De route blijft vrij vlak tot de ruïne van het voormalige sepulchrijnenklooster in Hoogcruts, ook wel de Piemert genoemd (heerlijk mini-campinkje achter de kloostermuur, zalige aardbeien bij de boer). Daarna komt de eerste stevige ’afzink’, waar de remblokjes van de Batavus al aardig op hun kwaliteit worden getest. In Slenaken kunnen ze weer afkoelen. Het is bijna onmogelijk om al die terrassen te negeren. Overal zitten hardfietsers uit te blazen in hun bonte outfit – van 8 tot 80, van ouwe knakkers tot jonge meiden, van dikke cola’s tot stiekeme pintjes.
Maar zodra je de lieflijke, dartele Gulp bent overgestoken, begint de Loorberg alias d’n Dries, ook wel de Alpe d’Huez van de Lage Landen gedoopt: 1500 meter lang en 6 procent stijging, volgens kenners de mooiste klim van Limburg. Ook nog met een haarspeldbocht, dus wat wil je nog meer? Zelfs in z’n ’twee’ komt de Batavus rustig boven. En geen moment uit het zadel! Natuurlijk snellen de Koga’s en de Ridleys voorbij, maar die zien alleen de top en niet hoe schoon hier Limburg is.
De Schweiberg, die dan volgt, is heel anders: 2400 meter en gemiddeld 4 procent stijging, maar ook met een stevig stuk vals plat. Een ideale trainingsheuvel.
Slingerend gaat het verder naar Mechelen, maar een stuk rustiger. Je rijdt hier bij wijze van spreken van het ene terras naar het andere, van koffie met Apfelstrudel naar Korenwolfbier. Mechelen is zeer geliefd bij de toeristen en niet alleen vanwege de vele vakwerkhuizen, oude brouwerijen en boerderijen of de jaarlijkse processie met een sculptuur van het afgehakte hoofd van St. Jan de Doper. Na Mechelen komt de vaart er weer in en bij Partij zoeft de Batavus het kerkdorp door. Onderweg naar Eys mag er even worden genoten van het adembenemende uitzicht en stil gestaan bij een oorlogsmonumentje voor vier Canadese vliegers, die hier in 1944 neerstortten. Maar dan de Eyserweg op. Vierde categorie, meldt het draaiboek van de Tour, maar daar merkt de Batavus weinig van. Tweede versnelling blijkt voldoende. Vlak voor Eys passeren we het Miljoenenlijntje, het voormalige spoor tussen Maastricht en Aken.
Eys ligt prachtig gedrapeerd in het heuvellandschap met een lieftallig beekje en natuurlijk de beruchte klimmetjes waar ook de Amstel Goldrace graag misbruik van maakt. Boven ligt Trintelen, dat aan deze klim de naam Trintelerberg heeft gegeven – al spreken wielrenners vooral over Eyserweg. Voorbij de gerestaureerde waterput vallen de benen af en toe stil, bij de Bernardushoeve krijgen ze zelfs al weer rust. Dat blijft zo, ook als de route weer opgepakt wordt naar het dal van de Geul: Etenaken, Schoonbron, Schin op Geul. Het rijdt hier uiterst comfortabel. En zelfs Valkenburg met al z’n toeristenverkeer fiets je fluitend door, op weg naar de berg die al in de wijde omgeving (zelfs op de snelweg) wordt aangeduid, als een dreigende attractie: de Cauberg, de bekendste fietsberg van Nederland maar ook een van de wreedste. Breed en met veel bekijks langs de kant, zelfs voor deze Batavaus. Maar dat is niet genoeg. Die ene kilometer met z’n helling van zeven procent is net even te zwaar: na 250 meter wordt het lopen. Niet erg, Zuid-Limburg is ook een prachtig wandelland. Eenmaal boven rest nog een kilometer vlak tot Vilt. Kun je toch nog alleen aankomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.