Marktleider in zachte geitenkaas, ieder jaar bijna 20 procent meer omzet, én sinds deze week de beste harde-kaasmaker van de wereld: het gaat de Bettinehoeve voor de wind.
’Tijd is geld’ staat er op de deur van de kaasboerderij, die perfect past in het beschermde polderlandschap van het Brabantse Etten-Leur.
De activiteiten in de historisch ogende hoeve zijn ook in stijl: er wordt nog veel met de hand gedaan. Het ene geitenkaasje wordt zorgvuldig ingewikkeld met spek, terwijl de ander van een hamjasje wordt voorzien. üén voor één. En dat 100.000 keer per week, want de arbeidsintensieve hapjes van de geitenkaasboer zijn in trek.
„Tot een paar maanden geleden etiketteerden we alles nog met de hand”, zegt productiedirecteur Ward Watzeels. Naast hem staat een simpel en klein stickerapparaat, een investering die nogal afsteekt bij de daadwerkelijke omzet: 11 miljoen euro per jaar.
De omvang van de boerderij met aangebouwde fabriek verraadt niet veel van de bedrijvigheid. „Het is eigenlijk te klein. Ieder hoekje en gaatje is noodgedwongen gevuld”, zegt Watzeels. „Daarom staat er ook een nieuwbouw op de planning.” Het bedrijf wordt drie keer zo groot gemaakt om de vraag naar zachte geitenkaas bij te kunnen houden.
Johan Ewijk, de oprichter en huidige directeur van de hoeve, was vertegenwoordiger van veevoederbedrijven. Begin jaren tachtig kwamen er drie geiten bij hem in de wei te staan. Om een beetje kaas te maken. „Maar familie en vrienden waren enthousiast en binnen de kortste keren stond Ewijk op braderieën en markten”, vertelt Watzeels.
De geitenkaasmarkt bleek een braakliggend terrein, waar goed op gebouwd kon worden. „Er waren helemaal geen geitenkaasmakers in Nederland. Het is toch een beetje mediterraan, hè, zo’n geit. Je denkt dan eerder aan landen als Griekenland. Maar in Nederland zit natuurlijk het ondernemerschap.”
In een kleine acht jaar tijd was Ewijk met zijn geiten zo groot dat er keuzes gemaakt moesten worden. „We gingen over op het kaasmaken. Ewijk probeerde veehouders te enthousiasmeren om geiten te gaan houden, zodat wij ons puur en alleen op de kaas konden richten.”
Anno 2006 kan de Bettinehoeve rekenen op vijftig geitenhouders die jaarlijks 18 miljoen liter geitenmelk aanleveren. De meeste melk wordt gebruikt voor de zachte geitenkaas, en daar leunt de omzet dan ook voornamelijk op. Maar het zijn de rest- en bijproducten die internationale faam hebben.
Naast ingevroren kaas, die zijn weg vindt tot in Canada en de Verenigde Staten, is de tien maanden gerijpte Grand Cru het absolute paradepaardje. Deze harde kaas is afgelopen dinsdag tijdens een prestigieuze kaasvakbeurs in het Engelse Nantwich uitgeroepen tot de beste van de wereld.
En die ’winst’ laat zich doorberekenen. Watzeels: „Normaal maken we 800 Grand Cru-kazen per jaar. Maar door al die aandacht is de vraag omhoog geschoten.
Hopelijk is die er ook nog over tien maanden, als de kazen gerijpt zijn, want dan hebben we de productie opgestuwd naar ruim 3900 .”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.