Weinig verheugend nieuws voor John de Mol: driekwart van de tv-kijkers heeft het zo langzamerhand wel gehad met reality-tv. Het aanbod in het genre is te groot, klagen ze. Dit blijkt uit onderzoek van bureau ACNielsen.
John de Mol’s Talpa begon eerder deze maand met het zoveelste reality-concept: het inmiddels veel besproken en hevig bekritiseerde ’De gouden kooi’. De deelnemers aan het programma verblijven in een luxe villa. Wie dat het langst volhoudt, krijgt de villa en een fiks geldbedrag. Ondanks de enorme media-aandacht en het controversiĆ«le karakter van het programma kan De Mol zich vooralsnog niet verheugen in bijzondere kijkcijfers: het programma trekt dagelijks zo’n 300.000 kijkers.
ACNielsen ondervroeg 22.000 tv-kijkers in 41 landen. Meer dan driekwart van de ondervraagden vindt dat er teveel reality-programma’s zijn. In Europa en Noord-Amerika is de reality-moeheid het grootst: daar vindt respectievelijk 84 en 83 procent dat het reality-aanbod omlaag moet.
„Reality tv is steeds populair geweest bij marketeers, omdat ze hoge kijkcijfers genereren”, stelt Han Eisma van ACNielsen. Maar: „Hoewel bepaalde programma’s nog steeds behoorlijk populair zijn, begint het grote aantal reality-shows nu echt te leiden tot een gevoel van verzadiging bij de kijker.”
In oktober 1996 maakten politici in Den Haag zich al zorgen over het genre. Reality-tv bestond in die tijd uit programma’s waarin ongelukken, rampen, spectaculaire reddingen en ander leed in beeld werden gebracht.
„Het is ontluisterend, buitenproportioneel grof, wat we krijgen te zien”, zei toenmalig minister Dijkstal toen tegen de Kamer. „Ik vrees dat reality-tv zich structureel in onze samenleving vestigt.”
Aan ’Big Brother’ dacht in 1996 nog niemand, maar Dijkstal heeft gelijk gekregen. Vooral sinds het eerste seizoen van ’Big Brother in 1999 heeft het aanbod aan reality-tv een flinke vlucht genomen.
SBS6 bracht ’De Bus’, dat erg op ’Big Brother’ leek. Later volgden onder meer reality-soaps waarin het leven van bekende Nederlanders in beeld werd gebracht (Frans Bauer, Jan Smit, Patty Brard). Maar ook programma’s over wegmisbruik (’Blik op de weg’), ziekenhuisdocu’s en programma’s waarin ander levensleed in beeld wordt gebracht (echtscheidingen, familieruzies en dood) werden steeds populairder.
Reality-tv kent eigenlijk twee varianten. In de ene wordt, zoals in ’Big Brother’, een nieuwe werkelijkheid gecreĆ«erd door een groep mensen in een ongebruikelijke setting bijeen te brengen en ze fulltime te filmen. In de andere variant wordt, heel eenvoudig, de echte werkelijkheid in beeld gebracht. Niet zelden door met de camera’s door te dringen tot de zeer persoonlijke levenssfeer van mensen.
Het lijkt erop dat vooral de eerste variant op steeds minder sympathie kan rekenen. Talpa brengt nog steeds ’Big Brother’. Het is de zesde serie van het programma, en net als voor ’De gouden kooi’ geldt ook hiervoor dat het niet al te veel kijkers meer trekt.
De tweede variant lijkt onverminderd populair. ’Blik op de weg’ en ziekenhuisdocu’s trekken nog steeds honderdduizenden kijkers. Wellicht zou de conclusie van ACNielsen net iets anders moeten luiden: kijkers hebben genoeg van reality-tv die met de echte werkelijkheid amper iets te maken heeft. Want naar die echte werkelijkheid kijken ze nog steeds erg graag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.