Organisaties die gehandicapten, psychiatrisch patiënten, verslaafden of ex-gedetineerden helpen, moeten zich ook met de kinderen van hun cliënten bemoeien. Zo kan kinderleed voorkomen worden, denkt de inspectie jeugdzorg.
De inspectie doet onderzoek na calamiteiten, zoals de gewelddadige dood van peuter Savanna. Daaruit blijkt dat organisaties die zich primair op de ouders richten, vaak cruciale informatie over de veiligheid van de kinderen niet delen met bijvoorbeeld de jeugdzorg of de school.
„Het moet vanzelfsprekend worden dat zij signalen over risico’s die een kind loopt wel geven aan de jeugdzorg. Gebeurt dit niet, dan moet dat maar wettelijk geregeld worden”, zegt de woordvoerster van de inspectie.
Hulpverleners voor verslaafden of psychiatrische ouders, moeten extra worden opgeleid om vroeg te signaleren of hun kinderen gevaar lopen. Want juist de problemen van de ouders maken dat er veiligheidsrisico’s zijn voor de kinderen. Het beleid van die organisaties is daar nu niet op gericht, maar dat zou wel moeten, schrijft de inspectie in het gisteren verschenen jaarverslag.
Ook aan de samenwerking tussen de jeugdzorginstellingen moet veel worden verbeterd. Hoofdinspecteur jeugdzorg Joke de Vries: „De verschillende organisaties die zich met jongeren bezighouden, werken nu te verkokerd, te veel langs elkaar. Ze houden signalen over mogelijke risico’s die kinderen lopen bij zich, terwijl ze die moeten delen met anderen, in het belang van het kind.”
De Vries roept de beroepsgroep op een tuchtcollege op te zetten. Jeugdzorgmedewerkers zouden dan net als artsen en verpleegkundigen ter verantwoording voor een tuchtrechter kunnen worden geroepen. Nu kunnen voogden of andere jeugdzorgmedewerkers die hun werk niet goed hebben gedaan, alleen via het strafrecht aangepakt worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.