*

 

’Verbreek de stilte rond oorlogsmisdaad’

door George Marlet − 10/06/06, 00:00

Indonesiërs willen dat Nederland spijt betuigt voor het bloedbad eind 1947 in Rawagede, het ’Putten van West-Java’. „Anders kan er geen verzoening zijn.”

Jeffry Pondaag van het Comité Nederlandse Ereschulden wordt steeds kwader als hij het over Rawagede heeft. Felle blik, snelle ademhaling. „Neem me niet kwalijk dat ik af en toe wat heftig word. Nederland loopt voorop met mensenrechten, maar durft tot op heden de eigen schending van mensenrechten niet aan de kaak te stellen. Dat is toch niet te geloven!”

Pondaag is voorzitter van de afdeling Nederland van het vorig jaar in Indonesië opgerichte Komite Utang Kehormatan Belanda. Het is voor het eerst dat particulieren vanuit Indonesië om genoegdoening voor de politionele acties vragen. Het comité wil dat Nederland de oorlogsmisdaad van december 1947 in Rawagede, West-Java erkent. Over het aantal mannen dat door Nederlandse militairen is doodgeschoten, lopen de lezingen uiteen. In de officiële ’Excessennota’ is sprake van 150 mannen. Maar ooggetuigen houden het op 431.

Nederlandse landmacht- en Knil-militairen waren in december 1947, ten tijde van de eerste politionele actie, op jacht naar Lukas Kustario. De geduchte Indonesische verzetsstrijder die leiding gaf aan een eenheid van de Siliwangi-divisie hield zich vaak schuil in Rawagede. Kustario was echter niet in het dorp. Daarop schoten Nederlandse militairen vijftien mannen dood. Een dag later kwamen de militairen terug, vonden Kustario opnieuw niet en schoten aan de rand van een rivier met brenguns (een soort mitrailleur) honderden mannen dood.

De verantwoordelijken zijn nooit berecht. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties oordeelde dat de Nederlandse troepen ’deliberate and ruthless’ (weloverwogen en meedogenloos) hadden gehandeld, maar de Nederlandse justitie besloot de zaak ’uit overwegingen van opportuniteit’ te seponeren. „Wij hebben geen haat tegen die mensen”, zegt Pondaag. Het Comité Nederlandse Ereschulden wil wel dat de veteranen hun daden erkennen en excuses aanbieden aan de nabestaanden. „Als je dat niet doet, kan er nooit verzoening zijn.”

Het bloedbad wordt elk jaar herdacht bij het monument in Balongsari, zoals Rawagede nu heet. Het comité zou de 21 weduwen en 160 familieleden willen samenbrengen met Nederlandse veteranen. De kans op zo’n verzoeningsbijeenkomst is bijzonder klein. De meeste Indië-veteranen willen niets weten van oorlogsmisdaden. De enkeling die er wel voor openstaat, krijgt geen respons.

Indië-veteraan Jan Glissenaar (niet betrokken bij Rawagede) deed zes jaar geleden een oproep om een solidariteitscomité op te richten voor de nabestaanden van het bloedbad. „Daar heb ik heel weinig adhesie op gekregen. Veteranen willen er blijkbaar niet opnieuw mee geconfronteerd worden.”

Dat geldt vooralsnog ook voor de Nederlandse regering, zegt Pondaag. Het comité heeft ruim een jaar geleden aan de Nederlandse ambassadeur in Jakarta een petitie aangeboden waarop geen antwoord is ontvangen. Van een – al eerder gevraagd – onderzoek naar de gebeurtenissen in Rawagede is niets terechtgekomen. De 22 weduwen van Rawagede berusten volgens het comité in wat er gebeurd is, maar leiden een armoedig bestaan. Pondaag: „Nederland moet het besef opbrengen dat het tijd wordt om deze onschuldige mensen te geven waar ze recht op hebben.”

mailIcon print |