Voor het eerst sinds de politionele acties in 1947 en 1948 vragen Indonesiërs aan de Nederlandse regering en veteranen expliciet om een spijtbetuiging voor het bloedbad van Rawagede op West-Java.
Daarbij kwamen volgens ooggetuigen 431 mannen om het leven door geweervuur van Nederlandse militairen. De infanteristen waren op zoek naar een verzetsstrijder die zich in het dorpje zou hebben verscholen. De Nederlandse justitie heeft de zaak destijds om onduidelijke redenen geseponeerd. Het Indonesische Comité Nederlandse Ereschulden is er niet op uit om veteranen alsnog voor de rechter te brengen, maar wil wel dat zij hun daden erkennen.
Het bloedbad kwam tien jaar geleden in de aandacht vanwege het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Indonesië. Pogingen om de operatie opnieuw te onderzoeken en een solidariteitscomité op te richten, liepen daarna echter op niets uit. Indië-veteraan Jan Glissenaar, zelf niet bij Rawagede betrokken, noemt het „nog steeds onbegrijpelijk dat een groep Nederlanders zo ver gekomen is”. Hij wijt het gebeuren aan slechte voorbereiding en een gebrek aan leiding. De meeste Indië-veteranen willen niet over oorlogsmisdaden spreken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.