Een dorp in Pakistan heeft zich gespecialiseerd in het kopiƫren van wapens. Nu de onrust in de regio verder toeneemt, gaan de zaken goed.
Italiaanse maffiageweren, Amerikaanse automatische ’repeaters’ en Russische kalasjnikovs: je kunt het zo gek niet bedenken of de wapenmakers in het West-Pakistaanse Darra Adam Khel maken het na. En sinds de Amerikanen in 2001 Afghanistan binnenvielen, gaat het steeds beter met de zaken, zeggen de dorpelingen.
„Ik denk dat we nu zo’n 2000 wapens per maand verkopen; ongeveer twee keer zoveel als vier jaar geleden”, zegt de rondleidende politieofficier. Hij is tevens voormalig wapenmaker en werkt al bijna twintig jaar in het dorp. „We leveren veel aan de moedjahidien in Afghanistan. Amerika schiet raketten op ze af en zij schieten terug. Het liefst hebben ze kalasjnikovs. Maar omdat ze geen echte meer kunnen krijgen, komen ze hier om ze te laten namaken,” zegt hij met een glimlach.
Darra Adam Khel is een klein plaatsje in het ’Federaal bestuurde stammengebied’ – in het Engels afgekort: Fata. Dat is het gebied in West-Pakistan dat grenst aan Afghanistan. De overheid geeft Fata-bewoners een ruime mate van autonomie, waardoor de duizenden wapenmakers en -handelaren in dit dorp zonder problemen hun gang kunnen gaan. Een nagemaakte automatische kalasjnikov kost er 10.000 roepies (zo’n 135 euro) – drie tot vier keer goedkoper dan een echte.
Een smalle stoffige hoofdweg vormt het dorpscentrum. Verkopers etaleren hun wapenwaar in winkeltjes. In de smerige steegjes erachter maken mannen aluminium en ijzeren wapenframes, kogellagers, houten handvaten en loden kogels. Er klinken voortdurend geweerschoten van klanten en leveranciers die hun wapens testen. Meestal gebeurt dit in de ruige bergen rond het dorp, maar ook sommige muren zitten vol met kogelgaten.
„De zaken gaan goed tegenwoordig”, grijnst Amin Ullah, een vrolijke grijsaard die aluminium wapenframes bewerkt in een stoffig en donker betonnen schuurtje van vier bij vier meter. Er waren altijd al wapens nodig voor trouwerijen en familievetes in de tribale wapencultuur van Fata, vertelt hij. En altijd al ging er een deel van de namaakwapens naar winkels in de nabijgelegen hoofdstad van de Noordwestelijke Grensprovincie, Peshawar. Daar doen Pakistanen uit alle delen van het land inkopen.
In een andere schuur doet een bebaarde man verwoede pogingen om een machine te bedienen voor het maken van aluminium AK-47 frames. Hij vertelt dat hij graag wapens levert aan de moedjahidien. „Amerika kwam naar Afghanistan om de mensen aan te vallen; zelfs kinderen en vrouwen. We houden niet van Amerika. Ze willen geen vrede, dus vechten we,” zegt hij. Met een boze blik legt zijn oudere broer hem het zwijgen op. Snel houdt de man zijn mond.
Buiten in de zinderende zon doet Habib Ullah, een bezwete jongeman, een nagemaakt kogelhouderframe van een Magnum SuperX2 in een zwart verfbadje. In het aluminium magazijn is ’Made as USA’ gedrukt in plaats van ’Made in USA’.
Het wapendorp trekt ook toeristen. De politie moet pottenkijkers eigenlijk terugsturen, maar geeft in werkelijkheid rondleidingen tegen een kleine vergoeding. Tegen betaling mogen toeristen schieten met een kalasjnikov. Een van de wapenmakers heeft een toeristische attractie: een pistool vermomd als balpen. „Vinden toeristen leuk”, lacht hij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.