Zonder veel moeite heeft de EU haar troepenmacht voor Congo kunnen verdubbelen. Europese landen willen graag hun goede bedoelingen tonen in Afrika. Voor vier maanden.
Tweeduizend EU-soldaten moeten deze zomer toezien op een reeks van verkiezingen die Congo moet bevrijden van zijn bloedige verleden. Maar liefst twintig EU-landen plus aspirant-lid Turkije tekenden erop in. Nederland, dat eerst een handvol stafofficieren wilde sturen, vertienvoudigde zijn bijdrage tot vijftig militairen. De Navo, die altijd op bedeltocht moet gaan om haar gelederen te vullen, kan jaloers zijn.
Deze missie, waarmee de EU haar ontluikende militaire ambitie toont, lijkt een makkie te worden. Bovendien bevredigt de operatie de behoefte om ook eens iets in het veelgeplaagde Afrika te doen.
Het enige Europese land dat geregeld iets militairs in Afrika onderneemt, is Frankrijk, dat desnoods ingrijpt in een lokale machtsstrijd. Ook BelgiĆ«’s handen jeuken om iets te doen in zijn voormalige kolonie Congo en omstreken. Maar sinds de dood van tien Belgische paratroepers, twaalf jaar geleden in Rwanda, mogen Belgische soldaten er niet meer heen. Ook nu geeft BelgiĆ« alleen ondersteunende hulp.
Een duidelijke aanwijzing dat niemand grote problemen verwacht, is dat Duitsland de leiding heeft genomen. Duitsland is gezien zijn eigen historie heel terughoudend met het plaatsen van soldatenlaarzen op vreemd grondgebied.
De hoofdtaak van de EU-soldaten is vertrouwen wekken bij de Congolese kiezers en het afschrikken van ’spelbrekers’, zoals de Duitse luitenant-generaal Karlheinz Viereck gisteren in Brussel zei. De troepen blijven meestal in de hoofdstad Kinshasa. Daar houden ze ook de twee vliegvelden gereed voor evacuatie van verkiezingswaarnemers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.