Veilige Haven, de Amsterdamse opvang voor allochtone homo's in nood, ging mei 2005 open. Gisteren werden de eerste resultaten van het project bekend: 35 jongeren klopten aan, waarvan vier voor crisisopvang.
Volker Moritz, projectleider van Veilige Haven, noemt dat aantal geen succes. “Hoewel we binnen allochtone gemeenschappen meer openheid bespeuren, blijft homoseksualiteit een enorm taboe.“
Misschien werd dat taboe gisteren, tijdens de presentatie van het project in Amsterdam, wel het meest zichtbaar in de samenstelling van het publiek: voor een groot deel mannelijke, autochtone homo's van middelbare leeftijd.
De afwezigheid van de doelgroep - allochtone homo's in crisis - wijst op ernstiger problemen. Zo wil Mohammed, die nota bene werkt voor de homo-zelforganisatie Habibi Ana, absoluut niet met zijn achternaam in de krant. “Mijn ouders weten nog steeds niet dat ik homoseksueel ben. En ik ga het ze ook niet vertellen.“
Volgens projectleider Moritz is er bij de jongeren sprake van veel angst en dreiging. Ook kloppen ze bij Veilige Haven aan, omdat hun problemen vaak verder reiken dan alleen seksualiteit, door bijvoorbeeld geldproblemen of drugsgebruik.
“De meesten“, zegt Moritz, “ hebben psychische problemen of behoefte aan onderdak. Ze leiden een dubbelleven en dat is moeilijk vol te houden.“
Het zijn vooral Marokkaanse jongeren die een beroep doen op Veilige Haven. Die komen niet alleen uit Amsterdam, maar ook uit andere grote steden. Lang niet altijd is er sprake van een explosieve situatie. “Soms willen ze gewoon informatie, of zoeken ze mensen die hetzelfde zijn als zij.“
In het eerste jaar is Veilige Haven, een gezamenlijk project van onder meer het COC en de Schorerstichting, voornamelijk bezig geweest 'een fundament te leggen'. Komend jaar wil Moritz ook meer 'naar buiten'. Zo start binnenkort een postercampagne en wordt geadverteerd op algemene websites waar veel jongeren en allochtonen komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.