*

 

Niets is minder waar

Door: redactie − 02/09/06, 00:00

Het Schrijfboek van Trouw houdt ons voor – schrijft een lezeres – dat alleen de gebiedende wijs enkelvoud nog gebruikelijk is: ’houd moed’, ’geef gul’. Maar dat geldt toch niet in een zin als ’meldt je aan’?

De vraag berust blijkbaar op de veronderstelling dat je het onderwerp van de zin is en dus de vorm van het werkwoord bepaalt. Maar je is hier een lijdend voorwerp, net zoals je kind in meld je kind aan.

Anders gezegd: je is in dit geval hetzelfde woord als het tweede je in de zin je moet je aanmelden. Kortom, correct is meld je aan.

Een gebiedende wijs met een onderwerp kán overigens wel voorkomen: kom jij ’es hier. In zo’n geval „is het de bedoeling – om de 19de-eeuwse grammatica van C. H. den Hertog te citeren – uitdrukkelijk te doen uitkomen dat het gebod de toegesprokene geldt en niet een ander”.

Een andere lezer valt over de uitdrukking ’niets is minder waar’, zoals in „Nawijn in november kansrijk? Niets is minder waar”. Dit moet toch betekenen dat de bewering over Nawijn méér waar is dan andere beweringen?

De moeilijkheid schuilt hier in de dubbele ontkenning, die de betekenis ’dat is volstrekt onwaar’ versluiert. Door haar weg te werken en te vervangen door ’iets anders, wat dan ook, is méér waar’, wordt meteen duidelijk wat de strekking van het voorbeeld is: de bewering over Nawijn bevat zo weinig waarheid dat niets (nog) minder waarheid bevat.

Je zou denken dat een mededeling als „Piet is een van de weinige mensen die op zijn tenen kan fluiten” zo langzamerhand wel geaccepteerd is. Niets is minder waar. Herhaaldelijk maken lezers tegen dit soort zinnen bezwaar.

Nu is er inderdaad veel voor te zeggen in het voorbeeld kan fluiten te veranderen in kunnen fluiten. De bijzin met die hoort immers bij mensen, niet bij Piet. De schrijver bedoelt niet: Piet, die op zijn tenen kan fluiten, is een van de weinige mensen.

Anderzijds komt de gelaakte constructie zo vaak voor dat wijlen Jelle de Vries haar in zijn grammatica ’Onze Nederlandse Spreektaal’ (2001) wel als ’ingeburgerd ongrammaticaal taalgebruik’ wilde beschouwen. Dat mag voor journalisten nog geen reden zijn om er kwistig mee te strooien. Maar misschien vermag het anderen er wel toe te bewegen hun kritiek te matigen.

mailIcon print |