Vaders krijgen bij een scheiding vaak de zwarte piet toegespeeld. Kinderen wonen na een scheiding nog altijd vooral bij de moeder. Liesbeth Groenhuijsen, van de Raad voor de kinderbescherming: „Zorg vóór de scheiding al meer voor de kinderen.”
Kinderrechters spreken in vier van de vijf gevallen uit dat het kind hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder. Dat is al tientallen jaren zo. Eigenlijk is dat vreemd, want vaders delen steeds meer in de zorg voor hun minderjarige kinderen. Ze nemen meer ouderschapsverlof op, werken vaker parttime.
Liesbeth Groenhuijsen heeft wel honderden scheidende ouderparen gezien, in haar werk bij de raad voor de kinderbescherming in Rotterdam en in haar eigen praktijk als psycholoog/pedagoog.
Groenhuijsen kent het verwijt van vaders die bij een scheiding te horen krijgen dat de kind bij de moeder woont en dat zij als vader moeten volstaan met een omgangsregeling.
,,’Maar ik ben toch een leuke man’ zeggen die vaders dan. Dan zeg ik meestal: ’Ja, dat is zo. Maar nu jullie uit elkaar zijn lukt het niet om het zo te regelen dat de kinderen voor de helft bij jou kunnen zijn. Dat komt niet door hoe je bent, dat komt door de strijd.’ Vaak zie ik dat de omgeving de niet-verzorgende ouder ophitst: je neemt er toch geen genoegen mee, met die twee weekenden per maand, of met die ene middag in de week. Grootouders van vaderskant, de grote verliezers vaak bij scheidingen, wakkeren de strijd nogal eens aan.’’
Dat het voor mannen belangrijk is om hun kinderen vaak genoeg te blijven zien, na een scheiding, kan Liesbeth heel goed begrijpen. „Vaders leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast zijn kinderen voor ouders belangrijk omdat ze structuur geven aan het leven, eenzaamheid verdrijven. Als een ouder de kinderen kwijtraakt, raakt hij ook dat allemaal kwijt .’’
Ze ziet het steeds weer gebeuren: „Een scheiding betekent vaak leegte en machteloosheid; dat is nu net waar mensen het slechtst tegen kunnen. Vandaar dat gevecht om de kinderen. Dat geeft vervulling en het gevoel macht te hebben over de situatie.’’
Alleen problematische scheidingen, waarbij de ouders het niet eens kunnen worden, komen bij de Raad voor de Kinderbescherming terecht. Die adviseert de rechter over een omgangsregeling. In de praktijk beslist de kinderrechter doorgaans dat hoofdverblijfplaats van de kinderen bij diegene is die voor de scheiding vooral voor de kinderen zorgde.
„Zo blijft de verandering voor de kinderen het kleinst’’, legt Liesbeth uit. „Dat is nu eenmaal meestal de moeder. Ik zeg dan tegen vaders: wil je na de scheiding een goede relatie houden met je kinderen, dan moet je voor de scheiding al meer voor ze zorgen. Misschien scheelt het dat kinderrechters vaak vrouwen zijn of oudere mannen.’’
„Het is ook belangrijk, vind ik, dat er voor jonge kinderen een ouder veel thuis is, zeker in een periode van scheiding. Bij kinderen van 2 is een omgangsregeling lastig. Veel peuters slapen alleen maar goed in hun eigen bed.’’
Er zijn ook moeders die de kinderen mishandelen of verwaarlozen. Krijgen die dan ook de kinderen? Liesbeth: ,,Als dat schadelijk is voor de kinderen, dan geven we het advies ze bij de vader te plaatsen.’’
De Tweede Kamer heeft onlangs ingestemd met een ouderschapsplan, dat verplicht wordt voor ouders die uit elkaar gaan. Daarin moeten ze afspraken maken over onder meer de omgangsregeling.
Dat werkt ongetwijfeld als het gaat om scheidingen die in redelijkheid verlopen. De scheidingen die bij de Raad voor de kinderbescherming komen, zijn vaak erg problematisch. Heeft het wel zin om met een ouderschapsplan te werken als het conflict inmiddels zo hoog is opgelopen?
„Redelijkheid is niet af te dwingen met een ouderschapsplan, maar zo’n plan dwingt ouders, hoop ik, om zich meer te verdiepen in de kwesties die voor hun kinderen belangrijk zijn.’’
„Wat het contact tussen gescheiden ouders tegenwoordig makkelijker maakt, is de mail. En de nummerherkenning op de telefoon. Zo kunnen ouders dingen aan elkaar doorgeven terwijl ze zelf de regie houden, en kunnen ze zelf kiezen of en wanneer ze dat mailtje lezen.’’
Naast de gescheiden vaders die strijd leveren om de omgangsregeling, zijn er ook vaders die nooit meer iets van zich laten horen.
Wat kunnen kinderen doen die toch contact met hem willen?
„Er zijn weinig zaken bekend van kinderen die de omgang met de vader opeisen. Een kind kan in Nederland geen procedure beginnen. Je kunt je afvragen of er voldoende waarborgen zijn voor deze rechten van kinderen. Regelmatig kom je tegen dat de vraag gesteld wordt of kinderen niet een eigen advocaat zouden moeten hebben. Ik vind het zinvol om daarover met elkaar na te denken.”
„Eigenlijk moet je een ouderschapsplan maken als je nog onder een dak woont, want afspraken die je maakt als je al uit elkaar bent, dat zijn beslissingen in oorlogstijd – noodmaatregelen. Na een scheiding worden de ruzies soms erger. Zo gek vind ik dat niet: zolang je onder een dak woont heb je gezamenlijk belang bij een vorm van leefbaarheid, als je uit elkaar bent is je psychische opdracht om je los te maken; dat lukt het beste als je de ander af en toe kwaaie eigenschappen toedicht, ook al is dat niet altijd reëel. Samen overleggen wordt dan echt heel ingewikkeld. Eigenlijk moeten ouders een jaar na de scheiding opnieuw met elkaar aan tafel gaan zitten en de balans opmaken: wat werkt wel, wat werkt niet.’’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.