*

 

’Gebed om genezing hoort thuis in de gezondheidszorg’

door Lodewijk Dros − 10/06/06, 00:00

Harmen de Vries (48) wil dat geestelijk verzorgers worden opgeleid in de ’dienst der genezing’. Die moet mét reguliere geneeskunst samengaan in zorginstellingen. De protestantse predikant verdedigt maandag zijn proefschrift in Amsterdam.

Harmen de Vries: „In mijn eerste gemeente kreeg een meisje kanker, een agressieve vorm. Ze had nog een paar weken. Wat moet je doen? Ik ging met een ouderlinge naar Utrecht, drong in het ziekenhuis door de medische barrières heen, bad om genezing en zalfde haar. Ook de gemeente bad. En er kwam een omkeer, zo snel dat de behandelende arts concludeerde dat er een verkeerde diagnose was gesteld. Ze leeft nog steeds. Begrijp me niet verkeerd: er zijn ook mensen met wie ik gebeden heb en die niet lichamelijk genezen zijn. Maar zij zijn wel wel in vrede overleden.”

Het gereformeerde standaardwerk ’Christelijke Encyclopaedie’ uit 1930 noemt ’genezing’ niet eens, en het begrip is nog steeds niet erg ’in’ in de Nederlandse protestantse theologie.

„Klopt. Als kinderen van de Verlichting zijn we beducht geraakt voor goddelijk ingrijpen. Je mag voor alles bidden – voor vrede bij oorlog, voor overvloed bij gebrek – maar het moet niet te bijzonder zijn. Namen noemen van zieken, dat gebeurt ook, maar zonder echte verwachting van genezing. In de Protestantse Kerk in Nederland heerst koudwatervrees: als het maar geen pinkstertoestanden worden, of evangelicalisme. Maar dat laatste is helemaal niet nodig.

Wat ook meespeelt: dat de gereformeerde theologie vond dat genezing thuishoort in de apostolische tijd, de eerste twee eeuwen. Toen Jezus’ ooggetuigen waren overleden, zou het zijn opgehouden.”

Dat ziet Jan Zijlstra van de genezingsdiensten (’De Levensstroom’) in Leiderdorp anders.

„Zijn verdienste is dat hij genezing weer in beeld brengt en laat zien dat geloven en het lichaam alles met elkaar te maken hebben. Er gebéuren ook echt dingen, daar. Zijlstra zegt: Jezus is nog steeds dezelfde, met dezelfde wonderen.

Ik laat in mijn boek zien dat de opdracht van Jezus – zieken genezen – nog steeds geldt. Maar er is een kwalitatief onderscheid: het gaat nu vaak op een minder plotselinge wijze. Bij de dienst der genezing spreekt men van soaking prayer, het doordrenkend gebed, langere tijd opnieuw bidden. Dan kan er geleidelijk verbetering optreden.

Bij Zijlstra mis ik het besef dat God soms niets merkbaars doet. Zijlstra en andere loslopende charismatische ’genezers’ miskennen het blijvende lijden. Daarmee maken ze pastoraal brokken.”

Wat hebt u onderzocht?

„Als geestelijk verzorger in een verpleeg- en verzorgingshuis, later in een psychiatrisch ziekenhuis, probeerde ik de dienst der genezing te integreren in mijn werk. ’Hoe zou het een vaste plaats kunnen krijgen in zorginstellingen?’, vroeg ik me af. In Nederland viel dat moeilijk te onderzoeken; wel in Engeland, waar ze met de dienst der genezing al een eeuw ervaring hebben. Ik werkte mee in het medisch centrum Burrswood, bezuiden Londen. Naar mijn weten het enige op de wereld dat, zoals ze zelf zeggen, medicine and Christianity combineert.

Stichtster Dorothy Kerin (1889-1963) genas zelf wonderbaarlijk en vertelde dat ze daarna van Jezus zelf de opdracht kreeg zieken te genezen. Later verenigde ze, onder andere in Burrswood, reguliere geneeskunde en de dienst der genezing. Ze was een mystica, Christus noemde ze haar geliefde, maar ze was niet dol op kerkelijke regels. Wel wilde ze dat haar genezingsbediening plaatsvond met goedkeuring van de kerk.”

U wilt dat de ’dienst der genezing’ partner wordt van (para)medische disciplines. Wat moet een dokter daarmee? En waarom treedt er maandag geen medicus als copromotor op?

„Ach, er waren al zoveel mensen bij mijn proefschrift betrokken. Maar de verhouding tussen dienst der genezing en geneeskunde is belangrijk. Ik besteed er in mijn boek ruim aandacht aan. De westerse geneeskunde kenmerkt zich door een rationeel-empirische wijze van denken. Die heeft veel goeds opgeleverd, maar reduceert de mens gemakkelijk tot het ’mechaniek’ van diens lichaam. Ik pleit voor een zorg- en behandelteam met een holistisch mensbeeld, waarin medici, paramedici en pastores samenwerken.

Ik verwacht op mijn studie onbegrip uit medische hoek; daar heet de dienst der genezing al gauw charlatanerie en kwakzalverij. Ik hoorde Herre Kingma, de voormalige inspecteur-generaal voor de gezondheidszorg, onlangs zeggen dat bidden niet in de behandelkamer van de arts thuishoort. Daarover zou ik graag eens met hem verder willen praten.

Trouwens, uit de kerk zal ook wel tegenstand komen op mijn proefschrift. Ik heb hier een boek van emeritus hoogleraar praktische theologie Gerben Heitink waarin hij zegt dat we vroeger voor een wonder baden, en dat God nu door middel van medisch handelen genezing bewerkstelligt. Dat is welbeschouwd net zo erg als een evangelicaal die roept: gooi je pillen maar weg, hier komt Jezus.

In de Nederlandse theologie zie ik wel een voorzichtige kentering. In het ’Dienstboek deel II’, het liturgisch handboek van de PKN uit 2004, is een sectie opgenomen voor zegening en zalving van zieken, waarvoor ik zelf ook adviezen heb gegeven.”

Mag je overal voor bidden? Het Braziliaanse elftal bidt preventief: dat spits Ronaldinho niet geblesseerd mag raken. En een dominee hebben we eens horen bidden voor het herstellen van een chromosoom te veel van een kind met het syndroom van Down.

„Als die voetballers me vragen voor de spits te bidden, dan zeg ik: Zoek maar een ander. En dat kind met het Down-syndroom – ik zou het niet doen. Alleen als je dat al biddend doorkrijgt, dan kan ik me voorstellen dat je daarvoor bidt.”

Hoe weet u zo zeker dat wat u wilt, mensen goed doet?

„In Engeland heb ik verkennend, kwalitatief onderzoek gedaan. De mensen die ik ernaar vroeg, waren zonder uitzondering positief over de Burrswood-benadering. Dat is mijn eigen ervaring in de dienst der genezing ook, door de jaren heen. Onderzoek, onlangs van de VU, bevestigt dat, maar andere studies wijzen weer op het tegendeel. Ik doe daar niet aan mee. Mij gaat het vooral om gehoorzaamheid aan de opdracht uit het evangelie. Ik ga ervan uit dat dat goed is voor mensen. Wat de precieze uitwerking is, daarin mag iemand na mij zich verdiepen.

Handen opleggen, de openheid van de zieke, het holistische mensbeeld, de energie die bij de genezingsdienst vrijkomt – het lijkt erg op new age-achtige healing.

„De overeenkomsten zijn vergaand, ja. Zeker met wat ik ’energetische healing’ noem. Ik sta niet per definitie afwijzend tegenover alternatieve geneeswijzen. Niet alles is occult. Maar er zijn ook grote verschillen. Een new age-therapeut gaat niet uit van een persoonlijke God, en hij erkent het moeizame van de breuk tussen God en mens niet – de zonde – noch de kracht die door het geloof in Jezus Christus vrijkomt.”

Kan iedereen zich in een zorginstelling aan het genezen wijden?

„Nee, je moet wel aan kwaliteitseisen voldoen. Een wetenschappelijke opleiding hoort daarbij, en een kerkelijke goedkeuring. De PKN zou in de nieuwe opleiding tot geestelijk verzorger een module ’dienst der genezing’ moeten opnemen – nu staat er in 900 bladzijden ’Handboek geestelijke verzorging’ geen letter over. De bevoegde pastor zal zich verder moeten onthouden van wat ik extremisme en exclusivisme noem.”

Komt er in Nederland ook een Burrswood?

„Dat zou prachtig zijn – ik doe graag mee, hoewel we hier soms andere wegen zullen moeten gaan. Maar ik zou al blij zijn als mijn studie helpt om de dienst der genezing tot iets vanzelfsprekends te maken in instituutspastoraat en in gewone kerken. In Engeland staat er op bordjes buiten de anglicaanse kathedralen, of bij parochiekerkjes: ’zondag genezingsdienst’ – en niemand die daar raar van opkijkt. Hier heb ik dat zelfs in mijn eigen gemeente nog niet ingevoerd.

Mijn ideaal: op een gewone zondagochtend, na het heilig avondmaal, kunnen mensen zich vooraan in kerk of instituutskapel laten zegenen of zalven. Waar mogelijk zijn er medewerkers die een kort gesprek kunnen voeren en bidden. Los van de sfeer van uitbundige halleluja’s of opgepookt enthousiasme. Maar in alle rust. Dat lijkt me een geweldige verrijking.”

mailIcon print |