Het was 1974 en ik moest voor de NOS radio-portretten, klankbeelden en sfeerreportages maken van het wereldkampioenschap voetbal in Duitsland. Een hele eer in die dagen van spaarzaamheid in berichtgeving. Ik had een klein budget, mocht reizen en zorgen dat ik heel goed werk afleverde. De naar de radio luisterende voetbalfan moest eerder geïnformeerd dan geamuseerd worden.
Zo kwam ik tegenover dr. Frantisek Fadrhonc te zitten, de lieve, aardige en totaal niet op zijn taak berekende coach van Nederland die Rinus Michels boven zich geplaatst had gekregen als bullebak en baas.
Fadrhonc was een zacht mens met veel gevoel en vaak tranen. Terwijl ik met hem aan het praten was, kwam de mededeling binnen dat de vader van Rinus Israel overleden was. De Tsjech weende zacht; gedeeld leed was goed, vond hij.
Hij legde me uit dat alles nu anders zou gaan. Arie Haan zou naar de achterste linie gehaald worden, het voorziene duo Israel-Pleun Strik zou nooit spelen en dus ook nooit faam kunnen maken. Haan werd wie hij werd, Willem Rijsbergen, zijn afjager, eveneens.
Hij mocht dan geen harde coach zijn geweest, dit vertelde hij me toen, zittend aan een tafeltje in Zeist. Het werd voetbalgeschiedenis. En hij vroeg me erbij heel voorzichtig met de nieuwsvoorziening rond het overlijden van Israels vader om te gaan.
Terug in Hilversum overlegde ik dat met Kees Buurman, chef NOS radio en die drong daar ook op aan. Geen schreeuwende journalistiek graag.
Tegenwoordig is een zoekgeraakte tas van een speler reden om een extra live-nieuwsuitzending in te gelasten. In 1974 zei Fadrhonc: ,,Sei voorzichtig bitte, der Rinus heeft es schon zo moeilijk”, en Buurman voegde daar aan toe: ,,Een klein geserreerd bericht dacht ik maar. Wel melden, maar met ingetogenheid, het gaat hier immers over een sterfgeval.”
Daar moest ik deze week ineens aan denken toen ik Arie Haan in al zijn ’grootheid’ in een voetbaltelevisieprogramma zag zitten. Besefte hij dat alles?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.