De scène staat me nog scherp voor de geest. Rudi Carrell had in februari 1987 op de Duitse televisie flauwe grappen gemaakt over ajatollah Khomeini. De geestelijk leider van Iran was not amused, woedende menigten in Teheran zonnen op wraak. De Vara-rubriek 'Achter het nieuws' wilde het omstreden fragment laten zien. Vlak voor uitzending smeekte minister Van den Broek presentator Paul Witteman per telefoon dat niet te doen. De omroep zwichtte onmiddellijk. En mijn mond viel open van verbazing.
Het beeld van de bibberende anchorman liet zich in de jaren erna niet licht verdringen. En het heeft lang geduurd voor ik de geroemde actualiteitenrubriek weer serieus kon nemen.
Achteraf bezien was dit beschamende incident nog maar de voorbode. Wie sindsdien in toneelstuk, film of roman op islamitische teentjes trapt, weet wat hem te wachten staat. De ultimatums vliegen hem om de oren. Minimaal dienen er verontschuldigingen aangeboden. De verontwaardiging verspreidt zich razendsnel over de moslimgemeenschap. Op een doodsbedreiging meer of minder kijken de beledigden niet.
Strenggelovigen zelf beweren graag dat ze in het geweer komen voor hun God en zijn Profeet. Onzin natuurlijk. Die twee kunnen heel best tegen een stootje, zij hebben geen aardse verdedigers nodig. Het lijkt eerder zo dat de gewraakte romans, films en toneelstukken aan waarheden raken die de strenggelovigen niet wensen te horen. Als het werkelijk klinkklare nonsens was, ze zouden er laconiek de schouders over kunnen ophalen.
Dezer dagen ligt het Deense volk onder vuur, vanwege nogal geestige cartoons waarin de Profeet figureert. Die waren al in september in de krant gezet om de grenzen van de vrije meningsuiting te testen. Dat is glansrijk gelukt.
Onder moslims circuleren e-mailpetities, Deense producten zijn uit de supermarktschappen verwijderd, ambassadeurs van hun posten teruggeroepen. Palestijnen gingen zelfs spontaan de straat op om Deense vlaggen te verbranden. Blijkbaar hebben ze in dat verscheurde en geteisterde land niets beters te doen.
Nu wil ik op mijn milde momenten heus geloven dat moslims plausibele redenen hebben om het Westen hartgrondig te haten. Maar dat de schending van de mensenrechten op Guantánamo Bay, om maar wat te noemen, de islamitische gemoederen niet half zo verhit als een paar onnozele tekeningen in een dagblad - het gaat mijn verstand te boven.
Ondertussen houden wij ons een beetje stil, vermoedelijk omdat Nederland precies hetzelfde had kunnen overkomen. Of niet? Het klimaat lijkt hier definitief veranderd. De lange tenen van de moslims kunnen tegenwoordig rekenen op veel omzichtigheid.
In voorkomende gevallen wijst menigeen triomfantelijk op de lichtgeraaktheid van onze eigen orthodoxe christenen. Hadden wij in de jaren zestig niet senator Algra die de volksschrijver daagde in het Ezelsproces? Vliegt de Bond tegen het Vloeken niet bij elke krachtterm in de gordijnen? Protesteerde SGP-voorman Bas van der Vlies niet onlangs nog tegen de vunzige satire van Rob Muntz?
Dat klopt. Beslissend verschil, er kan niet genoeg op gewezen: zelfs christenen van het gevoeligste slag zullen hun gekwetstheid nimmer omzetten in doodsbedreigingen en ultimatums. Ze schrijven gepikeerde ingezonden brieven, dienen kamervragen in, stappen desnoods naar de rechter. Daar blijft het bij.
De Volkskrant vroeg deze week aan negen Nederlandse tekenaars of zij de Profeet nog durven opvoeren in hun cartoons. Meer dan de helft antwoordde ontkennend. “Niet uit angst, maar je weet dat het niet op prijs gesteld wordt.“ En: “Het geeft zo'n gelazer. Waarom zou ik olie op het vuur gooien?“
Geheel uit vrije wil je werk censureren? In Nederland? Dat mijn mond niet meer openvalt van verbazing is pas echt verontrustend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.