“Amerika is verslaafd aan olie, die vaak wordt geïmporteerd uit onstabiele delen van de wereld.“
George Bush is niet de eerste president die een verstrekkend plan ontvouwt over energie. Maar bovendien kreeg hij zijn eerdere grootse initiatieven op binnenlands gebied er niet door.
Denk nog even aan Richard Nixon, suggereerde de New York Times gisteren in een analyse van de State of the Union, de jaarlijkse troonrede van president Bush. Nixon ging veel verder dan hij: Amerika moet zichzelf kunnen bedruipen op energiegebied. Het was 1971 - negen jaar moest genoeg tijd zijn.
Maar acht jaar later vond een andere president dat er dringend iets aan het energiebeleid moest gebeuren. Jimmy Carter bedacht dat de hoeveelheid buitenlandse olie die de VS verstookten nooit zou mogen uitstijgen boven het niveau van 1977. Ook van die limiet werd weinig meer vernomen.
Misschien verwacht president Bush niet eens veel meer van zijn eigen energieplan. Belangrijker nog dan de concrete beleidsvoornemens in de State of the Union en de reacties erop -het olieplan werd door de Democraten in de oppositie onmiddellijk als 'prietpraat' afgedaan - is de stijl van de rede.
Bij een politieke post die zo machtig is, hoort een bekleder die blaakt van zelfvertrouwen en visie en de burgers het gevoel geeft dat de ze zich over de leiding geen zorgen hoeven te maken. Niet elke president slaagt daarin wanneer hij moet improviseren - de prestaties van Bush na de aanslagen van 11 september 2001 werden na enig weifelen goedgekeurd, zijn optreden na de overstroming van New Orleans leek nergens naar.
In zijn jaarlijkse troonrede mag de president echter gloriëren, dreigen en dromen, maar of de dromen ooit werkelijkheid worden, dat maken zijn toehoorders uit, de leden van het Huis van Afgevaardigden en van de Senaat. De eerste groep vecht komende november tot de laatste man en vrouw voor het politieke leven, want een afgevaardigde heeft een termijn van maar twee jaar.
Van de senatoren moet een op de drie straks zijn zetel verdedigen. Zeker in een jaar als dit krijgt de president alleen zijn zin als de Congresleden denken dat ze politieke munt zullen slaan uit hun toegeeflijkheid.
Vandaar dat Bush kort stilstond bij zijn grote voornemen vorig jaar, de hervorming van het pensioenstelsel. Die is vastgelopen in het politieke drijfzand van Washington. De rekenmeesters van beide partijen maakten al snel de sommen die de president wijselijk voor zich hield: dat de overgang van een omslagsysteem (zoals de Nederlandse AOW) naar een spaarsysteem (zoals de Nederlandse pensioenen) flink pijn zou gaan doen. Bij de gepensioneerden: de uitkeringen zouden er onder lijden, én bij de politici:Â het overheidstekort zou flink oplopen.
De rede van Bush weerspiegelde de moeilijke positie waarin de president zich bevindt. In het buitenland heeft hij zo ongeveer de vrije hand, het Congres laat zich noodgedwongen door en zo mogelijk uit Irak gidsen door de man die de Amerikanen daar bracht - maar het leger zit in Irak en Afghanistan aan de grens van zijn mogelijkheden.
In het binnenland beperken de komende verkiezingen meer dan ooit zijn mogelijkheden, en anders wel het begrotingstekort. Weliswaar gaat het daar volgens Bush uitstekend mee, zei hij in zijn rede, maar dat komt doordat hij de oorlogsuitgaven niet meerekent. Voor de schatkist van het land maakt dat juridisch terechte onderscheid natuurlijk niets uit.
Dus maar weer eens beginnen over de olie, moeten de medewerkers van Bush bedacht hebben. Volgens de Washington Post is dat een teken dat niet alleen de schatkist van het land kreunt onder de strijd tegen het terrorisme. De oorlog vreet ook aan de fut en de creativiteit bij de bestuurders van 's werelds machtigste land.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.