Theologisch gezien stelt de huidige interreligieuze dialoog niets voor. Omdat de dogmatische verschillen tussen de geloven onoverbrugbaar zijn, beperkt het gesprek zich tot ethiek. Derek Suchard ziet een nieuw theologisch startpunt voor de dialoog: “Laten we bij de hemel beginnen. Over het bestaan daarvan zijn alle geloven het eens.“
In wezen is er, vanaf de tijd van de kerkvaders tot heden, nooit een interreligieuze dialoog gevoerd. Derek Suchard (51) is na vier jaar onderzoek zeker van zijn zaak.
“In het verleden was er geen sprake van een echte dialoog, maar vooral van een poging de ander te overtuigen van je eigen gelijk, en tegenwoordig gaat de dialoog niet over theologie, maar over ethische kwesties als armoedebestrijding, milieu, vrouwenrechten.“
Dat laatste vindt hij beslist niet onbelangrijk, “maar praten over ethische kwesties heeft niets met de kern van de zaak te maken. Je hebt er namelijk geen theologie voor nodig. Om zo'n gesprek te voeren kun je net zo goed vakbondsman zijn, of humanist, of communist.“
Suchard dook voor zijn onderzoek in de geschiedenis van de interreligieuze dialoog. Hij bestudeerde de christelijke apologeten (kerkvaders) en geschriften van Pierre Abelard, Nicolaas van Cusa en Gotthold Ephraim Lessing. Ook verdiepte hij zich in de historische ontwikkeling van de dialoog sinds 1893, toen in Chicago het eerste Wereldparlement der Religies samenkwam.
Dit congres leidde tot de totstandkoming van allerlei organisaties die relaties met andere religies hoog in het vaandel hebben. Aanvankelijk ging het, bijvoorbeeld in de Wereldraad van Kerken, wel over theologie maar in de discussie met niet-christenen verschoof volgens Suchard de aandacht al snel richting ethiek.
Geen wonder, meent hij. “Ze doen het niet, maar ook al zouden moslims en christenen met elkaar in discussie gaan over hoe het nu zit met de openbaring van Mohammed of met het geloof dat Jezus Gods zoon is, ze komen er theologisch nooit uit. En als ze er wél uitkomen, dan zijn ze geen christenen of geen moslims meer.“
In de joods-christelijke dialoog in Nederland speelt theologie weliswaar een rol, maar ook hier is het speelveld volgend Suchard beperkt: joden accepteren evenmin als moslims dat Jezus de zoon van God is en de Messias, en christenen stappen niet van Jezus af.
“Geen van de partijen doen afstand van de waarheidsclaims van hun geloof. Dat de joden desondanks de dialoog aangaan met de dominante cultuur, is meer uit zelfverdediging. Zij willen gewoon met rust worden gelaten en als ze daarvoor over deze zaken in gesprek moeten gaan, dan doen ze dat. Maar verder hebben zij geen boodschap aan een interreligieuze dialoog.“
Wat de christenen en de boeddhisten betreft: die kunnen elkaar over het algemeen ethisch heel best vinden, zegt Suchard, maar ook aan díe dialoog zijn grenzen. De vorige paus zette een lelijke kras door die goede relaties met de in 2000 uitgebrachte encycliek 'Dominus Jesus', “van de pen van zijn opvolger kardinaal Ratzinger en diens bedrijf. De strekking van dit document - ongeacht wat mensen doen en hoe heilig ze zijn, als ze Jezus niet hebben, hebben ze geen heil - heeft bij veel boeddhisten kwaad bloed gezet.“
Ook in het Midden-Oosten strandde een welgemeende poging tot interreligieuze dialoog. Prins Hassan, de broer van oud-koning Hoessein van Jordanië, richtte in 1994 in de hoofdstad Amman het Koninklijk Instituut voor Interreligieuze Studies op.
Suchard: “In het begin hebben ze geprobeerd over theologische zaken in dialoog te gaan, maar dat bleek tot weinig te leiden, dus nu gaan de gesprekken over politiek, milieu, armoede in het Midden-Oosten, vrouwen in het Midden-Oosten. Ook goed, maar dan is er geen theologische discussie.“
“Voor mijn part schaffen we de term interreligieuze dialoog gewoon af en bedenken we een nieuwe naam voor de huidige dialoog, bijvoorbeeld 'ethische dialoog van religieuze gemeenschappen'.“
Maar er ís nog een andere mogelijkheid, oppert Suchard. “Je kunt ook een nieuw theologisch startpunt kiezen, weg van de dogmatische verschillen tussen geloven die het tot nu toe onmogelijk hebben gemaakt theologisch bezig te zijn, en tegemoetkomend aan de bedoelingen van de huidige dialoog.“
Volgens Suchard zijn de geloven met al hun leerstellige problemen als het ware aardegebonden. Die aardegebondenheid wil hij doorbreken door 'modellen van de hemel' bij het gesprek te betrekken, vanuit verschillende godsdiensten gezien.
Maar hoe wil hij de dialoog naar hemelse sferen tillen? “Heel eenvoudig: er bestaat maar één werkelijkheid. Voor alle religies - niemand hoeft op dit punt ook maar iets in te leveren - bestaat die werkelijkheid uit een transcendent gedeelte - hemel, paradijs, hiernamaals - en een aards gedeelte. Twee delen, maar in verbinding met elkaar. Misschien zit er wel een afscheiding tussen beide; tussen deze kamer en de keuken zit ook een deur. Maar dat betekent niet dat er geen verbinding is: die deur gaat soms open.
Er móet ook wel een verbinding tussen hemel en aarde zijn, want in de heilige geschriften gaan engelen heen en weer. En volgens de christenen ging Jezus rechtstreeks naar de hemel. Ook de moslims kennen engelen, en djinns, en Mohammed maakte hemelreizen. De boeddhisten kennen eveneens een transcendente werkelijkheid.“
Het logische gevolg hiervan is volgens Suchard dat we, al zal onze gedaante en status nog wijzigen na de dood, nú al in de hemel zijn met z'n allen. “Dat kan niet anders, want we maken deel uit van die ene werkelijkheid die de aarde en de hemel omvat. Dat betekent dat we niet alleen wereldburgers zijn maar ook hemelburgers.“
Denkt de kersverse doctor niet dat hij voor gek wordt verklaard met zijn bewering dat we nu al in de hemel zijn? “Het zou niet de eerste keer zijn, dat dat met nieuwe ideeën gebeurt. Daar ben ik niet bang voor. Ik heb alles uit de joodse, christelijke en islamitische schriften gehaald. Bovendien is mijn idee door mijn promoter en door de manuscriptcommissie gecontroleerd op logica en op filosofische houdbaarheid. Die test heeft ze doorstaan.“
Hemelburger zijn heeft volgens Suchard als logische consequentie dat je ook bepaalde verplichtingen hebt om je, los van dogmatische achtergronden, overeenkomstig je hemelse status tegenover je medehemelbewoners te gedragen.
Gedragscodes voor de hemelbewoners van verschillende religies vinden de gelovigen dichtbij huis, aldus Suchard. “Voor de Joden zijn dat de 613 geboden en verboden uit de Tora. Voor de christenen de tien geboden, de Bergrede, brieven uit het Nieuwe Testament. Voor hindoes de Bhagavad-Gita en voor de moslims de vijf pilaren van het geloof.
De vraag: 'wat is nou toegepast gedrag voor een burger van de hemel?', zou een interessant startpunt kunnen zijn, wanneer je iets wilt gaan doen aan een interreligieuze dialoog met een theologische component. Ik wil die dialoog niet afmaken, maar slechts een mogelijk beginpunt aangeven.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.