Iraanse vrouwen hebben minder rechten dan mannen. Een grote campagne moet daarin verandering brengen.
Een meisje van negen dat volgens het Iraanse strafrecht als volwassen wordt beschouwd en dus in principe ter dood kan worden veroordeeld. Een getuigenis van een vrouw die maar half zo zwaar telt als die van een man. Tel daar nog bij dat vrouwen slechts een achtste van de nalatenschap van hun echtgenoot erven, bij een scheiding veelal de voogdij over hun kinderen verliezen, nog steeds kans lopen te worden gestenigd bij overspel, en toestemming van hun man nodig hebben om te werken of naar het buitenland te reizen, en het is duidelijk dat de emancipatiebeweging in Iran geen overbodige luxe is.
Daarom is in de islamitische republiek een campagne van start gegaan om een miljoen handtekeningen in te zamelen „om een eind te maken aan de discriminatie van vrouwen in de Iraanse wetgeving”. Het streven, verwoord door een van de betrokkenen: „Iran heeft verschillende internationale mensenrechtenconventies ondertekend en moet zijn rechtscode daarom wel op één lijn brengen met internationale normen.”
Er zijn voorbeelden te over van waar de schoen wringt. Elahe (29) kan daarover meepraten. Ze studeerde psychologie, trouwde en kreeg drie kinderen. Na haar huwelijk verbood haar man haar te werken. Kort geleden kwam ze erachter dat haar man een tijdelijk huwelijk had gesloten met een andere vrouw. Zo’n huwelijk, dat een paar uur of een paar maanden kan duren, wordt gesloten door een mollah.
Nu overweegt Elahe een scheiding. „Het probleem is dat ik dan mijn kinderen waarschijnlijk ook kwijtraak”, zucht ze, haar bruinrode krullen onder haar blauwe hoofddoek vegend. „Die gedachte is onverdraaglijk, dus ik denk dat ik toch maar getrouwd blijf.”
Deze rechtsongelijkheid heeft tot zeer ongezonde relaties geleid, meent campagnemedewerkster Golnaz Melek. „Het is voor de mannen zelf ook onvoordelig. Een voorbeeld hiervan is de torenhoge bruidsschat die vrouwen tegenwoordig eisen. Dat komt voort uit hun gevoel van financiële onveiligheid, dat veroorzaakt wordt door de voor vrouwen discriminerende wetten.”
Maar hoe verhoudt deze campagne zich tot de islam? Kan men verwachten dat een islamitische staat de wetten aanpast, zodat ze niet meer aan de islamitische wetgeving voldoen? Melek knikt driftig van wel. „Veel activisten zijn zelf belijdend moslim. We benadrukken ook altijd dat onze acties in overeenstemming zijn met de basiswaarden van de islam. Veel islamitische juristen en wetenschappers hebben zich erover gebogen en zijn tot de conclusie gekomen dat hervormingen van de wet niet in strijd zijn met de islam.”
De vrouwenrechtencampagne is een vervolg op de protestactie die deze zomer plaatsvond op het grote Haft-eTir plein in Teheran. Hierbij greep de politie in en arresteerde verschillende betogers. Melek: „Ook nu ondervinden we tegenwerking. We houden voor de campagne ook seminars, en dan horen we bijvoorbeeld op het laatste moment dat we het gebouw waar zo’n seminar gehouden wordt, niet in mogen. Maar daar zijn Iraanse activisten tegenwoordig wel aan gewend: als het moet, houden we het seminar dan wel buiten.”
De actievoerden hebben zich ten doel gesteld de één miljoen handtekeningen binnen een à twee jaar ingezameld te hebben.
Op de lijst van sympathisanten van de actie prijken niet de minste namen. Bekende schrijvers, regisseurs, journalisten en advocaten. Ook Nobelprijswinnares Shirin Ebadi ontbreekt natuurlijk niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.