*

 

Landgoed Zuylestein moet op den duur zichzelf bedruipen

door Wybo Algra − 05/01/06, 00:00

Of het nu uit nostalgie is, uit respect voor cultuurhistorie of harde noodzaak, plannenmakers putten gretig uit het verleden bij herinrichting van stad en land. Vandaag deel vier uit een serie: de Stichtse Lustwarande.

Het vergt enige goede wil om de schoonheid van de Utrechtse Lustwarande te zien, de lange reeks buitenhuizen tussen De Bilt en Rhenen. Veel prachtige klassieke buitens staan in de schaduw van kantoorkolossen. En wie het hele traject rijdt, komt tal van pompstations en autodealers tegen -afgewisseld met wonderschone bossen en pittoreske doorkijkjes.

Alain de Brauwere heeft zijn grond niet verpatst aan een projectontwikkelaar. Op Landgoed Zuylestein, al sinds de zestiende eeuw in zijn familie, heerst onversneden romantiek, ook al is het 'historische' landhuis eigenlijk pas twintig jaar oud. Het oorspronkelijke kasteel werd als Duits hoofdkwartier aan het einde van de oorlog platgebombardeerd. De Renaissance-tuin bleef goed bewaard, net als de tuinmuur, enkele bijgebouwen en de kaarsrechte lanen in de omringende bossen. Dat alles wil hij instandhouden, zegt De Brauwere. Niet alleen voor zijn eigen nazaten, maar voor de hele samenleving.

De Brauwere is deze ochtend als een ware landheer bezig met de laatste voorbereidingen voor een 'slipjacht'. De vossen hoeven niet voor hun leven te vrezen, de honden en jagers volgen een vooraf uitgezet geurspoor. Eindpunt van de rit door de eeuwenoude jachtbossen is Zuylestein. De lusten van dit landgoed liggen voor het oprapen. Lasten zijn er ook: De schoorsteen moet wel roken, om met De Brauwere te spreken.

Van oudsher verdienden landheren als De Brauwere de kost met houtkap en het land dat werd verpacht aan boeren. Inmiddels zijn subsidies een belangrijke inkomstenbron geworden. Onlangs besloot de provincie drie ton in het landgoed te steken, als onderdeel van een groot project om de Stichtse Lustwarande aan te pakken. Dat kunnen we goed gebruiken om de historische lanen en zichtlijnen te herstellen, zegt De Brauwere.

Deze zichtlijnen, haaks op de doorgaande weg, zijn kenmerkend voor de Stichtse Lustwarande. Het zijn brede groenstroken, omzoomd door hoge bomen, die vanuit de buitenhuizen uitzicht bieden op noordwaarts de Utrechtse Heuvelrug, en zuidwaarts de Kromme Rijn. Als je die niet goed onderhoudt, dan groeien ze dicht, zegt J. van Helvert, bestuurscoördinator van de diverse stichtingen die Zuylestein draaiende houden. De brede zichtlijn vanaf de weg naar het landhuis is al aangepakt. Tal van jonge boompjes zijn weggesnoeid, en jonge rododendrons aangeplant.

Ook liggen er plannen om het traditionele 'grand canal' achter het landhuis te verlengen richting boerderij Wayenstein. Een deel van de landerijen, nu nog agrarisch gebied, wordt teruggegeven aan de natuur: dat levert overheidsgeld op.

Maar De Brauwere streeft er eigenlijk naar, dat Zuylestein zichzelf op den duur kan bedruipen. Daaraan moet de splinternieuwe bed-and-breakfast in het poortgebouw bijdragen. Ook ontwikkelt Zuylestein in samenwerking met blindeninstituut Bartiméus een geurtuin met 'kamers' voor geurfamilies, zoals citrus- of grasachtigen. Getrainde neuzen gaan daar rondleidingen geven. Het landgoed ziet De Brauwere als een 'onderneming' waarvoor voldoende 'economische dragers' nodig zijn. In zekere zin zijn landgoederen dat altijd geweest. Het zou pas revolutionair zijn, als ik de boel zou kaalkappen en volbouwen.

Eerdere afleveringen verschenen op 27 en 29 december, en 2 januari.

mailIcon print |