Sommige verdachten in het 'Hofstadproces' erkennen de rechtbank niet. Want zeer radicale moslims zien die als een afgod voor wie je niet mag buigen. Hoe reageren de rechters?
Aan het begin van elke rechtszitting roept een bode: 'de rechtbank!' Daarop gaan alle aanwezigen staan en komen de rechters binnen. Pas wanneer de magistraten gaan zitten, neemt ook de rest plaats.
Dit gebruik krijgt bijzondere belangstelling sinds in Nederland radicale moslims voor de rechter komen. Een aantal van hen blijft zitten, omdat zij het Nederlandse, en dus niet-islamitische rechtssysteem, verwerpen. Dit gebeurt ook in het Hofstadproces.
Dat staan, is een heel oude gewoonte. Het is niet verplicht, zegt de Rotterdamse hoogleraar strafrecht Paul Mevis. De verdachte mag blijven zitten. Wij claimen dat we over iemand recht mogen spreken, hém staat het volledig vrij ons rechtssysteem te verwerpen en dat te laten merken. Het zal hooguit de bode kwaad maken, een rechter niet.
,,Je staat niet op voor de dames en heren die binnenkomen, maar voor Het Recht dat binnenkomt. Net zoals mensen vanouds opstaan als de koningin haar entree maakt, of binnen universiteiten als de pedel aangeeft dat de hoogleraren er aankomen. Het is wel een goed gebruik. Je laat eerbied voor de rechtspraak blijken.
Doorgaans wordt het verdachten niet aangerekend wanneer zij blijven zitten, zegt Mevis. In Engeland is beledigen van de rechtbank strafbaar, maar bij ons niet. Een verdachte wordt hiervoor niet de zaal uitgezet of iets dergelijks, en krijgt ook niet meer straf. Een rechter hoort er ook niet boos over te worden. Maar in de Hofstadzaak kan dit een indicatie zijn van hoe iemand denkt over ons rechtssysteem. Dat kan voor de rechters meewegen, denkt Mevis.
Er is verschil tussen verdachten. Mohammed B. blijft zitten. De moordenaar van Theo van Gogh heeft nooit twijfel laten bestaan over zijn minachting voor alles wat niet-islamitisch is. Verdachte Nadir A. staat wel op. Maar die heeft dan ook openlijk afstand genomen van het radicaal-islamitische gedachtegoed en van zijn medeverdachten.
Jason W. blijft zitten, maar legt wel een verklaring af in de rechtszaal en laat zich verdedigen door een advocaat. Doet hij zo niet toch mee aan het goddeloze systeem? W. beargumenteerde tijdens de zitting dat hij in beginsel de sjaria aanhangt, de islamitische wet- en regelgeving, maar: Wanneer je als moslim een verdrag hebt met een niet-islamitisch land, heb je je aan de regels van dat land te houden, zelfs als het in oorlog is met de islam. Ik heb een verdrag met Nederland.
Doordat verdachten blijven zitten, maakt het staan ineens een bijna potsierlijke indruk. Gaat u maar zitten hoor, zegt voorzitter A. de Boer dan ook wat ongemakkelijk, zodra hij de extra beveiligde zittingszaal binnenkomt.
Er zijn meer manieren waarop verdachten en getuigen laten merken dat zij de rechtbank afwijzen. Mohammed B. was onbeschoft: Wilt u dit spelletje blijven spelen? Dat gaat u niks aan. Dat was het. Punt. Ik mag reageren of niet. Nou dan?
Soumaya S. was hooghartig: Waar wilt u heen met uw vraag? Ik heb al gezegd hoe of wat.
Nouredine el F. zit steeds te lachen, ook als hem dingen als bedreiging met een machinewapen worden aangewreven. Ik ben nu eenmaal vrolijk, zei El F. Dat zit in mijn karakter.
Met name de eerste dagen leek het of de rechters zich moeilijk een houding wisten te geven. Wanneer verdachten verongelijkt waren over wat de rechtbank hun allemaal voorhield aan feiten uit het dossier, zeiden de rechters: Ja, wij zijn nu eenmaal verplicht om dat te doen.
Hoogleraar Mevis meent dat een rechter op zo'n moment moet wijzen op de principiële redenen waarom de feiten worden voorgehouden: Het voorhouden is belangrijk, omdat iedereen zo de mogelijkheid krijgt om te reageren, zowel de officier van justitie als de verdediging. Bovendien is het van belang omdat de behandeling ter zitting het enige deel van het proces is dat werkelijk openbaar is: pers en publiek kunnen zo kennisnemen van de zaak. En wat niet wordt voorgehouden - desnoods kort samengevat- mag niet ten nadele van de verdachte meewegen, legt Mevis uit.
Gaandeweg lijken de rechters te wennen aan deze verdachten en getuigen. De opstandige getuige Samir A. werd door voorzitter De Boer kort gehouden. Geen grappenmakerij. En tegen Soumaya S.: Wij als rechtbank bepalen wat ter zake doet, niet u als getuige. En waar een verzoek tot schorsing om te bidden eerst een aanleiding leek om het proces onmiddellijk lam te leggen, gaat de rechtbank daar nu meer ontspannen mee om. Kan het ook over tien minuten?
Wel blijft het lastig voor de rechters dat geloof in de Hofstad-zaak zo'n prominente plaats inneemt. Wanneer zij verdachten moeten ondervragen over 'ouderwetse' verdenkingen, zoals wapenbezit of het gooien van een handgranaat, zijn zij scherp en varen zij zichtbaar op hun routine. Maar over islamitische termen struikelden zij, vooral in het begin. Lacherig werd verdachten naar de juiste uitspraak gevraagd van woorden als 'tawheed' (de eenheid van God) en taghoet (afgoderij).
De rechters vroegen verdachten ook naar definities. Rechtsfilosoof Afshin Ellian, zelf uit radicaal-islamitische hoek bedreigd, noemde hen daarom 'gehandicapte rechters'. Hij schreef in NRC Handelsblad dat de rechters zich tevoren de elementaire begrippen uit de islam eigen hadden moeten maken. De persrechter reageerde met een ingezonden brief: de rechters hadden zich heus goed voorbereid, vragen naar de bekende weg dient om de zaak voor buitenstaanders inzichtelijk te maken.
Bij hun ondervraging moeten de rechters soms op eieren lopen. Zo vroeg rechter R. Elkerbout laatst aan getuige Samir A. of hij en de Hofstad-verdachten een bepaalde islamitische overtuiging delen. Advocate B. Böhler greep in: Het gaat mij hier te veel over het geloof. Dat is niet relevant. Het is voor advocaten een dankbaar punt. Geen rechter wil worden verweten dat hij inbreuk maakt op het grondrecht van de vrijheid van godsdienst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.