Het NOS Journaal, vandaag vijftig jaar oud, is veranderd, vindt hoofdredacteur Hans Laroes. Vooral sinds de moord op Fortuyn staat het dichter bij de kijkers, want het publiek is het belangrijkst. Een 'Haags' debat rond de gemeenteraadsverkiezingen? Nee, met een bus het land in.
'We zijn veranderd. De Journaal-reportages over het nieuwe zorgstelsel zouden drie jaar geleden vooral hebben bestaan uit interviews en beelden vanuit de kantoren van de zorgverzekeraars en de betrokken departementen. Nu zijn we met gewone mensen gaan kijken wat voor hen de gevolgen van het veranderde zorgstelsel zijn en zetten we op onze website veel aanvullende informatie waarmee mensen wat kunnen. Het is relevanter geworden. Dat is een van de kernwoorden: het moet relevant zijn voor de kijker.
Na de moord op Pim Fortuyn en de enorme LPF-winst bij de parlementsverkiezingen kort daarop, vroeg heel journalistiek Nederland zich af hoe het kon dat zij niet in de gaten hadden hoe groot de onvrede onder de Nederlandse bevolking was. Hoe het kon dat die woedende veenbrand zich buiten hun gezichtsveld had afgespeeld. Onder leiding van NOS-hoofdredacteur Hans Laroes voerde ook de NOS Journaal-redactie discussies over die vraag.
Een van onze redacteuren, vertelt Laroes, zei in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 dat Pim Fortuyn in Rotterdam wel eens flink kon gaan winnen. Daar werd op de redactie niet naar geluisterd. Maar hij had gelijk, want hij praatte met de mensen in die stad. Hij had in de gaten wat er speelde onder de mensen. Dat hadden wij niet.
Laroes schreef najaar 2002 in een notitie: 'Het is ongetwijfeld waar dat de journalistiek de problemen wel kent, van eigen nadenken en van-horen-zeggen, maar ze niet zelf proeft, er niet middenin woont, geen last heeft van de existentiële angst en irritatie in de minder aangename delen van dit land. En die zaken weg-rationaliseert als het erop aankomt, omdat we vinden dat de mensen in de oude wijken niet bang voor hun buurman zouden moeten zijn'.
Het moest anders. Voelen wat er leeft in de samenleving, kijken wat de gevolgen van het overheidsbeleid zijn voor de mensen en dat op een heldere, inzichtelijke manier laten zien. De straat en de staat weer met elkaar verbinden, noemt Laroes dat.
We moeten onze verhalen voorstelbaarder maken, zegt Laroes. Zoals we dat met het zorgstelsel hebben gedaan. Maar bijvoorbeeld ook met prinsjesdag hebben we dat gedaan. Natuurlijk brengen we dan ook het nieuws uit Den Haag, maar voorheen was dat het enige wat we deden. Nu zijn we gaan uitzoeken wat de prinsjesdag-voornemens voor gevolgen zou hebben voor een gemiddeld Rotterdams gezin. We willen geen verhalen waar onze kijkers 'nou en?' op zeggen, maar juist 'o ja!' Herkenbaarheid dus.
Langzamerhand voelen we beter aan wat er speelt in de samenleving, aan gevoelens. We hebben een stadscorrespondent in Rotterdam aangesteld. Een collega heeft een week stage gelopen in een ziekenhuis. We hebben een redacteur van Turkse komaf die een groot netwerk heeft onder Turkse Nederlanders. Beursberichten op de radio doen we niet meer: de AEX is nul-komma-zoveel gestegen en de Dow Jones zus-en-zo-veel gedaald. Tja. Het gaat natuurlijk om de verhalen daarachter. Ik wil meer sociaal-economische berichten, in plaats van die cijfertjes. Er zijn speciale research-redacteuren die met veel primeurs komen. We volgen niet alleen meer de nieuwsagenda. We pikken de stemming in het land sneller en makkelijker op. Bij het referendum over de Europese Grondwet bijvoorbeeld: we hadden veel sneller dan politiek Den Haag in de gaten hoe er over die Grondwet werd gedacht. Het kan nog veel beter. Ik merk dat we de neiging hebben om terug te vallen in oude gewoontes: er doet zich een nieuwsfeit voor, we halen er snel een quootje bij en klaar is kees. Daar moeten we voor oppassen.
Ja, natuurlijk moet je uitkijken dat je niet bij alles wat je doet de mensen in de straat naar hun mening vraagt. Het slaat nergens op om een willekeurig iemand voor de camera te laten zeggen dat ze in politiek Den Haag niet deugen. Daar kom je niet verder mee. Het moet geen overdaad aan vox populi worden. Niet te veel vox-poppen, noemen we dat. En het is ook niet zo dat we ons hebben afgekeerd van de instituties. Alhoewel we, blijkt uit onderzoek, wel minder institutioneel zijn geworden. Terwijl - je zou het niet verwachten - de commerciële collega's van RTL Nieuws juist institutioneler zijn geworden. Het is nog steeds belangrijk wat politici, beleidsmakers en andere organisaties zeggen, maar het moet wel relevant zijn. We gaan dit jaar bijvoorbeeld geen fractievoorzittersdebat houden rond de gemeenteraadsverkiezingen. In plaats daarvan maken we twaalf speciale uitzendingen waarin we met een bus het land intrekken om te kijken wat de mensen bezighoudt en hoe dat ze beïnvloedt met het oog op die verkiezingen. Daar zijn ze in Den Haag niet blij mee. Als ze wat nieuws en relevants te melden hebben, komen ze echt wel aan het woord. Maar dat doen ze maar in het gewone journaal of andere NOS-nieuwsuitzendingen. Het publiek staat voorop. En nee, we gaan onze uitzendingen niet vullen met wat het publiek wil zien of horen. Maar met wat wij denken dat het publiek zou moeten zien of horen. Niet de wil, maar de wereld van de kijker. En we moeten af van dat nare trekje van veel journalisten: dat ze vooral belangrijk vinden wat hun collega's van verhalen vinden, in plaats van wat de kijker, lezer of luisteraar vindt. Weg uit dat bastion. Deze maand verschijnt een nieuwe notitie van Laroes, waarin hij voortborduurt op de omslag van 2002. En die notitie heeft niet voor niets de titel 'Hooggeëerd publiek'.
Veel moeilijker, die vernieuwde journalistiek, vindt Laroes. Het is geduldige journalistiek. Je moet tijd en geld investeren. Je moet de wereld in. Verhalen van achter de horizon maken. Maar dat levert dan ook wat op. Saskia Dekkers, onze correspondent in Frankrijk, heeft een schitterende reportage gemaakt over de rellen in de Parijse voorsteden. Dat kost veel energie, maar het is veel beter dan een interview van twintig minuten met minister Sarkozy uitzenden, zoals de Franse tv deed.
Maar die vorm van journalistiek kost geld. En dat is er steeds minder. De complete publieke omroep moet opnieuw bezuinigen, dus de NOS ook. Dat is een probleem. We maken de NOS-programma's al tien jaar met ongeveer hetzelfde budget. Nu moet het nog weer goedkoper. Dat kan alleen als we journaals gaan schrappen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.