*

 

Praktisch en gezellig, winkelen bij de snelweg

door Reinder H. Koornstra − 05/01/06, 00:00

Grote winkels aan de rand van de stad en langs snelwegen zijn handig en er is behoefte aan. Bij verstandig beleid, zuigen ze de binnenstad niet leeg.

De moderne consument/autobezitter is gebaat bij een uitgebalanceerde structuur van winkels, horeca, recreatie en voorzieningen. Als die balans verdwijnt, kunnen complete nieuwe winkelcentra ontstaan, die de binnenstad binnen tien jaar lamleggen. Het voorbeeld van CentrO bij Oberhausen (Trouw, 2 januari) toont aan dat eerder op de Podium-pagina geuite vrees van de Zuid-Hollandse gedeputeerde Van Dijk voor lege binnensteden niet geheel onterecht is.

Winkels worden steeds groter, supermarkten zowel als modezaken. Dit heeft minder te maken met economische factoren als schaalvoordeel dan met de wensen van de consument. Die zoekt naar een gecombineerd aanbod van bijvoorbeeld mode, woninginrichting, koken, sport.

De consument van tegenwoordig heeft niet langer interesse in vakspecialisten en branches. Die is op zoek naar een plek waar hij of zij alles kan vinden rond een bepaald thema. Zulke 'brede shops' of 'nieuwe warenhuizen' gaan deze eeuw de toon zetten. Zo ontstaan modewinkels, sportwinkels, ecologische supermarkten en kookspeciaalzaken van 1500 vierkante meter, exploiteert Foodfactory supermarkten van 4000 vierkante meter met 35000 artikelen en meten Hornbach bouwmarkten al 10000 vierkante meter. Voor de gezelligheid en beleving binnen stadscentra moet daar vermaak en cultuur in de vorm van horeca (-terrassen), galeries, theaters, musea en bioscopen bij.

Het beeld kan nog afwisselender worden met kleine aanloopzaken en (markt-)stands.

In de bestaande stadscentra is steeds minder ruimte voor uitdijende winkels. Door schaalvergroting wordt het centrum minder divers van karakter, en dus minder aantrekkelijk. Als politiek, planologen én ondernemers daar vervolgens niets aan doen, ontstaat een situatie zoals rond CentrO in Oberhausen. Daar zijn alle consumenten weggelopen naar het 'beleveniscentrum' buiten de stad. De ooit zo gezellige binnenstad is ten prooi gevallen aan leegstand en verloedering.

Vanuit marketingoogpunt is de oplossing heel simpel. Alle winkels die geen bijdrage leveren aan de 'beleving van de binnenstad moeten uit de binnenstad verdwijnen. Supermarkten, textielsupers, meubelwinkels, woninginrichters en dergelijke zullen moeten uitwijken naar wijkcentra waar ze de noodzakelijke ruimte wel vinden. Dat is ook de plek waar consumenten gemakkelijk en, via aangepaste horeca, gezellig hun dagelijkse boodschappen kunnen doen. Winkelformules die aan het dagelijkse karakter geen bijdrage leveren, zullen terechtkomen op grootschalige of perifere winkelvoorzieningen.

De consument kan dan voor de dagelijkse boodschappen terecht in het eigen wijk- of dorpswinkelcentrum, voor het (wekelijks) gezellig en recreatief winkelen wordt het stadscentrum opgezocht, en voor grote of specialistische aankopen kan de consument kiezen uit een keur aan themawinkels in de winkelcentra aan de rand van de stad of regio. Dat is niet alleen handig, het spaart ook benzine, geeft minder luchtvervuiling en ontlast de parkeerplaatsen in de stad.

Om die verschuiving van grootschalige winkelvoorzieningen naar de randen te bewerkstelligen, moeten wel de planologische dogma's van de jaren zeventig, die ook politicus Van Dijk nog aanhangt, van tafel. De perifere winkelcentra zullen de komende jaren juist moeten worden uitgebreid, en waar dat niet gaat, zullen er nieuwe moeten komen. Die hoeven niet per se te verrijzen in al bebouwd gebied rond de steden. Ze kunnen ook als vrijstaand winkelcentrum bij knooppunten van snelwegen worden gebouwd.

Het is niet de bedoeling dat, zoals in Oberhausen, complete winkelcentra worden ontwikkeld die alle omliggende winkelcentra beconcurreren. De voorkeur hebben 'Themacentra' zoals het Alexandrium bij Rotterdam, of 'Bataviastad' bij Lelystad. Consumenten met een specifieke behoefte komen daar ruimschoots aan hun trekken. Dat is het enige antwoord op de ongeremde vestiging van steeds meer losstaande blokkendozen in ons schaarse landschap (bijvoorbeeld Ikea of Hornbach).

Als retailers de moed hebben over zichzelf heen te stappen, politici leren om buiten hun eigen kiezerskringetje te denken en planologen zich realiseren dat ze geen handelaren zijn, dan kunnen Nederlanders nog erg lang genieten van hun vaak zo gezellige stadscentra. Als iedereen echter zelfgenoegzaam op zijn 'verworven rechten' blijft zitten, staan er binnen tien jaar tien CentrO's in ons land, en bloedt een dertigtal stadscentra dood. Is dát moderne planologie?

mailIcon print |