Europa is voor olie en gas veel te afhankelijk van de instabiele buitenwereld. Kernenergie is geen oplossing, investeren in duurzame energie wel.
De Europese energievoorziening is fragiel. Dat werd deze week weer eens pijnlijk duidelijk. Een gasconflict tussen Europa's grootste gasleverancier Rusland en Oekraïne leidde tijdelijk tot tekorten in de Europese gasleveranties. Let wel: het ging hier om een conflict waar de Europese Unie slechts zijdelings bij betrokken is. De Europeanen zijn gewaarschuwd: één druk op de knop in Moskou kan grote problemen in het energieafhankelijke Europa veroorzaken.
Er zijn nauwelijks alternatieve leveranciers. De Europese gasimporten komen voor het grootste deel uit Rusland, Libië of Algerije. Al bijna de helft van het Europese gasgebruik wordt geïmporteerd en binnen enkele decennia zal dat 70 procent zijn. Voor olie gelden nog minder rooskleurige cijfers. Nu al moet driekwart van de Europese oliebehoefte worden geïmporteerd. Die olie komt voornamelijk uit het weinig stabiele Midden-Oosten en, alweer, Rusland.
Dit kan niet goed blijven gaan. De stabiliteit van het Midden-Oosten blijft nog geruime tijd een fors probleem en ook het Russische regime ontwikkelt zich niet in een voor Europa gunstige richting. Daar komt nog bij dat de concurrerende vraag naar de beschikbare voorraden, met name vanuit China, snel groeit. Daardoor zal de spanning toenemen. Zelfs de schijnbaar onmetelijke voorraden in Rusland en het Midden-Oosten lopen over vijftig jaar tegen hun limieten aan.
Gecombineerd met het groeiende klimaatprobleem, is er alle reden voor een crisissfeer in de Europese hoofdsteden. Maar die blijft gek genoeg volstrekt uit. Waar is het Europese deltaplan voor een onafhankelijke energievoorziening? Het bestaat niet. Het officiële Europese beleid besteedt wel wat aardige woorden aan klimaatverandering en duurzame energie. Maar de doelstellingen voor beide zijn zo bescheiden dat de EU feitelijk erkent dat zij steeds afhankelijker wordt van olie en gas. Met het officiële beleid zijn we straks niet mínder, maar méér afhankelijk van Poetin of de ayatollahs. Het officiële beleid wordt bovendien in praktijk niet gehaald.
Om onze energievoorziening en daarmee de meest essentiële pijler onder onze welvaart veilig te stellen is veel meer nodig dan een paar procent duurzame energie hier en daar. In een project van ongekende omvang dient Europa zijn energie-efficiency en de hoeveelheid duurzaam vermogen radicaal te verhogen. Met nieuwe technieken kan exact hetzelfde gedaan worden met een kwart van het energieverbruik. Die slag moeten we in ieder geval maken om een halt toe te brengen aan de almaar stijgende energievraag.
Ook bij het aanbod van energie liggen de mogelijkheden voor het oprapen. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van zonne-energie kunnen de kosten van deze energiebron nog minimaal een factor 10 omlaag brengen. Voor biomassa zijn spectaculaire technieken nodig én mogelijk om de energieopbrengst per hectare te verviervoudigen en de prijs te verlagen. Getijden- en golfenergie kunnen een welhaast onbeperkt potentieel aan energie voor de Europese kusten ontsluiten. Met brandstofceltechnologie en waterstofproductie kan olie als transportbrandstof worden vervangen.
In de discussie over energieonafhankelijkheid wordt natuurlijk ook kernenergie weer genoemd. Kernenergie verkleint echter onze afhankelijkheid niet. Europa heeft nog minder uranium dan gas en olie. En ook de wereldwijde uraniumvoorraden zijn beperkter dan die van gas, olie en kolen. Wanneer we toch besluiten om onze energievoorziening toekomstbestendiger te maken, dan kunnen we het beter in één keer goed doen, dan via de ongelukkige tussenstap van kernenergie.
Het lijdt geen twijfel dat het technisch mogelijk is om binnen een paar decennia een Europese energievoorziening te creëren die minimaal de helft schoner is én daarmee ook minder kwetsbaar voor geopolitieke spanningen dan de huidige. Daarvoor is een inspanning nodig die haar weerga niet kent in de Europese geschiedenis. Een Europees equivalent van het Amerikaanse Manhattan-project om de atoombom te ontwikkelen of het Apollo-project om een man op de maan te zetten. Met vergelijkbare inspanningen én vergelijkbare kosten.
De geschatte kosten van deze energierevolutie variëren sterk, maar het is duidelijk dat enkele tientallen miljarden extra per jaar nodig zijn om substantieel werk te maken van een duurzame energievoorziening. Dat geld is er. Europa geeft alleen al aan landbouwsubsidies een onzalige 45 miljard euro per jaar uit. Er is een langzaam groeiende consensus dat hieraan een einde moet worden gemaakt. Mede door hartstochtelijke tegenwerking van minister Veerman wil het echter nog niet zo vlotten met het terugdringen van de landbouwuitgaven.
De dreigende energiecrisis kan het beslissende duwtje geven. Het is nu de hoogste tijd om het oude Europese megaproject, dat zichzelf ruimschoots heeft overleefd, te vervangen door een nieuwe droom: een duurzame Europese energievoorziening. Wanneer we geen 45 miljard per jaar aan landbouwsubsidies uitgeven maar aan innovatie en investeringen voor energiebesparing en nieuwe bronnen van energie, dan kunnen we die droom waarmaken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.