Het ’model-Pastors’ leidt tot politici die uitgaan van ’mijn wil is wet’. In de praktijk zijn dat vaak enorme brokkenmakers.
Bij de presentatie van de nieuwe politieke partij Eén NL zei de heer Pastors dat deze partij geen leden zal kennen, want partijleden zijn ’een blok aan het been’. Liever heeft Pastors donateurs die geld geven maar voor de rest geen invloed hebben op het partijbeleid of de partijlijst bij verkiezingen. Zaterdag doopte Van Doorn deze vorm van partij tot het ’model Pastors’ en schreef hij dat „het aardig zou zijn als politicologen zich eens over het kersverse ’model-Pastors’ zouden buigen”.
Ik doe dat graag omdat de ideeën van Pastors een gevaar voor de democratie kunnen inhouden.
In een democratie hebben politieke partijen de volgende door de politicologie onderkende vier functies: partijen sturen de overheid, zij selecteren politici, zij bundelen belangen en zij zijn een referentiepunt voor kiezers om de wereld te interpreteren. Partijleden spelen voornamelijk een rol voor de selectie van politici en het bundelen van belangen. Voordat een partijlid minister wordt, heeft dit lid vaak al een actief verleden binnen de partij gehad. Commissies, bijwonen van partijvergaderingen, de gemeenteraad, provinciale staten, et cetera zijn gelegenheden voor partijleden om politiek actief te zijn. Daarnaast bieden politieke partijen ook cursussen aan die de leden kunnen volgen. Daarnaast vallen er regelmatig kranten, boekjes, en noem maar op door de bus. Dit alles draagt bij aan de politieke vorming van het partijlid. Het partijlid leert hoe de politiek werkt, van lokaal tot nationaal niveau. Op deze manier zorgen politieke partijen voor de vorming van politici die bekwaam politieke functies kunnen uitoefenen.
In het ’model-Pastors’ vervalt deze functie van politieke partijen. De redenering is dat politici net zo goed rechtstreeks uit de samenleving kunnen komen. Ik betwijfel dat. Mensen die uit het bedrijfsleven komen en geen actief verleden hebben gehad in een politieke partij zijn vaak brokkenmakers. Zij zijn niet gewend compromissen te sluiten en voor elke stap verantwoording af te leggen aan het parlement, terwijl beide essentieel zijn voor een democratie. Zij alleen zijn de baas en hun wil is wet! Dit is de attitude die je moet hebben om hogerop te komen in het bedrijfsleven en het is hun goed recht om zo te denken en te doen. Maar het past niet in een parlementaire democratie.
Binnen de partij is het partijlid echter niet alleen passief bezig met leren. In commissies en door het bijwonen van vergaderingen kan het partijlid zijn mening geven en bijdragen aan het partijstandpunt. Het partijstandpunt corrigeert op zijn beurt de fractie in het parlement. Een partijlid leert dat ook binnen een partij er verschillende meningen zijn en dat de partij er is om verschillende belangen te bundelen en om te zetten in concrete beleidsvoorstellen. De partij heeft deze inbreng van haar leden en commissies ook nodig.
In het ’model-Pastors’ kan men ook belangen bundelen door bijvoorbeeld door middel van een enquête op internet tot een partijstandpunt te komen. Een nadeel is echter dat men via een internetenquête niet tot een afgewogen bundeling van belangen kan komen. In een traditionele politieke partij zijn er commissies die juist tot doel hebben om tot een afgewogen partijstandpunt te komen waarin de meeste supporters van de partij zich kunnen vinden. Via de internetenquête regeert het meerderheidsstandpunt en voelt een niet te negeren minderheid zich bedrogen en die kan zich dan vervolgens afkeren van de partij en de parlementaire democratie.
Ik kom dan ook tot de conclusie dat het ’model-Pastors’ niet in een parlementaire democratie past. Het kan zelfs een gevaar inhouden omdat het model leidt tot onbekwame politici en burgers die nog meer ontevreden worden over politici en de parlementaire democratie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.